China - Bijstelling ramingen naar aanleiding van Iran-conflict

Macro-economische cijfers positiever voorafgaand aan de escalatie in het Midden-Oosten. Lichte aanpassing van onze groeiramingen voor 2026 en 2027 als gevolg van het Iran-conflict. Ondanks aanhoudend aanbodoverschot verhogen we inflatieramingen vanwege de energieprijsschok.
Macro-economische data zijn positiever geworden vóór start escalatie Midden-Oosten
De Chinese economie is het jaar sterk begonnen (zie ook onze recente Visie op China: Over Iran, Trump‑Xi, NPC en ‘bullish’ macrodata). De grootste verbetering kwam van de investeringen, die in januari/februari weer groei lieten zien (+1,8% j/j), tegenover een krimp van -3,8% in geheel 2025. Deze omslag werd aangevoerd door uitgaven aan de infrastructuur, gedreven door de uitgifte van obligaties door lokale overheden, maar ook door een versnelling van de investeringen in de industrie en een afzwakkende neergang in vastgoedinvesteringen. (Wel zij opgemerkt dat de Chinese investeringscijfers tot de minst betrouwbare behoren, vanwege uiteenlopende rapportageproblemen.) De aanbodzijde blijft beter presteren dan de vraagzijde, te midden van recordhoge externe overschotten (zie hier). De industriële productie versnelde naar 6,3% j/j. Ook de detailhandelsverkopen trokken aan – deels geholpen door sterke uitgaven rond het Chinees Nieuwjaar, en ondanks dalende autoverkopen – maar blijven met 2,8% j/j relatief gematigd.
Eerder lieten de PMI’s over februari opnieuw een divergentie zien tussen de officiële enquête (gericht op grote staatsbedrijven) en de meer exportgerichte enquête van RatingDog, waarbij de exportcomponent van laatstgenoemde naar het hoogste niveau in 5,5 jaar steeg. Dat vormde een voorbode van de sterke exportgroei die voor januari/februari werd gerapporteerd (+21,8% j/j), deels gedreven door een aantrekkende mondiale conjunctuur – aangevoerd door tech/AI – voorafgaand aan het Iran‑conflict.
Lichte aanpassing van onze groeiramingen
Als ’s werelds grootste energie‑importeur en belangrijkste bestemming van energietransporten die door de Straat van Hormuz gaan, wordt China geraakt door het Iran‑conflict. Wij denken nog steeds dat er verschillende dempende factoren zijn (zoals hoge olievoorraden en toegang tot Russische energie – zie hier) die de impact zullen beperken. Desondanks zijn de neerwaartse risico’s toegenomen door het conflict, rekening houdend met zowel directe effecten als indirecte effecten zoals de negatieve invloed op de mondiale vraag. Tegelijkertijd blijven andere geopolitieke en geo‑economische risico’s bestaan (zoals de handelsrelaties met het Westen en Taiwan). Wij denken niet dat het uitstel van de ontmoeting tussen de presidenten Trump en Xi, oorspronkelijk gepland voor eind maart/begin april, een voorbode is van een (scherpe) escalatie van de spanningen tussen de VS en China, ondanks het feit dat de VS na de SCOTUS‑uitspraak een nieuw Section 301‑onderzoek zijn gestart naar China en andere landen. Wij blijven van mening dat beide landen duidelijke prikkels hebben om het fragiele bestand rond tarieven en knelpunten te verlengen, tegen de achtergrond van een steeds complexer mondiaal geopolitiek landschap.
Alles bij elkaar hebben wij ons kwartaalprofiel voor de bbp‑groei enigszins aangepast (een sterker eerste kwartaal, een zwakker tweede kwartaal) en hebben wij daardoor onze groeiraming voor 2026 licht verlaagd naar 4,6% (van 4,7%) – binnen de door de overheid vastgestelde doelzone van ‘tussen 4,5% en 5%’, zoals eerder deze maand aangekondigd. Onze groeiraming voor 2027 hebben wij licht verhoogd naar 4,5%, van 4,4%.

Kostprijsschok als gevolg van Iran-conflict draagt bij aan het oplopen van de inflatie
Ondanks het aanhoudende binnenlandse aanbodoverschot denken we dat de piek in energieprijzen in de komende maanden zal leiden tot een hogere (kosten‑gedreven) inflatie, ook al wordt dat effect wat gedempt door specifieke buffers. Nog vóór het uitbreken van het conflict steeg de consumentenprijsinflatie (CPI) in februari naar een tweejarig hoogtepunt van 1,3% j/j, gedreven door uitgaven rond het Chinees Nieuwjaar, voedselprijzen en basiseffecten. De kerninflatie sprong naar een zevenjarig hoogtepunt van 1,8% j/j, terwijl de jaarlijkse deflatie van de producentenprijzen verder afnam. Wij verwachten dat de CPI‑inflatie in het tweede kwartaal van 2026 zal aantrekken, waarna deze later in het jaar weer afzwakt. Wij hebben onze jaarlijkse CPI‑ramingen voor 2026 en 2027 verhoogd naar respectievelijk 1,2% en 1,4% (van 0,9% en 1,2%). Wij denken dat dit pad van wat hogere inflatie tot enige vertraging zal leiden van aanvullende (stapsgewijze) monetaire versoepelingsmaatregelen.
