Top of Mind - Weg met de oude heffingen, welkom nieuwe heffingen

Na een verrassend lange vertraging heeft het Hooggerechtshof afgelopen vrijdag met 6-3 stemmen geoordeeld dat de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) de president niet de bevoegdheid geeft om invoerheffingen op te leggen. Belangrijk is dat zij de beslissing over de vraag of betaalde invoerheffingen, ter waarde van meer dan 160 miljard dollar, moeten worden terugbetaald, hebben doorverwezen naar lagere rechtbanken. De regering-Trump heeft snel opnieuw invoerheffingen opgelegd via andere middelen. Toch werden de totale heffingsdruk enigszins verlaagd, waarbij sommige landen aanzienlijk meer profiteerden dan andere.
Het Hooggerechtshof heeft besloten om de door de regering-Trump op grond van de International Emergency Economic Powers Act opgelegde tarieven nietig te verklaren
Ongeveer 60 % van de tarieven werd geschrapt, maar al snel vervangen door tijdelijke tarieven van 15 % op grond van artikel 122
Het totale niveau van de invoerheffingen is slechts licht gedaald, maar voor sommige landen is de daling aanzienlijk
Voor de EU blijven de invoerheffingen grotendeels van kracht, hoewel er nieuwe onzekerheid bestaat over de ratificatie van het Turnberry-akkoord
China en verschillende opkomende markten zijn de belangrijkste begunstigden van deze ontwikkeling, die hun concurrentiepositie zien verbeteren
De uitspraak van het Hooggerechtshof
De rechtsgrondslag voor de tarieven leek altijd twijfelachtig, omdat deze was gebaseerd op chronische bilaterale handelstekorten om een nationale noodtoestand af te kondigen. Vanuit economisch oogpunt was er altijd weinig twijfel over dat de grondslag onjuist was. De rechtszaak draaide voornamelijk om de vraag of de president de bevoegdheid had om zonder goedkeuring van het Congres tarieven op te leggen. De meerderheid oordeelde uiteindelijk tegen de president.
De uitspraak was belangrijk, omdat hieruit blijkt dat de uiteindelijke controle op het Amerikaanse presidentschap intact blijft. Tegelijkertijd heeft de regering-Trump vaker gehandeld op basis van een ogenschijnlijk zwakke rechtsgrondslag, waarbij zij ‘om vergeving vroeg in plaats van toestemming’. Vorig jaar voerden zij een aanval op Iran en een militaire operatie in Venezuela uit, beiden zonder goedkeuring van het Congres. Hierdoor heeft de regering-Trump de geopolitieke situatie permanent kunnen veranderen, ogenschijnlijk zonder beperkingen.
Toch is deze uitspraak een positieve ontwikkeling, omdat hiermee een van de belangrijkste instrumenten wordt weggenomen die Trump heeft gebruikt om zijn handelspartners onder druk te zetten om verschillende concessies te verkrijgen. Hij kan niet langer van de ene op de andere dag willekeurig hoge tarieven opleggen aan andere landen. Elke dreiging zou nu de vorm aannemen van een maandenlang onderzoek. Veel van de ontwikkelingen van vorig jaar zouden met deze beperking heel anders zijn verlopen.
Welke heffingen worden wel of niet geannuleerd
Het besluit van het Hooggerechtshof heeft de IEEPA-tarieven nietig verklaard. Dat komt neer op de ‘wederkerige heffingen’ van Liberation Day en de heffingen in verband met fentanyl. Sectorale tarieven op grond van artikel 232, zoals die op staal en aluminium, auto's en sommige andere goederen, blijven van kracht. De IEEPA-tarieven waren echter veruit de grootste, goed voor bijna 60% van de totale tariefinkomsten sinds Trump aantrad. Het is op dit moment onduidelijk of deze tarieven moeten worden terugbetaald, hoewel het onwaarschijnlijk lijkt dat bedrijven zomaar zullen accepteren dat ze een onwettige belasting hebben betaald. Lagere rechtbanken hebben de IEEPA-tarieven eerder snel verworpen en daarom achten wij het ook waarschijnlijk dat deze moeten worden terugbetaald.
De impact op het begrotingsbeeld zal beperkt zijn. In ons basisscenario was al rekening gehouden met een daling van de tarieven dit jaar, die nu ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het terugbetalen van de tarieven van vorig jaar zal het tekort van dit jaar weer doen stijgen, maar zal over het algemeen waarschijnlijk geen kwalitatieve verandering in het traject van de Amerikaanse schuld teweegbrengen. We verwachten ook geen substantiële impact op de inflatie. Het totale tariefniveau blijft op een historisch hoog niveau. Zelfs als bedrijven tariefrestituties krijgen, is het onwaarschijnlijk dat ze die fiscale meevaller zullen doorberekenen aan de eindconsument. Eventuele doorberekeningen van tariefverhogingen zullen niet worden teruggedraaid, maar een deel van de resterende druk kan enigszins afnemen.
De reactie van Trump
Trump was duidelijk niet blij met de uitspraak van het Hooggerechtshof. Zoals verwacht heeft hij onmiddellijk een aantal tarieven opnieuw ingevoerd via sectie 122. Deze sectie staat de VS toe om zonder goedkeuring van het Congres tot 150 dagen lang tarieven tot 15% op te leggen. Belangrijk is dat deze sectie geen variatie tussen landen toestaat. De regering-Trump legde aanvankelijk 10% op, het laagste van de landspecifieke wederkerige importheffigen, maar verhoogde dit later tot het maximale tarief van 15%. Tariefvrijstellingen voor goederen die onder sectie 232 vallen, zoals diverse consumentenelektronica, energie en farmaceutische producten, evenals goederen die voldoen aan de USMCA, bleven gehandhaafd. Ondertussen verklaarde de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Greer dat de uitspraak van het Hooggerechtshof geen invloed zal hebben op de overeenkomsten die de VS met haar partners heeft gesloten, zoals die met de EU, het VK en Japan – althans vanuit het oogpunt van de VS (zie hieronder voor het standpunt van de EU).

De tariefniveaus daalden daardoor kortstondig aanzienlijk, maar veerden dus snel weer op, en het totale effectieve tarief ligt nu ongeveer 2 procentpunten onder het niveau van vóór de uitspraak (zie grafiek linksboven). Sommige landen profiteren hiervan, andere niet. In de grafiek rechts zien we dat landen als China, Brazilië en India, waarvoor hoge, grotendeels politieke tarieven golden, nu te maken hebben met aanzienlijk lagere tarieven. Tegelijkertijd kunnen de EU en het VK in feite een kleine stijging van het tarief zien, afhankelijk van de vraag of de maxima van 15% en 10% in hun handelsovereenkomsten van kracht blijven, of dat zij te maken krijgen met het volledige tarief van 15% uit hoofde van artikel 122.
De volgende tariefstappen
Sectie 122 biedt opnieuw juridisch twijfelachtige gronden voor tarieven. Formeel is deze sectie opgesteld om internationale betalingsproblemen in een regime met vaste wisselkoersen te voorkomen. Gezien het precedent van de IEEPA-tarieven is het onwaarschijnlijk dat een juridische procedure, die ongetwijfeld zal volgen, voor het verstrijken van de termijn van 150 dagen zal worden afgerond. In de tussentijd zal de regering-Trump naar verwachting sectie 232 op sectorniveau en sectie 301 inzake “oneerlijke buitenlandse handelspraktijken” gebruiken om de tarieven op een permanente en juridisch meer verantwoorde manier opnieuw in te voeren. Beide vereisen uitgebreid onderzoek voordat ze kunnen worden toegepast. Geen van beide kan worden gebruikt om het Liberation Day-pakket volledig te emuleren, aangezien ze geen algemene tarieven toestaan, maar met een uitgebreide inspanning kan men daar wel dichtbij komen. Dit is goed nieuws voor de pinguïns op de Heard- en MacDonald-eilanden, die momenteel te maken hebben met tarieven van 10%, maar waarschijnlijk niet zullen worden onderzocht.
Sectie 232 is alleen van toepassing op bepaalde sectoren en niet op landen, hoewel er voor bepaalde landen uitzonderingen kunnen worden toegestaan. Sectie 301 is van toepassing op landen en vereist eveneens een langdurig en formeel onderzoek. De duur moet om de vier jaar worden herzien en de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger kan ze handhaven als een Amerikaans bedrijf kan aantonen dat het baat heeft bij de tarieven.
Wat gebeurt er als het onderzoek niet binnen 150 dagen is afgerond? Het Congres kan de tarieven van sectie 122 verlengen tot na de periode van 150 dagen, en tegen die tijd zal de huidige Republikeinse meerderheid nog steeds aan de macht zijn. Toch is de timing van belang, aangezien een besluit tot verlenging dicht bij de tussentijdse verkiezingen zou liggen. Tarieven zijn impopulair en Republikeinse congresleden die zich herkiesbaar stellen, zouden kunnen aarzelen om hiermee akkoord te gaan.
EU reactie en impact op de eurozone
De EU reageerde op de meest recente tariefontwikkelingen met een stevige verklaring waarin zij duidelijkheid eiste dat het nieuwe tarief van 15% geen schending vormt van de Amerikaans Europese “Turnberry” overeenkomst van afgelopen juli. Tot dusverre suggereert de lijst met vrijstellingen voor het 15%-tarief dat het ‘nieuwe’ tariefregime voor de EU zeer vergelijkbaar is met, zo niet identiek aan, de situatie van vóór de uitspraak van het Hooggerechtshof. Toch kunnen de ontwikkelingen om twee redenen nog steeds betekenisvol zijn.
Ten eerste ontstaat er nieuwe onzekerheid rond de EU ratificatie van de Turnberry overeenkomst, die al was vertraagd door de Groenland episode in januari. De overeenkomst wordt binnen de EU in stilte verafschuwd als een capitulatie aan de VS, en Bernd Lange, voorzitter van de handelscommissie van het Europees Parlement, heeft voorgesteld de ratificatie op te schorten. Deze stond gepland voor morgen. Zelfs als de VS zich aan haar deel van de afspraak houdt, kan worden betoogd dat de gehele basis voor politieke steun voor de overeenkomst — namelijk dat de door de EU gedane concessies zouden helpen om nog hogere tarieven te vermijden — is weggevallen nu Trump geen juridische grondslag meer heeft om hogere tarieven op te leggen. Of dit voldoende is om de overeenkomst volledig te laten stranden, is onduidelijk. Mocht de deal volledig worden geschrapt, dan loopt de EU nog steeds het risico op hogere toekomstige sectorale Section 232 tarieven, bijvoorbeeld op farmaceutische producten (een kwart van de EU export naar de VS), waarvoor in de Turnberry overeenkomst momenteel een plafond van 15% is vastgelegd.
De tweede factor om in ogenschouw te nemen is het verlies aan concurrentiekracht van de EU ten opzichte van andere handelspartners van de VS, met name China. Onder het vorige regime werden EU exporten naar de VS geconfronteerd met veel lagere tarieven dan die voor China en veel opkomende markten. Dat concurrentievoordeel is nu deels verdwenen. Tegelijkertijd concurreren de EU en China grotendeels in verschillende segmenten van de Amerikaanse markt: de EU exporteert relatief meer hoogwaardige en gedifferentieerde producten (zoals farmaceutica, (luxe) auto’s en voor de EU unieke voedingsmiddelen). Waar zij wel direct concurreren, bijvoorbeeld in staal, blijft het concurrentievoordeel van de EU intact, aangezien staal onder de Section 232/301 tarieven valt, die niet worden geraakt door de uitspraak van het Hooggerechtshof.
Alles bij elkaar zien wij op basis van de huidige ontwikkelingen vooralsnog onvoldoende reden om onze raming voor de economische groei in de eurozone aan te passen. Het grootste risico ligt waarschijnlijk bij een mislukte ratificatie van de Turnberry overeenkomst en de mogelijkheid dat dit leidt tot hogere sectorspecifieke tarieven. Dit zou vervolgens kunnen uitmonden in een hernieuwde wederzijdse handelsoorlog, al is de ruimte voor escalatie nu duidelijk begrensd door de uitspraak van het Hooggerechtshof.
China lijkt te profiteren nu de Amerikaanse tarieven verder dalen…
Op het eerste gezicht lijkt China een van de begunstigden van de uitspraak van het Hooggerechtshof, aangezien de twee grondslagen die de VS vorig jaar gebruikte om tarieven op China in te voeren onder de IEEPA (de ‘mondiaal wederkerige’ grondslag en de fentanyl gerelateerde grondslag) nu zijn weggevallen. Na een aanvankelijke sterke stijging na US Liberation Day werden de bilaterale tarieven fors verlaagd na het bestand in Genève in mei, en verder teruggebracht na de ontmoeting tussen Trump en Xi in Zuid Korea eind oktober.Vóór de uitspraak van het Hooggerechtshof bedroegen de extra nominale Amerikaanse tarieven op China onder de tweede regering Trump in totaal 20% (10% wederkerig, en het fentanyl gerelateerde deel dat was verlaagd van 20% naar 10%), waarbij consumentenelektronica was vrijgesteld. Indien de VS nu een tarief van 15% op China invoert onder Section 122 van de Trade Act van 1974, zou China te maken krijgen met wat lagere nominale tarieven (ervan uitgaande dat de vrijstellingen voor consumentenelektronica van kracht blijven).
Dit zou kunnen bijdragen aan een gedeeltelijk herstel van de directe bilaterale handelsstromen tussen de VS en China (op zichzelf positief voor de groei), nadat de Chinese export naar de VS in 2025 met 20% is gedaald ten opzichte van 2024. Daarbij merken wij op dat de daling van de directe Chinese export naar de VS ruimschoots is gecompenseerd door hogere exporten naar andere regio’s, onder meer via handelsomleiding via Zuidoost Azië. De totale Chinese export groeide in 2025 met 5,5% en het handelsoverschot bereikte vorig jaar een recordhoogte van USD 1,2 biljoen.
…maar zowel China als de VS hebben nog steeds redenen om vast te houden aan het handelsbestand
De uitspraak van het Hooggerechtshof zal Beijing waarschijnlijk ook een sterkere positie geven in toekomstige bilaterale handelsonderhandelingen. Naar verluidt zal president Trump eind maart/begin april zijn Chinese ambtgenoot in Beijing bezoeken. China heeft in het kader van de handelsdeal toegezegd meer Amerikaanse sojabonen en andere Amerikaanse producten te kopen, en zou zich nu gesterkt kunnen voelen nu de VS minder middelen heeft dan voorheen om met toekomstige tariefdreigingen te zwaaien.
Desondanks zijn wij nog steeds van mening dat zowel de VS als China hun eigen redenen hebben om het handelsbestand grotendeels in stand te houden. Een zeer belangrijk onderdeel van dat bestand heeft helemaal geen betrekking op tarieven, maar op knelpunten (chokepoints). Beide landen kwamen afgelopen oktober overeen om strengere beperkingen op halfgeleiders (VS) en de export van zeldzame aardmetalen (China) met een jaar uit te stellen. Tot dusver heeft Beijing terughoudend gereageerd op de uitspraak van het Hooggerechtshof en op Trumps nieuwe tariefplannen. Het Chinese ministerie van Handel verklaarde maandag dat het een uitgebreide beoordeling uitvoert van de implicaties en voegde daaraan toe dat China verdere tariefontwikkelingen nauwlettend zal blijven volgen, waarbij het zijn eigen belangen blijft beschermen.
Ook andere opkomende markten kunnen profiteren
Voor de Aziatische auto en elektronicaproducenten (Japan, Zuid Korea en Taiwan) lijkt de vervanging van de IEEPA tarieven door een Section 122 tarief van 15% op het eerste gezicht weinig gevolgen te hebben, aangezien de bilaterale handelsakkoorden van deze landen met de VS allemaal waren gebaseerd op een tarief van 15%. Wel staan deze landen op het punt hun relatieve voordeel ten opzichte van landen als China te verliezen wat betreft Amerikaanse tarieven.
Grote opkomende markten zoals India en Brazilië zullen naar verwachting profiteren van het nieuwe tariefkader. Al vóór de uitspraak van het Hooggerechtshof had de VS ermee ingestemd de tarieven op India te verlagen van 25% naar 18%, terwijl aanvullende tarieven die waren ingevoerd vanwege India’s aankoop van Russische olie werden geschrapt. De VS en India onderhandelen nog steeds over een breder handelsraamwerk. Brazilië werd vóór de uitspraak geconfronteerd met hoge tarieven (ongeveer 30%) en zou daarom eveneens moeten kunnen profiteren van het nieuwe kader.

