ESG & Economie - Europa koploper in klimaatrace, maar net zero is nog ver weg

PublicationSustainability

Om een echte versnelling in decarbonisatie te realiseren, moeten zowel energieproductie als het -verbruik versneld overschakelen op hernieuwbare en koolstofarme energiebronnen. Dit proces gaat echter nog traag en kent enkele hardnekkige obstakels, waaronder netcongestie, gebrek aan personeel, financieringsuitdagingen, maar ook de vaak complexe en volatiele regelgeving in veel landen. Ondanks de afschaling en terugdraaiing in het klimaatbeleid van veel landen – onder aanvoering van de Verenigde Staten (VS) – blijft de Europese Unie (EU) zich inzetten voor het bereiken van klimaatneutraliteit tegen 2050, zoals vastgelegd in de Europese klimaatwet. Daarmee nemen de verschillen in de decarbonisatiepaden per land/regio verder toe en raken de klimaatdoelen verder uit het zicht. In deze analyse bekijken we de actuele stand van zaken in deze decarbonisatiepaden van de belangrijkste landen wereldwijd en van de EU-27 in het bijzonder. Wat zijn de trends in de broeikasgasuitstoot (BKG-uitstoot) van landen en welke verschillen zijn zichtbaar? Welke doelen streven de grootste BKG uitstotende landen met hun klimaatbeleid na en waar staat de EU-27 in dit verband? Hoe verhoudt zich het finaal energieverbruik (fossiel deel) ten opzichte van de BKG-uitstoot en de trend in energie efficiency? En is het (post-Parijsakkoord) tempo in BKG-emissiereductie voldoende om de gestelde EU-klimaatdoelen uiteindelijk te bereiken? We sluiten deze analyse af met een conclusie.

  • Het hebben van een decarbonisatiestrategie biedt voor bedrijven veel voordelen, mits de bestaande obstakels worden aangepakt

  • De mondiale decarbonisatietrend stelt nog teleur, met een toename van de BKG-emissies van 10% in de afgelopen tien jaar

  • De koolstofintensiteit van de elektriciteitsproductie is echter op mondiale basis in de post-Parijsakkoordperiode met 9% afgenomen

  • De vooruitgang die de EU heeft geboekt op het gebied van decarbonisatie is veelbelovend

  • Dit toont aan dat de uitvoering van ambitieuze klimaatdoelen daadwerkelijk impact kunnen hebben

  • De EU is een voorloper in decarbonisatie, met een emissiereductie van 19% in de periode 2017-2024, aanzienlijk meer dan andere landen

  • Ondanks vooruitgang blijft de EU afhankelijk van fossiele brandstoffen: in 2024 bestond meer dan 50% van de energiemix uit fossiel

  • Om klimaatdoelen te behalen zijn investeringen in technologie en infrastructuur noodzakelijk

  • De uitdagingen zijn groot en worden versterkt door veel geopolitieke obstakels, maar ze benadrukken des te meer de noodzaak van een gezamenlijke en transparante aanpak binnen Europa

Decarbonisatie blijft relevant

Het versnellen van decarbonisatie kent in grote lijnen vijf voordelen. Het levert energie- en koolstofbesparingen op (1) en tegelijkertijd ook kostenbesparingen (2). Een energie-efficiëntiemaatregel kan bijvoorbeeld het verbruik van energie en brandstoffen van veel processen flink verminderen. Daarnaast brengt decarbonisatie meerdere milieuvoordelen (3), zoals waterbesparing, besparing van grondstoffen en hulpbronnen en een verbetering van de luchtkwaliteit. Bovendien is decarbonisatie een manier voor bedrijven om zich te specialiseren, waarmee het concurrentievoordeel verder verstevigd of uitgebouwd kan worden (4). Tot slot hebben koolstofarme ambities in de ene sector impact op de andere sectoren (5). Zo wordt ammoniak – gemaakt in de chemische industrie – veel gebruikt voor de productie van meststoffen die weer door de landbouw worden ingezet. Het decarboniseren van de productie van ammoniak heeft zo voor een deel ook een positieve invloed het koolstofvrij maken van de landbouw.

Uit een onderzoek gepubliceerd in de International Review of Financial Analysis (Ibishova, Misund, Tveterås, november 2024, zie hier) bleek dat bedrijven zichtbaar verbetering zien in financiële prestaties zodra hun inspanningen om de CO2-uitstoot te verminderen intensiveert. Een onderzoek van de Universiteit van Groningen (zie hier) toonde aan dat wanneer de broeikasgasemissies afnemen, de winstgevendheid van bedrijven uiteindelijk toeneemt. Het blijkt dat bedrijven met een lage uitstoot doorgaans een hogere omzetgroei hebben, beter bestand zijn tegen negatieve schokken in de sector – met name door een meer loyale klantenbasis – , lagere bedrijfskosten hebben (meer efficiëntie) en ook lagere kapitaalkosten (minder risico). Decarbonisatie blijft daarmee dus relevant. Maar ondanks deze voordelen van decarbonisatie blijkt dat een acceleratie in decarbonisatie mondiaal nog niet het gewenste niveau heeft bereikt.

De mondiale decarbonisatietrend stelt nog teleur

De mondiale BKG-emissies zijn in de afgelopen tien jaar (2014-2024) toegenomen met 10%. Dit is een meer dan halvering ten opzichte van de tienjaarsperiode daarvoor. In de 2004-2014 was de toename in BKG-emissie van alle landen gezamenlijk nog 23%. Het geeft aan dat meer ambitieus klimaatbeleid van landen effect hebben, waarbij met name het klimaatbeleid van de EU een grote impact heeft gehad.

De EU heeft een hoge klimaatambitie. Zo is in de Europese klimaatwet een bindende doelstelling afgesproken om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn en de netto BKG-emissies in 2030 met ten minste 55% te hebben verminderd ten opzichte van 1990. Het navolgen van dit streven heeft de EU duidelijk een voorloper gemaakt in decarbonisatie. In de periode 2017-2024 zijn de BKG-emissies in de EU inmiddels met 19% afgenomen. Het verschil met de overige landen is aanzienlijk. In veel landen in Azië en Afrika zijn de BKG-emissies juist toegenomen in de periode 2017-2024. Het meest opvallende uit de bovenstaande linker figuur is dat de BKG-emissies bij de landen die het Parijsakkoord niet hebben ondertekend – inclusief de VS – veel minder zijn toegenomen dan de landen die wel onder het akkoord vallen. Dit komt vooral op conto van de VS. De overige niet-Parijsakkkoordlanden – waarvan veel uit Afrika, maar ook Irak, Iran en Turkije – zagen ook hun BKG-emissies toenemen met 15% in de periode 2017-2024. In de VS nam de uitstoot met 4% af in dezelfde periode.

Terwijl het Parijsakkoord de gezamenlijke mondiale emissiedoelen vaststelt, vormen de zogenoemde Nationally Determined Contributions (NDCs) van individuele landen daarvoor de ruggengraat om die doelen uiteindelijk te bereiken. De NDC's geven de voorgenomen inspanningen weer van elk land om de eigen uitstoot te verminderen en zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, inclusief een beschrijving van de decarbonisatiestrategie met implementatie- en tijdschema's. Volgens deze schema’s – zie onderstaande linker figuur met de top 6 grootste BKG-uitstoters ter wereld – bereiken landen zoals India en Indonesië hun piekniveaus in BKG-uitstoot niet voor 2030, terwijl China, de VS en Brazilië voornemens zijn om een daling in de uitstoot na te streven tot en met 2030.

Het feit dat de absolute BKG-emissies in sommige landen nog niet het piekniveau hebben bereikt, wil nog niet zeggen dat decarbonisatie niet plaats vindt in deze landen. Uit onderstaande rechter figuur blijkt dat er wel degelijk stappen zijn gezet naar minder BKG-emissies, en dan met name in de energiesector. Zo heeft India haar piekniveau nog niet bereikt, maar is de koolstofintensiteit van de elektriciteitsproductie in de afgelopen zeven jaar afgenomen met 4%. Het zijn weliswaar kleine stappen, maar het is per saldo een positieve trend.

Het koolstofarm maken van de elektriciteitsproductie is essentieel voor het koolstofarm maken van de hele energiesector. De koolstofintensiteit van de elektriciteitsproductie is op mondiale basis in de post-Parijsakkoordperiode met 9% afgenomen. Ook hierin is de EU voorloper met een afname in de koolstofintensiteit van 33% in de periode 2017-2024.

De EU-27 decarbonisatietrend is meer positief

De EU is de goede weg ingeslagen door in een hoger tempo af te stappen van fossiele energiebronnen. De afname van de BKG-uitstoot is voornamelijk te danken aan de sterke reductie van de uitstoot door de energiesector. Dit is terug te zien in de trend in BKG-emissies in alle regio’s van de EU. Hierbij blijft het tempo in de BKG-emissiereductie in Oost-EU achter bij de rest van de EU. Het gebruik van de meest emissie-intensieve brandstoffen – zoals steenkool en olie – is in veel EU-landen sterk verminderd, terwijl tegelijkertijd de groei van hernieuwbare energie is versneld door heel Europa. De EU heeft zich namelijk ten doel gesteld om in 2030 ten minste 42,5 % hernieuwbare energie te gebruiken. Ondanks dat het halen van dit doel twijfelachtig is, zal de groei in hernieuwbare energie voorlopig wel aanhouden.

Het emissiehandelssysteem van de EU (EU-ETS) heeft ook een grote bijdrage geleverd aan de vermindering van de BKG-uitstoot. Het EU-ETS dwingt namelijk de grootste uitstoters van broeikasgassen in de sectoren energievoorziening en industrie in Europa versneld te decarboniseren. Door het aantal vrije emissierechten – die binnen het systeem zijn opgenomen – jaarlijks te verminderen zal de uitstoot van broeikasgassen in het bedrijfsleven versneld afnemen, wat vervolgens bijdraagt aan de poging om de klimaatdoelstellingen richting 2030 en 2050 te realiseren.

De EU is voor een groot deel nog steeds afhankelijk van fossiele brandstoffen, zoals steenkool, olie en gas. De energiemix uit 2024 laat zien dat de meeste landen in de EU nog steeds voor meer dan 50% afhankelijk zijn van deze fossiele brandstoffen voor hun energievoorziening. Volgens energiedenktank EMBER kan de EU afhankelijkheid van de invoer van fossiele brandstoffen versneld worden afgebouwd. Dit kan onder meer worden bereikt door in de elektriciteitsvoorziening in te zetten op elektriciteitsopwekking uit binnenlandse bronnen en door elektrische technologieën in het EU-energiesysteem optimaal te benutten. Goed uitgevoerd kan dit dan resulteren in een 50% reductie van de import tegen 2040.

De resultaten die de EU heeft bereikt op het gebied van energie efficiëntie zijn in de post-Parijsperiode eveneens positief. Zo is de energieproductiviteit versneld toegenomen, terwijl de BKG-emissies verder zijn gedaald. En zelfs sneller dan het fossiele deel in de finale energieconsumptie (FEC). Dit betekent dat de toename in de energie efficiëntie in de EU een grote bijdrage heeft geleverd in de afname van de BKG-emissies. Voor de EU als geheel is dit een positief resultaat, maar de verschillen tussen de EU-landen zijn echter groot. Dit komt doordat in sommige EU-landen de energie-intensiteit nog zorgwekkend hoog is en niet eenvoudig te verminderen doordat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen aanzienlijk is.

Het EU klimaatbeleid en haar 2030-doel zet aan tot decarbonisatie

Sinds 1990 hebben de Baltische Staten, Roemenië en Bulgarije hun BKG-emissies in relatieve termen verreweg het sterkst verminderd van alle EU-27 landen. Deze landen hebben inmiddels het gestelde 2030-doel bereikt. Volgens het Internationale Monetaire Fonds (IMF) is de Roemeense economie echter nog zeer emissie- en energie-intensief door de sterke afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Dit komt met name tot uitdrukking in de hoge intensiteit van fossiele brandstoffen van de transportsector en de lage energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving.

Tsjechië, Slowakije, Duitsland en Denemarken liojken zich geen zorgen te hoeven maken. Deze landen – met een gezamenlijk aandeel van 27% in de totale BKG-emissies van de EU-27 – zijn in staat om het 2030-doel te bereiken als zij erin slagen om het BKG-reductietempo uit de periode 2017-2024 vast te houden. In de overige landen van de EU-27 zijn de zorgen over de haalbaarheid van het 2030-doel groter. Voor de landen met een gezamenlijk aandeel van 47% in de totale EU-uitstoot – de gele balken in onderstaande linker figuur – blijven er zorgen bestaan over de haalbaarheid van het 2030-doel. Voor ruim 20% van de EU-uitstoot geldt dat er veel grotere zorgen blijven bestaan. Elk land kent hierin zijn afzonderlijke uitdagingen.

De klimaatdoelen liggen nog niet binnen handbereik. Voor het halen van het gestelde doel naar 2030 is het noodzakelijk dat de decarbonisatietechnologieën met de meeste impact op grotere schaal worden ingezet. Het vereist stevige investeringen en een sterkere uitbreiding van de netwerkcapaciteit voor verdere elektrificatie, gelijktijdig aangevuld met stimulerend duurzaam overheidsbeleid. De inspanningen die nu worden gedaan zullen helpen om de overgang naar klimaatneutraliteit voor de EU richting 2050 enigszins soepel en betaalbaar te laten verlopen. Momenteel zijn de vooruitzichten over de haalbaarheid van de transitie nog relatief ongunstig. Er moet nog veel gebeuren. De uitdagingen – zoals de obstakels in de energietransitie en de veranderende geopolitieke context – vergen nog steeds veel aandacht en zetten een rem op de transitie.

Maar ondanks de uitdagingen heeft de EU-27 toch vooruitgang geboekt in de reductie van broeikasgassen. In de periode 2017-2024 (de post-Parijsakkoord periode) is een duidelijke versnelling zichtbaar ten opzichte van de periode 1990-2016. Het is een trend die met de bestaande decarbonisatietechnologieën in stand kan worden gehouden in de komende jaren. Het is nu alleen zaak om de vermindering in de uitstoot en de verdere transitie te versnellen, want met het gerealiseerde emissiereductietempo in de post-Parijsakkoordperiode liggen de klimaatdoelen nog buiten bereik. Als we dit tempo doortrekken richting 2030, ontstaat er namelijk een decarbonisatiegat van 20%. Dit gat – het verschil tussen het 2030-klimaatdoel en datgene wat haalbaar is met het reductietempo in de post-Parijsakkoordperiode – loopt alleen maar verder op richting 2050 wanneer geen aanvullende maatregelen worden genomen om de BKG-uitstoot te verminderen. Meer transparant beleid en samenwerking op het Europese continent gaat in dit verband helpen om de overgang naar klimaatneutraal te stimuleren.

Om het 2030-doel te bereiken moeten EU-landen blijvend meer investeren in milieuvriendelijke technologieën, het koolstofvrij maken van de energiesector, het energie-efficiënter maken van gebouwen en het stimuleren van schonere vormen van vervoer. Uit de EU-emissiecijfers blijkt dat met name het koolstofarm maken van vervoer en gebouwen moeizaam gaat. Meer restrictief beleid in de komende jaren gaat in deze sectoren helpen om de BKG-uitstoot in een hoger tempo te verminderen. Terwijl grote uitstoters binnen de energie en zware industrie onder het emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen, krijgen de sectoren vervoer en gebouwen (maar ook de landbouw en de industriële bedrijven die niet onder ETS-1 vallen) gezamenlijke jaarlijkse limieten op BKG-emissies opgelegd vanuit het Effort Sharing Regulation (ESR) via ETS-2. Dit helpt om de klimaatdoelen voor de hele economie binnen handbereik te houden.

Conclusie

Ondanks de toegenomen investeringen in schone energie en decarbonisatietechnologieën (en de innovatie daarin) in de afgelopen jaren, is het nog onvoldoende om het tempo in de BKG-emissiereductie structureel te verhogen. Het ligt hierbij deels ook aan de randvoorwaarde om verdere versnelling in emissiereductie te realiseren, zoals het structurele tekort aan personeel, de beperkte netwerkcapaciteit voor elektrificatie en ook de onzekerheid rondom de toevoer van grondstoffen. Daarnaast blijft transparant, ondersteunend en stimulerend overheidsbeleid onmisbaar om de koers naar klimaat neutrale economie in zicht te houden. Het vereist echter ook grotere inspanningen van EU-bedrijven in de hele economie. Uit onze analyse blijkt dat er nog veel meer klimaatmaatregelen en investeringen in decarbonisatie nodig zijn om de EU-klimaatdoelen te halen. Niet alleen in de technieken zelf, maar bijvoorbeeld ook in de infrastructuur.

De vooruitgang die de EU heeft geboekt op het gebied van decarbonisatie is veelbelovend en toont aan dat ambitieuze klimaatdoelen daadwerkelijk impact kunnen hebben. Toch is het duidelijk dat het huidige tempo van emissiereductie onvoldoende is om de gestelde doelen voor 2030 en 2050 volledig te bereiken. Dit wijst op een urgentie om de inspanningen te intensiveren, onder andere door verder te investeren in schone technologieën, het versnellen van de energietransitie, en het aanpakken van sectoren die achterblijven, zoals vervoer en gebouwen. De uitdagingen zijn groot en worden versterkt door geopolitieke obstakels, maar ze benadrukken des te meer de noodzaak van een gezamenlijke en transparante aanpak binnen Europa. Alleen door de kloof tussen ambitie en realiteit te dichten kan de EU een leidende rol blijven spelen in de mondiale strijd tegen klimaatverandering, en een toekomst bouwen die werkelijk klimaatneutraal is.