Energie: Groene groei, met rode cijfers: EU blijft netto-importeur van clean tech

PublicationSustainability

De vraag naar schone technologieën (ook wel ‘clean tech’) door de Europese Unie (EU) neemt de komende jaren sterk toe. Niet alleen door de EU-ambitie in het halen van de klimaatdoelen, maar ook door het streven van de EU naar meer energiezekerheid. De kans is groot dat door de versnelling in de vraag naar clean tech de handelstromen in schone technologieën tussen de EU en haar huidige handelspartners verder zal toenemen. In deze analyse staan de handelsstromen van schone technologieën tussen de EU en de landen daarbuiten centraal. Wij belichten niet alleen wat de verhoudingen zijn in de import en de export van schone technologieën in de EU-27 in relatie tot landen buiten de EU-27, maar laten ook zien welke landen de belangrijkste handelspartners voor de EU-27 zijn. De analyse gaat ook in op de impact van geopolitieke conflicten op de handelsstromen in relatie tot energiezekerheid. Tot slot gaan wij in op de haalbaarheid van de gestelde EU-doelen voor schone technologieën richting 2030.

  • De EU importeert sinds 2017 ruim 460% meer schone technologie, met name door de klimaatdoelen, de energiecrisis en militaire conflicten

  • Daardoor kampt de EU met een structureel handelstekort in clean tech sinds 2017, met name in zonnepanelen en batterijen

  • China levert zo’n 74% van de Europese clean tech-import en blijft daarmee de grootste strategische kwetsbaarheid

  • Goedkopere Chinese zonnepanelen en batterijen versnellen de klimaatdoelen, maar zetten de EU-industrie en marges onder druk

  • Voor de EU blijft het echter een evenwichtsoefening: het realiseren van een betaalbare verduurzaming, en tegelijkertijd de concurrentiekracht en strategische onafhankelijkheid van de EU verbeteren

  • De grootste uitdaging voor de EU is om de binnenlandse clean tech productie, innovatie in schone technologieën en de aanvoer van grondstoffen en materialen sterker op te schalen

EU handel in kritieke materialen en schone technologieen

De energietransitie, de sterke uitrol van hernieuwbare energie en de ambitie om de energiezekerheid te vergroten hebben mede geleid tot een bloeiende handel in schone technologieën. Daardoor is in de periode na het Klimaatakkoord van Parijs (vanaf 2017) de import van schone technologieën van de EU met landen buiten de EU met ruim 460% toegenomen, ofwel zo’n 58% per jaar. Dit is te zien in de onderstaande linker figuur met de groene lijn. Een sterkere versnelling van de EU-import van schone technologieën begint echter vanaf 2019 meer vorm te krijgen.

In 2022 publiceerde de Europese Commissie (EC) vervolgens haar REPowerEU-plan. Het plan was een reactie op de Russische inval in Oekraïne en had als doel om de EU significant minder afhankelijk te maken van Russische fossiele brandstoffen door de transitie naar schone energie te versnellen. Als onderdeel van dit plan had de EU een bindende doelstelling aan EU-lidstaten opgelegd om hernieuwbare energie op te schalen naar 42,5% van het totale finale energieverbruik in 2030, met de ambitie om 45% te bereiken. Hierdoor is de invoer van schone technologieën in de EU sterker toegenomen, zoals te zien is in de onderstaande linker figuur met de groene lijn.

Tegenover de sterke toename van de import van schone technologieën staat een scherpe daling van de import van kritieke materialen, zoals te zien is in de bovenstaande linker figuur met de gele lijn. Deze daling hangt onder andere samen met buitenlandse exportbeperkingen, vooral door China, en met de strategische koers van de EU om meer materialen binnen Europa te verwerken en te recyclen. Hierdoor is de invoer van recyclingmachines sterker opgelopen. Tegelijkertijd stond de Europese verwerkings- en productiecapaciteit na 2022 onder druk door hogere energiekosten en toenemende internationale concurrentie. Zie ook onze analyse over kritieke materialen hier. EU-beleid, waaronder het RESourceEU Action Plan en REPowerEU, heeft de Europese aanpak rond kritieke materialen en recycling verder versterkt. Mede daardoor nam de invoer van recyclingmachines tussen 2019 en 2025 met 45% toe.

Voor de productie van schone technologieën (zoals elektrische voertuigen (EV’s), batterijen voor energieopslag, zonnepanelen, windenergie, warmtepompen, waterkrachttechnologieën en waterstof) blijven grote hoeveelheden kritieke materialen nodig. In volumetermen is koper daarbij het belangrijkst, gevolgd door grafiet, nikkel, zink, silicium en chroom. De bovenstaande rechter figuren betreft de vraag naar kritieke materialen en de totale benodigde hoeveelheden in het Stated Policy Scenario van het Internationale Energieagentschap (IEA) in 2030.

In het Sustainable Development Scenario – dat volledig is ontworpen om te voldoen aan de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs – ligt deze vraag naar kritieke materialen bijna twee keer hoger dan in het Stated Policy Scenario. De meeste kritieke materialen zijn vooral nodig voor het vervaardigen van elektrische voertuigen (EV’s), maar ook windturbines en zonnepanelen vergen relatief veel kritieke materialen. In een eerdere publicatie hebben wij meer in detail gekeken naar de vraag- en aanbodvooruitzichten van kritieke materialen tot en met 2030; zie hier.

EU handelstekort en importafhankelijkheid in clean tech

Sinds 2017 laat de EU-handelsbalans voor schone technologieën in de meeste jaren een structureel tekort zien. Recente militaire conflicten waarbij energiegrondstofrijke regio’s betrokken zijn, zoals Rusland en het Midden-Oosten, hebben de vraag naar energiezuinige, energie-efficiënte en hernieuwbare technologieën verder vergroot.

De geopolitieke onrust heeft ook de invoer van schone technologieën gestimuleerd. De verwachting is dat in Europa de groei van de vraag naar schone technologieën zal aanhouden. Niet alleen vanwege de noodzaak om de gestelde klimaatdoelen te halen, maar vooral vanwege het streven van de EU naar meer energiezekerheid en -onafhankelijkheid.

Een sterke concentratie van de EU-invoer op het gebied van schone technologie – waarbij China goed is voor ongeveer 74% van deze invoer, met hoge uitschieters in zonnepanelen, batterijen en warmtepompen – levert voor de EU economische kwetsbaarheid en een hoog toeleveringsrisico op. De invoer van – in sommige gevallen – gesubsidieerde schone technologieën leidt een ongelijk speelveld voor EU-producenten. Om de aanhoudende oneerlijke concurrentie te adresseren hanteren sommige EU-leiders een meer strengere toon richting China over de goedkope import. Per saldo geldt echter dat voorzichtigheid blijft geboden vanwege uiteenlopende nationale economische belangen en verschillende visies op de omgang met China. In onze Global Monthly van juli gaan wij hier dieper op in; zie hier. Daarnaast hebben de hogere handelstarieven en -barrières in de VS gezorgd voor meer Chinese schone technologie op de EU-markt. Ook dit leidt tot lagere prijzen en margedruk voor EU-producenten. Tegelijkertijd heeft goedkope import ook een positief effect voor afnemers en consumenten. Die verlaagt namelijk de kosten van de energietransitie en kan de afhankelijkheid van energie-import verkleinen.

EU-beleid moet productie, innovatie en diversificatie versterken

De relatief grote afhankelijkheid van de EU van landen buiten de EU op het gebied van zowel kritieke materialen als schone technologieën houdt echter het risico op verstoringen in toeleveringsketens hoog. Zo kunnen (on)verwachte protectionistische of handelsbeperkende maatregelen van belangrijke leveranciers de toeleveringsketens in de EU nog steeds flink verstoren. Om dit risico verder te mitigeren, moet de EU in de komende jaren haar productiecapaciteit voor schone technologieën sterker uitbreiden en er tegelijk voor zorgen dat de handelsstromen in schone technologieën open en toegankelijk blijven door het aantal strategische handelspartners te diversifiëren. Andere opties zijn strategische voorraden aanleggen, recycling stimuleren, maar ook langjarige afnamecontracten en handelsakkoorden afsluiten.

De onderstaande linker figuur laat zien dat de EU vooral op het gebied van zonnepanelen en batterijen meer invoert dan uitvoert. Voor de handelsbalans in elektrische auto’s geldt sinds eind 2025 een tekort. De EU legt importheffingen op bij elektrische auto’s, als deze uit landen komen buiten de EU. Het standaard importtarief is 10%. Daarnaast hanteert de EU een antidumpingbeleid tegen bijvoorbeeld Chinese fabrikanten. De elektrische voertuigen in China worden gesubsidieerd en zijn daarmee een stuk goedkoper dan hun Europese equivalent. Daarom wordt bovenop standaardheffing van 10% een extra toeslag gehanteerd die kan oplopen tot meer dan 35%.

Om de industriële soevereiniteit in de EU in de toekomst te waarborgen biedt een veelheid aan EU-beleid bescherming voor de EU-producenten. In de bovenstaande rechter tabel staan de belangrijkste maatregelen weergegeven. Daarnaast zijn er nog andere EU-initiatieven voor financiële steun, zoals de EIB-de-riskingprogramma’s en de InvestEU-garanties. Voor de EU-begroting voor de periode 2028–2034 wordt bovendien gewerkt aan het European Competitiveness Fund (ECF). Dit is een voorstel ter waarde van EUR 409 miljard, om de bestaande programma’s samen te voegen, met een focus op de schone transitie en decarbonisatie, digitaal leiderschap (AI), onafhankelijkheid op defensiegebied, maar ook voor het stimuleren van gezondheidszorg en biotechnologie.

Naast alle financiële steunmaatregelen heeft de EC in 2024 de Net-Zero Industry Act (NZIA) gelanceerd, met daarin meer concretere doelen om clean tech-innovatie actief aan te jagen. Het doel van deze wet is om in 2030 in ieder geval 40% van de jaarlijkse EU-behoefte aan schone technologieën binnen de EU te produceren. Aan de wet is geen budget gekoppeld. De benodigde investeringen hiervoor kunnen onder andere worden gefinancierd via de Clean Industrial Deal en het STEP-Platform. In deze programma’s is gezamenlijk EUR 129 miljard vrijgemaakt om de productie van en innovatie in onder andere schone technologieën in de EU verder te ondersteunen. De EU heeft vooruitgang geboekt, maar veel clean tech sectoren liggen niet op koers liggen voor de 40% NZIA-doelstelling. Het beeld verschilt per technologie.

EU clean tech productiecapaciteit

Sinds 2024 is de mondiale pijplijn van productieprojecten voor de meeste schone energietechnologieën gekrompen. Dit komt met name doordat mondiaal voldoende productiecapaciteit beschikbaar is. De economische haalbaarheid van nieuwe projecten neemt daardoor af. Dit geldt met name voor schone energietechnologieën, zoals zonne-energie en batterijen. China is op deze terreinen de dominante speler.

Ook in de EU worden veel schone energietechnologieën geproduceerd. Na China is de EU sinds 2020 de grootste investeerder in capaciteit voor schone technologieën. Het NZIA-doel – 40% van de EU clean techbehoefte produceren binnen de EU – is hierdoor inmiddels bereikt voor veel schone technologieën. Dit geldt bijvoorbeeld voor warmtepompen, windturbines en elektrische voertuigen. De EU maakt deze op grote schaal zelf. In vergelijking met de binnenlandse vraag beschikt de EU over een ruime productiecapaciteit op het gebied van deze technologieën en voorziet soms voor bijna 100% in haar jaarlijkse behoefte. Volgens Ember – een non-profit energie-denktank – kan de EU jaarlijks bijna twee keer zoveel windturbines en elektrische auto’s bouwen als zij zelf nodig heeft.

Ook vanuit de trend in de EU-export is de kracht van de EU-industrie op deze terreinen zichtbaar. De EU-export van schone technologieën is in de periode 2020-2025 met 75% toegenomen, wat met name te danken is aan de export van elektrische voertuigen en windturbines. Het betekent niet alleen dat de binnenlandse productiecapaciteit de binnenlandse vraag naar deze technologieën overtreft, maar ook dat EU-producenten een sterke technologische en industriële positie hebben op wereldmarkten. De uitdaging is vooral om deze positie te behouden, want de concurrentiedruk neemt ook hier toe.

De EU loopt wat betreft binnenlandse productiecapaciteit vooral achter op gebied van zonnepanelen en batterijen, maar ook voor een deel op koolstofafvang (CCS) en elektrolysers (voor de productie van groene waterstof via het proces van waterstofelektrolyse). Op deze technologieën schiet de EU-productiecapaciteit te kort om aan de binnenlandse vraag te voldoen. Ook hierin is China de dominante speler. Het land heeft een aandeel van ongeveer 90% in het totaal van de geïmporteerde zonnepanelen en lithium-ionbatterijen voor elektrische voertuigen door de EU. De voorsprong van China is groot en maakt dit gat onmogelijk om te dichten.

EU-doelen in hernieuwbare capaciteit geven clean tech ambitie weer

Op het gebied van de capaciteit in wind- en zonne-energie heeft de EU specifieke doelen gesteld voor 2030. Deze staan in de onderstaande figuren weergegeven met de donkere lijn in de periode 2025-2030. De ambitie die de EU nastreeft om de hernieuwbare capaciteit uit te breiden ten behoeve van de energietransitie en meer energiezekerheid, heeft een directe relatie met het niveau van de import van schone technologieën en de binnenlandse productiecapaciteit daarin.

De EU streeft ernaar om tegen 2030 een totale cumulatieve windenergiecapaciteit van 425 GW te bereiken en om een capaciteit van 700 GW aan zonne-energie te bereiken. Deze doelstellingen liggen in lijn met het overkoepelende doel om ten minste 42,5% van haar energieverbruik uit hernieuwbare bronnen te halen. Op basis van de groei vanaf 2017 – het moment waarop het Klimaatakoord van Parijs van kracht werd – maken wij een prognose. Met een trendgroei van gemiddeld 7% per jaar voor windenergie wordt het einddoel van 425 GW met een negatief verschil van 20% niet bereikt. Met de gemiddelde groei in capaciteitsuitbouw in zonne-energie van 17% per jaar wordt het doel van 700 GW gehaald, met een positief verschil van 12%.

In de EU wordt de ontwikkeling van nieuwe capaciteit in windenergie bemoeilijkt door trage vergunningverlening, knelpunten in het elektriciteitsnet en spanningen in de toeleveringsketen. Voor nieuwe capaciteit in zonne-energie speelt dit minder. Daarnaast zijn nieuwe projecten voor windenergie kapitaalintensiever en risicovoller. Met name wordt op de economische haalbaarheid van projecten langer stil gestaan.

Vooral op het gebied van zonnepanelen en batterijen blijft de EU sterk afhankelijk van invoer. Want slechts een klein percentage van de EU-behoefte aan zonnepanelen en batterijen wordt gedekt door binnenlandse productie. Volgens SolarPower Europe is de sector voor de productie van zonnepanelen in de EU momenteel goed voor slechts 1% van de mondiale productie. En volgens de European Automobile Manufacturers Association (ACEA) heeft de EU een aandeel van ongeveer 7% in de wereldwijde productie van batterijcellen (2025). Op beide schone technologieën is China mondiaal de meest dominante fabrikant en dit gaat op korte termijn niet veranderen. Daarmee blijft de importafhankelijkheid van de EU op deze terreinen voorlopig groot, vooral ten opzichte van China.

Conclusie

In de clean tech sector komen meerdere dringende EU-agendapunten samen, zoals klimaatbeleid, industriebeleid, energiezekerheid, grondstoffenbeleid en geopolitiek. De sector is daarmee van cruciaal belang voor de EU. Met het stimuleren zowel de vraag als het aanbod van clean tech, het doen handreikingen voor de financiering, het versoepelen vergunningsprocedures en het creëren meer zekerheid in de aanvoer van kritieke materialen biedt de EU een goede basis. Maar tegelijkertijd is de EU kwetsbaar en blijft met name op de invoer van zonnepanelen en batterijen voorlopig afhankelijk van monopolist China. Een te grote importafhankelijkheid in cruciale onderdelen van de schone technologie-keten is onwenselijk. De grootste uitdaging is voor de EU om de binnenlandse clean tech productie, innovatie en grondstoffenvoorziening sterker op te schalen. Dit moet centraal staan in de EU-strategie, want zonder extra investeringen in de clean tech sector, snellere vergunningprocedures en meer ondersteunend industriebeleid dreigt de EU vooral een grote afzetmarkt voor buitenlandse clean tech te blijven in plaats van een leidende producent.