Mondiale industrie geraakt door Iran-conflict

Mondiale inkoopmanagersindex industrie omlaag in maart tijdens escalatie Iran conflict. Relatief sterke cijfers ontwikkelde economieën vertekend door oplopende levertijden. Dit wijst op een bredere heropleving van knelpunten aan de aanbodzijde, bij een oplopende inflatoire druk.
Mondiale inkoopmanagersindex industrie omlaag in maart tijdens escalatie Iran conflict
Na in februari te zijn gestegen tot het hoogste niveau in 44 maanden van 51,8, is de mondiale inkoopmanagersindex (PMI) voor de verwerkende in maart teruggevallen naar 51,3. Dit lijkt voor een groot deel samen te hangen met de escalatie van het conflict tussen de VS/Israël en Iran, dat op 28 februari begon. De verslechtering in maart kwam vooral op het conto van de opkomende markten (EM): de EM-index viel terug naar 50,7 (februari: 52,0). Dit werd deels veroorzaakt door de Chinese PMI van RatingDog (opgenomen in de mondiale index), die na een eenmalige stijging tot 52,1 in februari weer terugzakte naar 50,8. Dit weerspiegelt grotendeels een verslechtering van de exportvooruitzichten als gevolg van het Iran‑conflict, waarbij de Chinese exportsubindex na een opleving in februari weer scherp daalde. In India daalde de PMI voor de verwekende industrie in maart nog sterker, wat de grote afhankelijkheid van het land van olie‑importen uit het Midden-Oosten weerspiegelt. Het overeengekomen staakt‑het‑vuren tussen de VS/Israël en Iran zou kunnen betekenen dat de impact van het conflict uiteindelijk tijdelijk blijkt, al oogt het akkoord nog steeds fragiel en is het te vroeg om hier sterke conclusies aan te verbinden (zie ook ons rapport Iran ceasefire: Is this a turning point?, gepubliceerd op 8 maart).

Relatief sterke cijfers ontwikkelde economieën vertekend door oplopende levertijden…
Op het eerste gezicht lieten de inkoopmanagersindices (PMI’s) voor de verwerkende industrie in de ontwikkelde markten (DM) in maart aanhoudende kracht zien. De samengestelde DM‑index liep verder op tot 52,0, de hoogste stand sinds juni 2022. Vooral de sterke uitkomsten voor de eurozone (een stijging met 0,8 punt tot 51,6) en Duitsland (een stijging met 1,3 punt tot 52,2) sprongen in het oog. Voor veel ontwikkelde economieën – en met name voor Europese landen – zijn deze headline PMI’s echter vertekend doordat de subindex voor levertijden scherp is gedaald. Een lagere score op deze subindex wijst op langere levertijden en werkt verhogend door op de totale PMI.
De mondiale subindex voor levertijden daalde met 2,1 punten tot 46,5, het laagste niveau sinds de pandemie. De DM-index zakte naar 44,0 (februari: 46,4) en de EM‑index naar 48,4 (februari: 50,3). Binnen de ontwikkelde economieën zijn de levertijden momenteel bijzonder lang in Europese landen: het Verenigd Koninkrijk (subindex levertijden 38,9), Frankrijk (39,3), Duitsland (39,6), Nederland (40,5) en het gemiddelde van de eurozone (40,9). De niveaus die tijdens de pandemie werden bereikt, zijn overigens nog niet in zicht. Wanneer we corrigeren voor deze lange levertijden, ontstaat bijvoorbeeld voor de eurozone een minder rooskleurig beeld (zie grafiek). In dat geval zou de PMI voor de verwerkende industrie in de eurozone in maart zijn gedaald richting de neutrale grens van 50, in plaats van te zijn gestegen naar een hoogste niveau in 45 maanden van 51,6.
Dit wijst op een bredere heropleving van knelpunten aan de aanbodzijde
De verlenging van de levertijden is slechts één van de aanwijzingen voor verstoringen aan de aanbodzijde die voortkomen uit het conflict met Iran. Tot nu toe concentreren deze verstoringen zich logischerwijs vooral in energiegerelateerde sectoren. Desondanks kunnen er aanvullende knelpunten ontstaan indien het staakt‑het‑vuren geen stand houdt en/of het conflict opnieuw escaleert. Denk bijvoorbeeld aan een mogelijke sluiting van de Bab al‑Mandab‑straat – die de Rode Zee met de Golf van Aden verbindt – door de aan Iran gelieerde Houthi’s. Dit zou de mondiale scheepvaart veel breder verstoren dan alleen de energiestromen.
Het is dan ook niet verrassend dat onze mondiale aanbodknelpuntenindex is opgelopen en zich weer bevindt in het gebied van ‘dominante aanbodknelpunten / overmatige vraag’. De stijging van onze index wordt niet alleen gedreven door de langere levertijden, maar ook door andere componenten. Zo is een verschuiving in de mondiale vraag/aanbodverhoudingen zichtbaar: de ratio tussen de productie‑index van de opkomende markten en de binnenlandse en exportorderindices van de ontwikkelde economieën is een van de indicatoren die we meenemen in onze knelpuntenindicator.

… bij een oplopende inflatoire druk
In lijn met de heropleving van knelpunten aan de mondiale aanbodzijde en de verschuiving terug richting “mondiale overmatige vraag”, zien we ook een sterke stijging van de kostprijsgedreven prijscomponenten binnen de mondiale PMI voor de verwerkende industrie. De subindex voor inputprijzen sprong met bijna vijf punten omhoog naar 62,2, gedreven door hogere grondstoffenprijzen. Dit is de hoogste stand sinds oktober 2022, al blijft deze onder de piekniveaus die tijdens de pandemie werden bereikt. De subindex voor outputprijzen steeg eveneens, maar minder uitgesproken, en bereikte in maart met 55,1 het hoogste niveau in 40 maanden. Alles bij elkaar bevestigen de ontwikkelingen in de mondiale verwerkende industrie het beeld van toenemende inflatoire druk. Dit sluit aan bij de recente opwaartse bijstelling van onze inflatieverwachtingen voor de eurozone, Nederland, de VS en China (zie onze Global Monthly van maart, It takes three to TACO).
