De eurozone en Nederland beleven een robuust einde van 2025

PublicationMacro economy

Groeicijfers in de eurozone, waaronder nederland, verassen positief in het laatste kwartaal van 2025.

De eurozone beleeft een robuust einde van 2025

Het bbp-groei van de eurozone viel in het vierde kwartaal met 0,3% k-o-k hoger uit dan verwacht, boven zowel onze prognose (0,1%) als de consensusraming (0,2%). Eerder uitgekomen data wezen al op kracht in de binnenlandse economie, maar wij verwachtten dat de netto‑export een sterkere rem zou zijn op het totaalcijfer. Hoewel de volledige details voor de eurozone als geheel nog ontbreken, suggereren de cijfers uit enkele lidstaten dat de groei in Q4 vooral werd gedreven door de consumptie van huishoudens en overheidsuitgaven. In de meeste landen drukten de netto‑uitvoer de groei – met uitzonderingen zoals Nederland (zie hieronder) en Frankrijk (waar vooral dalende importen meespeelden).

Op landniveau was de bbp‑groei opnieuw bijzonder sterk in Spanje (0,8% k-o-k), terwijl Frankrijk verrassend solide presteerde (0,2%), zeker gezien het al sterke derde kwartaal (0,5%). Dit wijst erop dat de private sector zich weinig heeft aangetrokken van de onzekerheid rond de begrotingsperikelen voor 2026.

Al met al blijft de economie van de eurozone opmerkelijk veerkrachtig, ondanks de buitengewone mondiale onzekerheid en Amerikaanse tarieven. We verwachten dat deze tarieven de export de komende maanden blijven drukken en daarmee de bbp‑groei temperen. Toch voorzien we dat de binnenlandse economie dit jaar verder aantrekt dankzij stijgende Duitse overheidsuitgaven en afnemende voorzichtigheid onder huishoudens en bedrijven. Het sterke momentum van de binnenlandse vraag aan het einde van 2025 biedt een gunstig uitgangspunt voor 2026.

Duitsland – vierde kwartaal legt basis voor sterkere groei in 2026

De Duitse economie droeg eveneens bij aan de positieve verrassing in het eurozone‑cijfer. In het vierde kwartaal groeide het bbp van Europa’s grootste economie met 0,3% k-o-k, hoger dan de voorlopige schatting van Destatis van 0,2% k-o-k en boven de consensus verwachting. Hoewel details over de deelcomponenten nog beperkt zijn, lijkt het cijfer grotendeels in lijn met dat van de meeste andere eurolanden, de groei werd vooral gedragen door de consumptie van huishoudens en overheidsbestedingen. Met dit cijfer kwam de groei over 2025 uit op 0,3%. Positieve groei na twee opeenvolgende jaren van recessie. Waar deze jaarcijfers enige verlichting voor de Duitse economie suggereren, is de Duitse bedrijfssector echter nog niet uit de problemen. Belangrijke sectoren zoals de industrie en de bouw zagen ook in 2025 nog steeds een daling in hun jaarlijkse toegevoegde waarde, en de meest recente faillissementscijfers - ongeveer nu op het niveau van 2014 - wijzen nog altijd op een stijgende trend.

Voor 2026 verwachten we dat de groei aantrekt naarmate de federale begrotingsbestedingen meer tractie krijgen en de binnenlandse vraag versterken, ondersteund door bijdragen van de particuliere consumptie. De export blijft naar verwachting zwak. Hoewel de vraag in belangrijke exportmarkten zal verbeteren, zullen Duitse exporteurs daar waarschijnlijk slechts beperkt van profiteren. Hun concurrentiepositie is de afgelopen jaren verslechterd, wat zichtbaar is in een dalend mondiaal exportmarktaandeel, terwijl een sterkere euro en tarieven het vooruitzicht verder drukken. Voor nu handhaven we onze groeiverwachting van 0,9% voor heel 2026.

Nederland — Een sterk einde van een sterk jaar op de dag dat coalitieakkoord wordt gepresenteerd

Het Nederlandse bbp-cijfer verraste positief en groeide in Q4 met 0,5% k-o-k (ABN AMRO 0,3%, consensus 0,3%). Daarmee kwam het jaarcijfer uit op 1,9%. Dit betekent dat het nieuwe kabinet, dat later vandaag zijn coalitieakkoord presenteert, aantreedt tegen een solide macro-economische achtergrond.

Zoals verwacht waren er sterke bijdragen aan het bbp vanuit de particuliere consumptie en de overheidsconsumptie, met name door hogere uitgaven aan gezondheidszorg. Nu de inflatie geleidelijk afneemt en de loonstijging in 2026 nog steeds rond de 4% wordt verwacht, ervaren Nederlandse huishoudens solide koopkrachtwinsten, wat de consumptie in 2025 heeft ondersteund en ook in 2026 blijft doen. Toch zorgt verhoogde mondiale onzekerheid ervoor dat huishoudens de koopkrachtwinst volledig omzetten in extra bestedingen. Dit zien we bijvoorbeeld terug in een hogere spaarquote.

Meer verrassend was de sterke bijdrage van de netto‑export. De rem in 2025 door tarieven is zichtbaar in de exportwaarden richting de VS, met name bij export van in Nederlandse geproduceerde goederen, maar dit wordt meer dan gecompenseerd door de exportvolumes naar andere landen. De totale export steeg dan ook met 1,3% k-o-k. Sterkere‑dan‑verwachte groei in Duitsland (zie hierboven), de belangrijkste handelspartner van Nederland, kan deze ontwikkeling deels verklaren. De sterke uitvoer van machines, in het bijzonder chip‑productieapparatuur, lijkt eveneens een mogelijke factor achter de exportopleving.

Voor 2026 verwachten we dat de groei wat matigt. Dit komt deels door aanhoudende aanbodbeperkingen - zoals congestie op het elektriciteitsnet en stikstofregelgeving - die de economische activiteit drukken, terwijl de arbeidsmarkt licht verder afkoelt. Onze huidige verwachting is 1,2% groei in 2026, maar de sterke cijfers van vandaag zorgen voor opwaartse druk op dit cijfer, mede door mechanische overloopeffecten.