Euro voorlopig nog geen probleem voor de ECB

De ECB herhaalde vandaag de boodschap van de afgelopen maanden dat de beleidsrente op een adequaat niveau staat.
Bij monde van voorzitter Lagarde liet de centrale bank weten dat de nieuwe beoordeling ‘bevestigt dat de inflatie zich op middellange termijn stabiliseert rond de doelstelling van twee procent’. Daarom lijkt het erop dat de beleidsrente de komende maanden op het huidige niveau blijft. Wel blijft de ECB vasthouden aan haar op data gestoelde, vergadering‑voor‑vergadering aanpak en legt de centrale bank zich niet vooraf vast op een bepaald rentepad. Vooral omdat de recente internationale ontwikkelingen de inflatievooruitzichten buitengewoon onzeker maken.
Voorafgaand aan de vergadering was het de vraag hoe de ECB tegen de recente appreciatie van de euro ten opzichte van de dollar aankijkt. De sterkere euro lijkt niet op korte termijn de koers van de ECB te verzetten. Hoewel een sterkere euro de inflatie iets kan drukken, stond die constatering ook al in de monetaire beleidsverklaring van december. In zekere zin leek President Lagarde de huidige waardestijging van de euro te relativeren. Zij gaf aan dat ‘de huidige bandbreedte waarin de euro ten opzichte van de dollar beweegt, grotendeels overeenkomt met het historisch gemiddelde sinds de invoering van de euro.’
Zoals we in onze van vorige week al schreven, is de appreciatie van de euro nog veel te beperkt om een herstart van renteverlagingen te rechtvaardigen. De beweging is bovendien gedreven door de dollar; ten opzichte van een mandje van andere valuta is de euro slechts licht geapprecieerd. Ons basisscenario blijft daarom dat de ECB de depositorente gedurende de komende kwartalen op 2% houdt.

