Visie op China - Over Iran, Trump, NPC en 'bullish' macrodata

China en het conflict in het Midden-Oosten: impact deels verzacht. De aankomende Trump-Xi-bijeenkomst: het waarborgen van het kwetsbare evenwicht. Belangrijkste conclusies van de jaarlijkse politieke/beleidssessies in maart. Recente macro-economische data zijn meer 'bullish'
China en het conflict in het Midden-Oosten: impact deels verzacht
Als ’s werelds grootste importeur van olie en LNG zal China de gevolgen voelen van verstoringen in de productie en het transport van energie in/uit het Midden-Oosten, en van de daarmee samenhangende stijging van olie- en gasprijzen (zie ook onze Top-of-Mind-notitie over Iran-scenario’s). China importeert bijna 75% van zijn oliebehoefte, waarbij naar schatting circa 40% van deze import uit het Midden-Oosten komt, met Saoedi-Arabië en Irak als belangrijkste leveranciers. Het totale aandeel van Iran in de Chinese olie-import wordt geschat op circa 10% (Venezuela was circa 4%), en ongeveer een derde van de olie en een kwart van de LNG-stromen die door de Straat van Hormuz stroomt is bestemd voor China.
Het is dan ook niet verrassend dat Chinese functionarissen alle partijen in het Iran-conflict hebben opgeroepen om de militaire operaties onmiddellijk te staken, verdere escalatie te vermijden en de veilige doorgang van schepen door de Straat van Hormuz te waarborgen. Wat betreft China’s tot nu toe ‘relatief terughoudende’ opstelling in het conflict geldt dat de Chinese belangen in de regio vooral economisch van aard zijn en minder politiek. Bovendien onderhoudt China sterkere economische relaties met Amerikaanse bondgenoten zoals Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten dan met Iran.
Wat betreft de potentiële impact van het conflict zijn er ook verzachtende factoren voor China. Het land heeft in de afgelopen jaren bij relatief lage prijzen omvangrijke energievoorraden opgebouwd; de totale oliereserves worden geschat op ongeveer 80 dagen consumptie. Ook de gediversifieerde importbasis helpt, en het lijkt waarschijnlijk dat China relatief eenvoudig meer olie uit Rusland kan importeren. Daarnaast beschikt China over alternatieve energiebronnen. De olievraag heeft haar piek bereikt door elektrificatie, mede dankzij de snelle opkomst van elektrische voertuigen. Het aandeel van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energie is de afgelopen jaren sterk gestegen tot bijna 40% in 2025, waarmee China zich heeft gepositioneerd als een wereldwijde koploper in de energietransitie. Desondanks heeft de Chinese overheid vorige week grote olieraffinaderijen opgedragen de export van diesel en benzine tijdelijk op te schorten in het licht van het conflict in het Midden-Oosten. Hoewel een (aanhoudende) stijging van olie- en gasprijzen inflatoir zou zijn, is China’s uitgangspositie wat betreft inflatie gunstiger dan die van bijvoorbeeld de VS of Europa. Niettemin zou een steviger inflatiepad de PBoC waarschijnlijk nog voorzichtiger maken met aanvullende (geleidelijke) monetaire verruiming.
De aanstaande Trump-Xi-ontmoeting: het bewaken van het fragiele evenwicht
Wat betreft de Amerikaans-Chinese betrekkingen kan het Iran-conflict (de voorbereidingen voor) een ontmoeting tussen presidenten Trump en Xi, gepland voor eind maart/begin april, compliceren. Voorbereidende gesprekken tussen de Amerikaanse minister van Financiën Bessent, de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Greer en China’s vicepremier He staan dit weekend in Parijs gepland; dezelfde functionarissen maakten ook deel uit van de Geneefse wapenstilstandsgesprekken in mei 2025 en de vervolgbijeenkomsten vorig jaar.
Wij denken nog steeds dat beide landen duidelijke prikkels hebben om de bilaterale relatie voorlopig in relatief rustig vaarwater te houden. Afgelopen weekend verklaarde de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang dat 2026 een ‘ijkjaar voor een gezonde, stabiele en duurzame ontwikkeling van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen’ kan worden, hoewel hij de escalatie in het Midden-Oosten betreurde. Wij achten het belangrijkste doel van de ontmoeting het handhaven van stabiliteit in de relatie, en het voorkomen van een nieuwe escalatie van tarieven of een aanscherping van chokepoint-gerelateerde restricties.
China lijkt een van de belangrijkste begunstigden te zijn van de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof, maar de VS zullen waarschijnlijk enigszins terughoudend zijn met het opnieuw invoeren van hogere tarieven op China na deze uitspraak (zie ook onze Top-of-Mind publicatie over de uitspraak van het Hooggerechtshof). Het feit dat er niet direct Section 301-tarieven zijn ingevoerd, onderstreept dit. China zou zijn bereidheid kunnen herhalen om meer Amerikaanse sojabonen, andere landbouwproducten en Boeing-vliegtuigen af te nemen in ruil voor stabiliteit op het tarief- en chokepointfront, en zou tevens kunnen aandringen op versoepeling van sommige technologie- en halfgeleiderbeperkingen. Doorbraken op meer fundamentele handels- en geopolitieke kwesties (waaronder Taiwan) zijn vooralsnog minder waarschijnlijk .In het China-hoofdstuk van onze Global Monthly van februari wezen we er al op dat - hoewel China's totale handeloverschot fors toename in 2025 - het bilaterale overschot met de VS juist is afgenomen.
Belangrijkste conclusies uit de jaarlijkse politieke- en beleidsbijeenkomsten in maart
Een van de meest gevolgde aankondigingen tijdens de jaarlijkse beleidsbijeenkomsten in begin maart betreft traditioneel de groeidoelstelling voor het bbp. De doelstelling voor 2026 is vastgesteld op ‘een bandbreedte van 4,5% tot 5%’, in lijn met onze verwachtingen. Vergeleken met een groeidoelstelling van circa 5,0% in de afgelopen drie jaar betekent dit de eerste lichte ‘downgrade’ sinds 2023. Dit past in een bredere trend waarbij Beijing meer waarde hecht aan de kwaliteit van de groei dan aan louter numerieke groeicijfers. Onze huidige groeiprognose voor 2026 van 4,7% (licht boven consensus) blijft in lijn met deze bandbreedte. Enerzijds zien wij opwaartse risico’s als gevolg van een sterke mondiale conjunctuur (gedreven door tech), maar anderzijds zijn er ook neerwaartse risico’s vanuit het Iran-conflict, bovenop bestaande risico’s rond vraag-aanbodonevenwichtigheden en mogelijke handelsspanningen. Eventuele herzieningen van onze groei- en inflatieprognoses zullen later deze maand worden gepubliceerd in onze Global Monthly van maart.
De inflatiedoelstelling voor 2026 bleef ongewijzigd op 2% en moet nog steeds worden gezien als een plafond. In het werkverslag van de regering wordt aangegeven dat men ernaar streeft de algemene prijsontwikkeling weer positief te maken (waarbij het Iran-conflict mogelijk ‘helpt’). De doelstelling voor het begrotingstekort bleef eveneens ongewijzigd op 4,0% van het bbp, evenals de quota voor de uitgifte van speciale obligaties door lokale overheden en ultralange staatsobligaties. Beijing is van plan aanvullende speciale staatsobligaties ter waarde van CNY 300 mrd uit te geven om grote staatsbanken te herkapitaliseren, lager dan de vergelijkbare faciliteit van CNY 500 mrd vorig jaar. Dit alles betekent dat de (extra) begrotingsimpuls in 2026 kleiner zal zijn dan in 2025, waarbij meer nadruk wordt gelegd op begrotingshoudbaarheid. Dit past tegen de achtergrond van stabielere Chinees-Amerikaanse betrekkingen en de verwachting dat de export veerkrachtig zal blijven. De begrotingskoers impliceert tevens dat consumptiesteun gericht blijft in plaats van ‘bazooka-achtig’. Het subsidieprogramma voor consumptiegoederen wordt afgebouwd en verfijnd, terwijl huishoudinkomens enigszins worden ondersteund door aanpassingen in sociale voorzieningen (pensioen, kinderopvang, onderwijs) die vorig jaar zijn ingezet.In lijn met onze verwachtingen is ook een verschuiving richting investeringssteun zichtbaar, aangezien de speciale faciliteit voor beleidsbanken om investeringsprojecten te financieren is verhoogd tot CNY 800 mrd in 2026 (van CNY 500 mrd vorig jaar).
Verder is de definitieve versie van het vijftiende Vijfjarenplan (2026–2030) gepresenteerd. Technologische ontwikkeling en China’s ambitie om wereldleider te worden in hightechsectoren zoals robotica en AI blijven de belangrijkste drijfveren, hoewel de overheid blijft proberen de excessen hiervan te beteugelen (de campagne tegen ‘overmatige concurrentie’). Uit het plan blijkt verder dat de autoriteiten gevoeliger zijn geworden voor de kritiek dat de positie van huishoudens en consumenten vaak een beetje ondersneeuwt. Aangezien op dit vlak echter geen concrete doelstellingen zijn opgenomen en het aandeel van consumptie sowieso zal toenemen door het einde van de investerings‑ en vastgoedboom, lijkt dit vooralsnog eerder te wijzen op politieke profilering, en minder op de voorbereiding van een betekenisvolle aanvullende stimuleringscampagne gericht op het daadwerkelijk aanpakken van de binnenlandse vraag‑aanbodonevenwichtigheden.
Recente macro-economische cijfers zijn ‘bullisher’ geworden
Door de Chinese Nieuwjaarsvakantie (dit jaar medio februari) zijn macro-economische cijfers aan het begin van het jaar relatief schaars. Het beeld dat uit de recent gepubliceerde data naar voren komt is echter relatief positief. De PMI’s voor februari waren gemengd, met een opvallende divergentie tussen zwakke officiële PMI’s (gericht op grote staatsbedrijven) en sterke RatingDog-PMI’s (meer gericht op exporterende bedrijven). Deze divergentie is illustratief voor aanhoudende binnenlandse onevenwichtigheden. De exportgerichte PMI van RatingDog profiteert van een sterkere mondiale conjunctuur, gedreven door de tech- en AI-boom. De exportcomponent in deze enquête steeg in februari naar het hoogste niveau in 5,5 jaar. Dit was ook een voorbode van de uitzonderlijk sterke exportgroei in januari/februari (+21,8% j/j ytd), die alle verwachtingen ruimschoots overtrof. Dit hangt deels samen met de aantrekkende mondiale techcyclus, maar mogelijk ook met nieuwe frontloading uit vrees voor toekomstige tarieven. Ook de inflatiecijfers voor februari vielen positiever uit dan verwacht. De headline-inflatie steeg naar een tweejarig hoogtepunt van 1,3% j/j, terwijl de kerninflatie zelfs opliep tot 1,8% j/j, het hoogste niveau in zeven jaar. De producentenprijsdeflatie nam verder af. Al met al een wat bullisher macro-economisch beeld, vlak voor de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten en de geplande Trump-Xi-ontmoeting.
