Nederland - In aanloop naar het begrotings- en verkiezingsseizoen

De Nederlandse economie ziet de groei afkoelen van 1,7% in 2025 naar 1,2% in 2026, met licht herstel naar 1,4% in 2027; particuliere en publieke consumptie wordt verwacht hier sterk aan bij te dragen. Inflatie zal naar verwachting afnemen tot 2,4% in 2026, ten opzichte van 3,3% in 2025. Nederland krijgt waarschijnlijke een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA, met Rob Jetten als verwacht minister-president. Hoewel beleidsonzekerheid mogelijk afneemt, blijven compromissen met oppositiepartijen essentieel vanwege het gebrek aan een meerderheid in zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

Anne de Clercq Zubli
Economisch Bureau Nederland
Nu mondiale gebeurtenissen zich in hoog tempo ontwikkelen, kende Nederland eind 2025 en begin 2026 ook een turbulente periode. Om te beginnen publiceerde Peter Wennink (voormalig CEO ASML) in december 2025 zijn rapport, in opdracht van de minister van Economische Zaken, over het verbeteren van het Nederlandse vestigingsklimaat en het vertalen van het Draghi-rapport naar Nederland. Het rapport pleit voor het verhogen van potentiële groei naar 1,5-2,0%, door belangrijke knelpunten aan te pakken, zoals de gevolgen van stikstofemissienormen, netcongestie en toegang tot talent. Daarnaast is een omvangrijke investeringsagenda (€151-187md) gepresenteerd voor het komende decennium, gericht op digitalisering & AI, energie- en klimaattechnologie, life sciences & biotech en veiligheid.
Op politiek vlak verwachten we dat de volgende Nederlandse regering een minderheidskabinet zal zijn, bestaande uit D66, VVD en CDA. Deze partijen hebben geen meerderheid in de Tweede Kamer, maar komen ook zetels tekort in de Eerste Kamer, waardoor compromissen met oppositiepartijen noodzakelijk zijn. Daardoor zal de beleidsonzekerheid weliswaar afnemen, maar door de minderheidspositie toch relatief hoog blijven. De volgende verwachte stap is de benoeming van Rob Jetten, de beoogde minister-president, tot formateur – de laatste stap in de coalitievorming.

Economisch gezien is het allerminst ‘business as usual’. De afgelopen maanden kreeg Nederland opvallend veel aandacht in internationale financiële media vanwege de pensioenhervorming. Door de grote omvang van het Nederlandse pensioenvermogen heeft de transitie impact of financiële markten, omdat het de beleggingsstrategie van pensioenfondsen beïnvloed. Inmiddels is een derde van het vermogen overgezet, wat heeft geleid tot aanzienlijke indexaties voor gepensioneerden. We verwachten dat dit, samen met verdere stijgingen in koopkracht door sterke loonontwikkeling en lagere inflatie, de aanhoudend hoge spaarquote zal compenseren en zal zorgen voor een stevige bijdrage van particuliere consumptie aan de groei. Particuliere- en overheidsconsumptie vormen de belangrijkste groeimotoren voor 2026. We voorzien dat de groei vertraagd van 1,7% in 2025 naar 1,2% in 2026, en vervolgens licht herstelt naar 1,4% in 2027, vooral door aanbodbeperkingen en de doorwerking van tarieven en onzekerheid.
De inflatie (CPI) voor 2025 kwam uit op 3,3% en lag daarmee boven het gemiddelde van de eurozone. Vooruitkijkend verwachten we dat de inflatie geleidelijk zal afnemen, tot gemiddeld 2,4% in 2026. De belangrijkste bijdrage komt van de diensteninflatie, gedreven door aanhoudende doorwerking van hoge loonstijgingen – waarbij 50% van de cao’s voor 2026 opnieuw loongroei van meer dan 4% laat zien – en door hogere btw-tarieven voor de horeca. Enige verlichting wordt verwacht vanuit de goedereninflatie en door gematigde energieprijzen.
