De economische impact van een warmer Europa

De zomer van 2026 is tot nu toe uitzonderlijk warm en droog geweest, met natuurbranden die zich over grote delen van Europa hebben verspreid. Recente indicatoren voor landtemperaturen, droogte en natuurbrandactiviteit liggen duidelijk boven de langetermijntrends. Bovendien zijn de economische verliezen door hittegolven, droogte en natuurbranden in de loop der tijd gestaag toegenomen. In deze notitie ramen we de economische verliezen die Europa in de zomer van 2026 heeft geleden. Ook kijken we naar wat deze ontwikkelingen kunnen betekenen voor Nederland. Tot slot onderzoeken we de gevolgen van deze extreme weersomstandigheden voor de energiemarkten.
Klimaatincidenten, directe schade en bbp-impact
Bij het beoordelen van de economische kosten van klimaatincidenten is het belangrijk onderscheid te maken tussen directe schade en de impact op bbp-cijfers. Directe schade verwijst naar de onmiddellijke fysieke verliezen die een gebeurtenis veroorzaakt, zoals verwoeste gebouwen, beschadigde of verloren infrastructuur en oogstverliezen. Bbp-impact meet daarentegen het effect op economische activiteit en productie, bijvoorbeeld fabriekssluitingen, verstoringen in transport en toeleveringsketens, minder toeristische activiteit of lagere arbeidsproductiviteit. Zorguitgaven en uitgaven voor wederopbouw, noodmaatregelen en rampenbestrijding werken juist de andere kant op voor het bbp en zullen toenemen.
Directe schade is vaak makkelijker waar te nemen en te kwantificeren, maar vormt niet noodzakelijk een goede benadering van macro-economische effecten. De relatie tussen directe schade en bbp verschilt sterk per klimaatincident, omdat elk incident de economische activiteit via andere transmissiekanalen raakt. Deze staan hieronder.
Hittegolven veroorzaken doorgaans relatief beperkte fysieke schade, maar kunnen grote economische effecten hebben doordat zij de arbeidsproductiviteit verlagen, werktijden verkorten, transport en infrastructuur verstoren en – in tegengestelde richting – de vraag naar energie voor koeling verhogen. Droogte kan landbouwopbrengsten en veehouderijproductie verlagen, de opwekking van waterkracht verminderen, waterintensieve industriële processen verstoren en binnenvaart beperken door lage rivierstanden. Droogte kan ook de efficiëntie van thermische en nucleaire elektriciteitsopwekking verlagen wanneer koelwater schaars wordt of te warm is. Daardoor kan droogte aanzienlijke verliezen aan economische productie veroorzaken, ook wanneer de directe fysieke schade relatief beperkt is. Natuurbranden hebben vaak het tegenovergestelde profiel. Zij kunnen zeer grote directe schade veroorzaken door de vernietiging van woningen, commerciële gebouwen, industriële faciliteiten, bossen en infrastructuur. Hun bbp-impact kan echter kleiner zijn dan de waarde van de fysieke verliezen, omdat wederopbouw, noodsteun en rampenbestrijding de daling van de economische productie deels compenseren. Toch kunnen natuurbranden het bbp raken via bedrijfsonderbrekingen, verstoringen van toerisme en lokale diensten en effecten op toeleveringsketens.
Een voorbeeld van het verschil tussen directe schade en de impact op het bbp zijn de natuurbranden van 2025 in Los Angeles County in de VS, waarbij meer dan 151 km² land werd verwoest. Deze branden leidden tot geraamde vastgoed- en kapitaalverliezen van USD 95 miljard tot USD 164 miljard (zie ). Ondanks de omvang van deze fysieke verwoesting raamden economen dat de impact op het bbp van Los Angeles County ongeveer 0,48% zou bedragen, gelijk aan circa USD 4,6 miljard aan verloren productie in 2025. Op nationaal niveau daalde het Amerikaanse bbp slechts met ongeveer 0,01% tot 0,02%.
Economische verliezen door hittegolven, droogte en natuurbranden nemen toe
Gegevens van het Europees Milieuagentschap (EEA, zie ) laten zien dat de economische verliezen door alle extreme weer- en klimaatgerelateerde gebeurtenissen in Europa in 2021-2024 zijn gestegen naar een jaargemiddelde van circa EUR 54 miljard, in constante prijzen van 2024. Dat is gelijk aan ongeveer 0,3% van het Europese bbp.
In deze onderzoeksnotitie richten we ons op allen hittegolven, droogte en natuurbranden. Deze incidenten waren samen goed voor gemiddeld circa 32% van de totale verliezen door alle weer- en klimaatgerelateerde incidenten in de afgelopen vier jaar. Daarnaast zijn de verliezen die met deze incidenten samenhangen de laatste jaren duidelijk gestegen: de verliezen die in 2021-2024 zijn geregistreerd, komen overeen met ongeveer 30% van alle verliezen over de periode 1980-2024, uitgedrukt in constante prijzen van 2024. Anders dan bij andere natuurrampen is de verzekeringsdekking voor hittegolven, droogte en natuurbranden meestal relatief laag. Gemiddeld is slechts circa 10% van de verliezen in Europa verzekerd, tegenover ongeveer 50% van de stormgerelateerde verliezen en 37% van de overstromingsgerelateerde verliezen.

Verliezen in 2026 worden naar verwachting hoger dan het langetermijngemiddelde
De zomer van 2026 wordt tot nu toe gekenmerkt door uitzonderlijk hete en droge omstandigheden in Europa, in combinatie met wijdverspreide en ernstige natuurbrandactiviteit. Juni was de warmste maand ooit gemeten, met een gemiddelde temperatuur van 20,7°C, of 3,1°C boven het gemiddelde van 1991-2020 (zie ). Eind juni had Europa al twee grote hittegolven doorgemaakt (zie kaart linksonder), waarbij in de meeste Europese landen temperatuurrecords werden gebroken.

Tegelijkertijd bleef de neerslag in grote delen van het continent in het voorjaar en de vroege zomer ruim onder het gemiddelde, waardoor ernstige droogte ontstond (zie ). De Standardized Precipitation Evapotranspiration Index (SPEI), die de gecombineerde effecten van neerslagtekorten en ongewoon hoge temperaturen weergeeft, wees medio juli 2026 op aanhoudende en ernstige droogte in grote delen van Europa (donkerrode gebieden op de kaart rechtsboven). De combinatie van extreme hitte en gebrek aan neerslag voedde grote natuurbranden in Spanje, Frankrijk, Portugal, Italië en Griekenland, maar ook in landen die minder vaak met zulke gebeurtenissen worden geassocieerd, waaronder Estland, Duitsland en Nederland (zie grafiek linksonder). Tot slot hebben de hete en droge omstandigheden ook de waterstanden in verschillende grote Europese rivieren sterk verlaagd, waaronder de Rijn, de Donau en de Italiaanse Po (zie kaart rechtsonder).

Alles bij elkaar wijzen de extreme omstandigheden in het eerste deel van de zomer op een waarschijnlijk merkbare impact op het bbp. Hieronder geven we enkele voorbeelden van recente ramingen van de gevolgen van de hittegolven, droogte en natuurbranden in 2026. Deze ramingen wijzen erop dat de klimaatgerelateerde impact dit jaar waarschijnlijk groter is dan het gemiddelde van de afgelopen jaren.
Om te beginnen verwachtte COCERAL, de Europese vereniging voor de graanhandel, in haar vooruitblik van juli dat de graanopbrengst per hectare in de EU dit jaar met ongeveer 7% zou dalen ten opzichte van 2025 (zie ). Tegen huidige marktprijzen zou zo’n daling een direct verlies aan graanproductie betekenen ter waarde van ongeveer EUR 4-5 miljard.
Daarnaast raamde de Financial Times onlangs (zie ) dat de economische kosten van natuurbranden in Europa in de eerste maanden van het brandseizoen van 2026 al waren opgelopen tot meer dan EUR 3,1 miljard, op basis van de methodologie van de Europese Commissie. Dit cijfer heeft alleen betrekking op de vijf zwaarst getroffen eurolanden, waaronder Portugal, Griekenland en Roemenië, en ligt al boven de eerder genoemde gemiddelde jaarraming van de Commissie voor de hele EU. De FT merkte ook op dat de uiteindelijke economische kosten waarschijnlijk aanzienlijk hoger zal uitvallen zodra vastgoed schade, landbouwverliezen, verstoringen in het toerisme, hogere verzekeringskosten en andere indirecte effecten worden meegenomen.
In juni publiceerde de Europese Centrale Bank een working paper over de economische gevolgen van hittegolven en droogte in de Europese Unie (zie ) voor industrie, verwerkende industrie en landbouw. Uit de analyse blijkt dat een klimaatschok die vergelijkbaar is met de extreme omstandigheden van 2022 de jaarlijkse groei in de landbouw gemiddeld met ongeveer 4,5 procentpunt kan verlagen. De overeenkomstige effecten op industrie en verwerkende industrie worden geraamd op respectievelijk ongeveer 0,8 en 0,1 procentpunt. De sterkste effecten concentreren zich in Oost-Europa. Dat onderstreept zowel de toenemende macro-economische risico’s van klimaatgerelateerde schokken als het groeiende belang van adaptatiemaatregelen.
Op landniveau komt Frankrijk naar voren als een van de landen die het hardst worden geraakt door de extreme weersomstandigheden van 2026. Persberichten die begin augustus verschenen, raamden de economische kosten van de hittegolven en natuurbranden op ongeveer EUR 3-6 miljard, gelijk aan circa 0,1-0,2% van het bbp. Medio augustus gaf het Franse ministerie voor Ecologische Transitie echter aan dat deze ramingen al waren opgelopen tot ongeveer EUR 10-15 miljard, gelijk aan 0,3-0,5% van het bbp. Dit weerspiegelt de aanhoudende extreme droogte en temperaturen die ruim boven de seizoensnormen lagen. Frankrijk noteerde de warmste juli ooit, met een temperatuurafwijking van +3,8°C ten opzichte van het gemiddelde van 1991-2020. Daarmee lag Frankrijk duidelijk boven de Europese gemiddelde afwijking van +2,53°C (zie ).
Ondertussen ondervindt de Duitse economie hinder van lage waterstanden in de Rijn, die onder de eerdere laagterecords van 2018 zijn gezakt (zie ). Deze lage waterstanden belemmeren de commerciële scheepvaart ernstig, verhogen transportkosten en verlagen de industriële productie, bijvoorbeeld door verstoringen in de aanvoer van grondstoffen. In een veel aangehaald rapport raamde het onafhankelijke Kiel Institute for the World Economy (IfW) onlangs dat de lage waterstanden in de Rijn het Duitse bbp in het derde kwartaal van dit jaar met maximaal 0,2% kunnen verlagen. Het bijbehorende verlies aan toegevoegde waarde wordt voor het kwartaal geraamd op 1 tot 2 miljard euro. Deze kosten zouden waarschijnlijk onevenredig toenemen als de waterstanden langere tijd op recordlage niveaus blijven.
Alles bij elkaar wijst het beschikbare bewijs erop dat de economische verliezen door de hittegolven, droogte en natuurbranden van 2026 waarschijnlijk boven het langjarig gemiddelde zijn uitgekomen. Resultaten van gerenommeerde klimaatmodellen geven aan dat de negatieve impact op het bbp op korte termijn mogelijk in de orde van 0,2-0,4% ligt. Daarna wordt naar verwachting een deel van de schade beperkt door uitgaven voor wederopbouw en herstel. Dat betekent dat de uiteindelijke bbp-schade rond 0,1-0,2% kan uitkomen. Tegelijkertijd kunnen de directe schade of onmiddellijke fysieke verliezen in het jaar van de gebeurtenis meer dan twee keer zo hoog zijn, met grotere effecten in landen waar de droogte en natuurbranden het zwaarst zijn.
Nederland – Kleinere impact dan in de eurozone als geheel … voorlopig?
Zoals hierboven beschreven, zal de macro-economische impact van de hittegolven, droogte en natuurbranden van deze zomer waarschijnlijk niet voor alle landen gelijk zijn, omdat de blootstelling afhangt van geografische kenmerken en klimaatomstandigheden. Voor Nederland betekent dit dat sommige klimaatgerelateerde risico’s minder uitgesproken zijn dan elders in de eurozone, terwijl andere juist relevanter kunnen zijn. Voor Nederland is de totale bbp-impact waarschijnlijk kleiner dan voor de eurozone als geheel.
Dit weerspiegelt verschillende factoren. Ten eerste heeft Nederland tot nu toe minder en minder schadelijke natuurbranden meegemaakt dan landen zoals Frankrijk, met uitzondering van de branden in Limburg in augustus. Daardoor is de directe fysieke schade beperkter. Ten tweede kan droogte de economie onder meer raken via landbouw en binnenvaart, vooral door de lage waterstanden in de Rijn. Zoals we eerder hebben laten zien, is de directe impact van lage Rijnwaterstanden op de Nederlandse industriële activiteit waarschijnlijk beperkt en minder groot dan in Duitsland. De belangrijkste risico’s voor Nederland liggen daarom in hogere transportkosten en mogelijke fricties in toeleveringsketens.
Verder zou het grote aandeel van diensten in de Nederlandse economie de directe macro-economische impact moeten dempen. Diensten zijn echter niet immuun voor hitte. Uit onze recente studie blijkt dat de consumptieve bestedingen tijdens de uitzonderlijke hittegolf eind juni 2026 onder normale niveaus daalden, maar daarna snel herstelden. We concludeerden dat extreme hitte er vooral voor zorgt dat bestedingen in de tijd verschuiven in plaats van dat ze voor een permanent verlies aan bestedingen zorgen. Een ander kanaal dat de Nederlandse economie kan raken, is arbeidsproductiviteit. Empirisch bewijs suggereert dat, als temperaturen boven 25°C uitkomen, de arbeidsproductiviteit met ongeveer 2% daalt voor elke extra graad temperatuurstijging. Tot slot kunnen internationaal geïntegreerde bedrijven geraakt worden via internationale waardeketens. De is bijzonder blootgesteld aan deze keteneffecten door de afhankelijkheid van inputs uit andere sectoren en van handelspartners.
Meer in het algemeen kunnen onmiddellijke directe verliezen, zoals eerder besproken, hoger zijn dan de impact op het bbp. Dat komt doordat de impact op het bbp ook deels wordt beperkt door uitgaven voor wederopbouw en herstel. Klimaatadaptatie kan bovendien bijvoorbeeld investeringen verhogen en de van bedrijven versterken.


