FX Weekly - Dollar lager ondanks hogere rente

PublicationMacro economy
5 minuten lezen

Energieprijzen stijgen door de aanhoudende impasse tussen de VS en Iran. Dat ondersteunt valuta’s die profiteren van hogere olie- en gasprijzen, zoals de Noorse kroon. De Canadese dollar wordt daarentegen afgeremd door zorgen over importtarieven. De valuta-interventie van de VS en Japan in de yen werkt nog steeds door in de markten, vooral via de markt voor Amerikaanse staatsobligaties en minder via de yen zelf. De Amerikaanse rentes zijn deels gestegen doordat beleggers een hogere termijnpremie vragen. Hogere Amerikaanse rentes ondersteunen dit maal de dollar niet, omdat ze vooral risico en onzekerheid weerspiegelen in plaats van sterkere economische groei. EUR/USD is gestegen tot boven 1,16 en wij verwachten dat de dollar verder verzwakt.

Meerdere factoren spelen een rol

Verhoudingen op financiële markten kunnen snel veranderen, omdat meerdere factoren tegelijk invloed hebben. In deze publicatie kijken we naar energieprijzen en valuta’s, renteontwikkelingen en de Amerikaanse dollar. Op dit moment spelen verschillende ontwikkelingen tegelijk.

De impasse tussen de VS en Iran houdt aan en duwt de olie- en gasprijzen omhoog. Opvallend genoeg heeft dit de euro tegenover de Amerikaanse dollar niet verzwakt. Tegelijkertijd blijven valuta’s van landen die olie en gas exporteren, zoals de Noorse kroon, goed presteren. De Canadese dollar profiteerde ook van hogere energieprijzen, maar het vooruitzicht van Amerikaanse importtarieven van 50% heeft de munt minder aantrekkelijk gemaakt.

Ondertussen zijn de gevolgen van de gecoördineerde valuta-interventie van de VS en Japan in de yen eind juli nog steeds zichtbaar. Dat is minder duidelijk te zien in de yen zelf, die sinds de interventie weer wat is verzwakt, maar juist sterker in de markt voor Amerikaanse staatsobligaties. Het lijkt er steeds meer op dat de VS met de yen-interventie vooral wilden voorkomen dat de verkoop van Amerikaanse staatsobligaties door Japan te veel impact zou hebben. Dit gebeurt op een moment waarop onzekerheid bestaat over de koers van het Fed-beleid onder Kevin Warsh. Daarnaast is de termijnpremie op tienjarige Amerikaanse staatsobligaties gestegen. Dat betekent dat beleggers extra vergoeding vragen voor het aanhouden van langlopende obligaties, vanwege meer onzekerheid over inflatie, rente, beleid en het toekomstige aanbod van obligaties. De rente op Amerikaanse staatsobligaties is gestegen. Zo ligt de rente op de 30-jarige Amerikaanse staatsobligatie vandaag 45 basispunten hoger dan op 24 juni. Daarnaast is het verschil tussen de 2-jaars en 10-jaars Amerikaanse rente sterker opgelopen dan het verschil tussen de 10-jaars en 30-jaars rente. Dit wijst erop dat zorgen over het Amerikaanse overheidsrisico vooral zichtbaar zijn in het 10-jaars segment van de obligatiemarkt.

Normaal gesproken zijn hogere obligatierentes en grotere renteverschillen positief voor een valuta, vooral als ze het gevolg zijn van sterke economische groei. Maar wanneer hogere rentes worden veroorzaakt door beleidsonzekerheid, een zeer groot aanbod van obligaties, zorgen over begrotingstekorten, een hogere termijnpremie en zorgen dat grote beleggers – zoals Japan en Japanse pensioenfondsen –Amerikaanse staatsobligaties kunnen verkopen, is dat niet positief voor de Amerikaanse dollar. In dat geval weerspiegelen hogere rentes vooral een hogere risicopremie, en niet betere vooruitzichten voor de Amerikaanse economie. De dollar heeft het dan ook moeilijk, ondanks hogere energieprijzen en hogere rentes. Daardoor is EUR/USD gestegen tot boven 1,16. Wij verwachten dat de Amerikaanse dollar verder verzwakt, door beleidsonzekerheid, een hogere termijnpremie en kleinere renteverschillen tussen de VS en zowel de eurozone als Japan. De komende rentebesluiten van de ECB op 10 september, de Fed op 16 september en de Bank of Japan op 18 september worden daarom met veel aandacht gevolgd.

Riksbank houdt rente naar verwachting onveranderd

Morgen houdt de Zweedse centrale bank, de Riksbank, haar beleidsrente waarschijnlijk onveranderd op 1,75%. Tijdens de vergadering in juni gaf de Riksbank aan dat de onderliggende inflatie laag was en dat de economische activiteit iets zwakker was dan normaal. Tegelijkertijd zorgden verstoringen aan de aanbodkant voor extra inflatiedruk en voor een groter risico dat de inflatie te hoog blijft. Tegen deze achtergrond verhoogde het bestuur van de Riksbank de toekomstige verwachtingen voor de beleidsrente iets, maar vond men het toch passend om de beleidsrente nu ongewijzigd te laten.

Zweden is relatief weinig afhankelijk van olie en wordt daardoor minder direct geraakt door het conflict in het Midden-Oosten. Het grootste deel van de Zweedse energie komt uit waterkracht, kernenergie, windenergie, biobrandstoffen en afval. Olieproducten maken slechts ongeveer 20% van de totale energievoorziening uit (IEA 2024). Wel is Zweden sterk afhankelijk van internationale handel. Daardoor kan een stijging van de wereldwijde inflatie uiteindelijk toch doorwerken in de binnenlandse prijzen.

Vooruitkijkend zijn we licht positief over de kroon, maar we verwachten geen sterke appreciatie van de Zweedse kroon. Er zijn namelijk zowel steunende als beperkende factoren. Aan de positieve kant blijven de langetermijnfundamenten, zoals de lopende rekening, sterk. Ook lijkt de kroon ondergewaardeerd ten opzichte van haar geschatte reële waarde. Daarnaast denken wij dat de Riksbank klaar is met het verlagen van de rente, terwijl financiële markten vóór het einde van dit jaar één renteverhoging van 25 basispunten inprijzen. Die zou waarschijnlijk plaatsvinden na de door ons verwachte renteverhoging van de ECB in september. Tegelijkertijd is de Zweedse economie sterk afhankelijk van de wereldhandel en mondiale groei. Als de wereldeconomie vertraagt, verzwakt de kroon meestal. Bovendien is de Zweedse kroon, net als de Noorse kroon, minder liquide dan grote valuta’s. Daardoor kan de munt snel dalen wanneer beleggers voorzichtiger worden.