Trump & Groenland: De implicaties en mogelijke EU reactie

PublicationMacro economy

President Trump heeft nieuwe tarieven voor Europese landen aangekondigd als reactie op hun militaire oefening in Groenland. Er bestaat grote onzekerheid over de implementatie van de Amerikaanse tarieven, zowel in praktisch als in juridisch opzicht. De EU bereidt haar reactie voor en het risico op escalatie neemt toe, maar het is onwaarschijnlijk dat het Anti-Coercion instrument op zeer korte termijn zal worden ingezet. Een 'backloading' van de uitvoer tussen de EU en de VS zou op korte termijn kunnen leiden tot een groeivertraging in Europa, gevolgd door een herstel. Dit alles hangt af van de vraag of de VS hun dreigementen daadwerkelijk uitvoeren en of Europa hierop reageert

Inleiding

Zaterdagochtend kondigde president Trump een reeks nieuwe invoerheffingen aan tegen Europese landen die een militaire oefening in Groenland hebben gehouden, in een poging om de verkoop van Groenland aan de VS af te dwingen. Denemarken en een aantal andere Europese landen, waaronder Duitsland, Frankrijk en Nederland (evenals niet-EU-landen, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen), krijgen vanaf 1 februari te maken met een extra tarief van 10% op alle goederen, op 1 juni zal dit worden verhoogd tot 25% als er geen akkoord over Groenland wordt bereikt. Om deze cijfers in context te plaatsen: na het 'Turnberry-akkoord' van juli vorig jaar heft de VS een tarief van 15% op Europese importen, met veel uitzonderingen. Daardoor bedraagt het effectieve tarief ongeveer 11%. Een universeel tarief van 10% zou de tariefdruk dus verdubbelen, en een extra 25% zou het tarief zelfs hoger maken dan dat van geopolitieke rivaal China, waardoor het nominale tarief op 40% zou komen. Waar voorheen de dreiging van het intrekken van de defensieparaplu werd gebruikt om de tariefagenda door te drukken, worden nu tarieven gebruikt om de defensieagenda door te drukken. Dit is een aanzienlijke escalatie die de visie van de regering-Trump op het uitoefenen van macht in brede zin weerspiegelt. De Europese leiders beraadslagen momenteel over hun reactie en zullen hun plannen waarschijnlijk in de komende dagen bekendmaken.

Financiële markten hebben duidelijk negatief gereageerd op de mogelijke ineenstorting van een van de hoekstenen van het naoorlogse tijdperk: het trans-Atlantische bondgenootschap. Risicovolle activa staan onder druk staan en veilig geachte activa van traditionele ‘safe havens’ presteren beter. In deze Q&A – als vervolg op onze vorige publicatie over Groenland – zetten we onze visie uiteen over hoe de situatie zich de komende weken en maanden kan ontwikkelen, inclusief de waarschijnlijke impact van de tot nu toe aangekondigde maatregelen.

Kan de VS zich richten op individuele EU-landen?

De dreiging van Amerikaanse invoerheffingen treft slechts een deel van de EU-landen, wat ongebruikelijk is aangezien de EU collectief onderhandelt over handelsovereenkomsten. Het is dan ook moeilijk om algemene invoerheffingen op te leggen aan individuele EU-landen. Een algemene invoerheffing zou moeten worden toegepast via handhaving op basis van het 'land van oorsprong' (rules of origin), wat een uitdaging is vanwege de nauw met elkaar verweven toeleveringsketens in de EU. Eerdere episodes die zich op individuele EU-landen richtten, waren dan ook meestal gericht op specifieke goederen die hen harder zouden treffen, zoals auto's (Duitsland), wijn (Frankrijk) of olijven (Spanje). In ieder geval zou een gezamenlijke vergeldingsmaatregel van de EU ertoe kunnen leiden dat de VS haar (waarschijnlijk onwerkbare) gerichte tarieven uitbreidt tot de hele EU.

Welke gevolgen heeft de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof over IEEPA-tarieven voor deze tarieven voor Groenland?

Het lijkt waarschijnlijk dat deze tarieven in eerste instantie opnieuw gebaseerd zullen zijn op de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA). Het overgrote deel van de tarieven van vorig jaar was eveneens gebaseerd op de IEEPA en werd vanaf het begin als juridisch twijfelachtig beschouwd. Het Hooggerechtshof zal een uitspraak doen over de wettigheid van deze tarieven, waaronder de wederzijdse tarieven en de tarieven op fentanyl. Wij achten een negatieve uitspraak waar de tarieven teruggedraaid worden waarschijnlijker dan een positieve, maar naarmate de tijd vordert, neemt deze waarschijnlijkheid marginaal af. Als het Hooggerechtshof deze tarieven afwijst, zullen de meeste tarieven waarschijnlijk onmiddellijk worden vervangen door zogenaamde " section 122 tariffs”, die een maximumtarief van 15% voor 150 dagen toestaan, voordat op grond van artikel 232 of artikel 301 meer permanente en hogere tarieven worden ingesteld.

Hetzelfde principe zou van toepassing zijn op deze nieuwe tariefdreigingen. Het lijkt er dus op dat een negatieve uitspraak van het Hooggerechtshof niet noodzakelijkerwijs een einde zou maken aan het oorspronkelijke tarief van 10%, maar dat een verdere escalatie naar 25% in gevaar zou komen, gezien het maximum dat is toegestaan onder de Section 122-tarieven. Juni lijkt een te korte termijn om de onderzoeken van de formele secties af te ronden. Toch vormen deze nieuwe dreigingen een nieuw element in de algemene discussie over de IEEPA en zouden ze zelfs de aanstaande rechterlijke beslissing kunnen beïnvloeden, of in een minder extreem scenario een uitzondering kunnen krijgen. Het veiligheidsaspect dat voor de overname van Groenland wordt aangevoerd, kan bijvoorbeeld worden erkend als een reden om noodbevoegdheden te gebruiken, zelfs als de bilaterale handelstekorten die ten grondslag liggen aan de wederzijdse tarieven dat niet zijn.

Hoe zal Europa reageren? Zal dit het bestaande handelsakkoord doen ontsporen?

In ieder geval in retorische zin getuigt de Europese reactie op de Amerikaanse invoerheffingen tot nu toe van meer vastberadenheid dan we vorig jaar tijdens de handelsoorlog hebben gezien. De Duitse minister van Financiën Klingbeil heeft de annexatie van Groenland een 'rode lijn' genoemd, en in het algemeen hebben politici van de meer atlanticistische politieke rechtervleugel zich aangesloten bij hun collega's van links om hun ontzetting over de dwangmaatregelen van de VS te uiten en op te roepen tot een krachtige reactie. Er zijn twee eerste reacties van Europa: 1) directe vergeldingsheffingen van 'maximaal' 30 % op 93 miljard euro aan Amerikaanse import (waarschijnlijk hetzelfde pakket dat de EU vorig jaar voorbereidde), 2) weigering om de in juli vorig jaar ondertekende handelsovereenkomst tussen de EU en de VS ten uitvoer te leggen, wat zou hebben betekend dat er 'zero for zero'-tarieven zouden gelden voor een aantal belangrijke exportproducten, zoals vliegtuigen.

Terwijl de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Jamieson Greer suggereerde dat de EU er het beste aan zou doen om de handelsovereenkomst tussen de EU en de VS van vorig jaar buiten het huidige geschil te houden, zei Manfred Weber, leider van de centrumrechtse Europese Volkspartij in het Europees Parlement, dat Brussel zou moeten weigeren deze officieel goed te keuren, en met name dat de tarieven die de EU had toegezegd tot nul te verlagen, "moeten worden opgeschort". Hiermee sluit centrumrechts zich aan bij de centristen en links in het Europees Parlement.

De roep om vergeldingsmaatregelen is niet unaniem. Net als vorig jaar is er een aanzienlijke lobby van het bedrijfsleven die zich hiertegen verzet. Zo waarschuwde Hildegard Müller, voorzitter van de Duitse autofabrikantenlobby VDA, dat "overhaaste beslissingen leiden tot escalatie en een mogelijke spiraal die alleen maar verliezers oplevert". Als de VS op 1 februari daadwerkelijk doorgaat met het invoeren van een extra tarief van 10 %, zal de EU waarschijnlijk met een formele reactie komen, maar hoe agressief die reactie zal zijn, blijft onduidelijk.

Zou de EU haar belangrijkste wapen kunnen inzetten, namelijk het anti-coercion insturment (ACI)?

Als de bovenstaande maatregelen niet voldoende zijn om de ambities van de VS ten aanzien van Groenland te temperen, zou de EU haar nucleaire optie kunnen inzetten: de Amerikaanse handel in diensten raken.

De EU heeft een aanzienlijk overschot in de handel in goederen met de VS, maar als het om diensten gaat, heeft zij een bijna even groot handelstekort dankzij de dominantie van de grote Amerikaanse technologiebedrijven. Zelfs vanuit het perspectief van Trump heeft de EU dus aanzienlijke mogelijkheden om wraak te nemen als het gaat om de handel in diensten – als de EU die durft te gebruiken natuurlijk. Hier komt het anti-coercion instrument (ACI) om de hoek kijken.

Hoewel het niet mogelijk is om op diensten op dezelfde manier als op goederen invoerrechten te heffen, kan de handel in diensten wel worden getroffen door een reeks andere sancties, beperkingen of heffingen. Met de ACI zou de EU onder meer de toegang tot de EU-markt kunnen intrekken, intellectuele-eigendomsrechten kunnen opschorten (bijvoorbeeld door het vrije gebruik van software toe te staan), heffingen kunnen opleggen aan streamingdiensten en andere maatregelen (1). Gezien het scala aan beschikbare maatregelen is de inzet van de ACI geen zwart-witkwestie: in eerste instantie zou het kunnen gaan om mildere maatregelen, zoals het uitsluiten van Amerikaanse bedrijven van openbare aanbestedingen. Bovendien is het mogelijk dat de EU de ACI niet snel kan inzetten, gezien de noodzaak om belangrijke politieke stakeholders te raadplegen en politieke overeenstemming te bereiken.

Dat laatste aspect zal waarschijnlijk het meest uitdagend zijn. Tijdens de handelsoorlog van vorig jaar leidde verdeeldheid onder de EU-lidstaten ertoe dat de EU Trump tegemoetkwam en een tarief van 15% op haar export naar de VS accepteerde zonder zelf een tarief te heffen. De inzet van de ACI zou een nieuw front openen in dit geopolitieke conflict tussen de VS en de EU, en zou aanzienlijke risico's met zich meebrengen. Maar het annexeren van Europees grondgebied lijkt tot dusver een veel sterkere reactie uit te lokken dan tarieven op de export vorig jaar deden. Het inzetten van de ACI is misschien wel de enige zekere manier om de Amerikaanse economie voldoende pijn te doen – zoals China vorig jaar deed met zijn beperkingen op zeldzame aardmetalen – en om de ambities van de regering-Trump te temperen. Om het risico op escalatie te beperken, zou de EU echter kunnen besluiten om ACI-maatregelen te activeren, maar voldoende tijd te geven voor onderhandelingen voordat de maatregelen worden uitgevoerd.

Welke nucleaire opties heeft de VS?

Wat economische escalatie betreft, lijkt een tarief van 10% een beginpunt. Net als bij China zouden we een verdere escalatie kunnen zien op het gebied van tarieven, maar ook op het gebied van kritieke goederen. Vanuit het perspectief van de EU zou men kunnen denken aan leveringsbeperkingen voor LNG, geavanceerde chips en natuurlijk defensiegoederen. De VS zouden ook hun defensiedreigingen kunnen uitbreiden, niet noodzakelijkerwijs in termen van meer grondgebied, maar door de defensieparaplu in te trekken. De steun van de VS aan Oekraïne zou opnieuw een onderhandelingsmiddel kunnen worden, en in een extreem scenario zou een expliciete dreiging dat de VS Europa niet zou verdedigen in geval van een Russische inval. De defensie van Europa is nog steeds een zeer zwakke plek. Ten slotte zou de VS, als er geen akkoord wordt bereikt, kunnen besluiten om Groenland daadwerkelijk binnen te vallen.

Welke gevolgen zouden deze nieuwe Amerikaanse tarieven en mogelijke Europese vergeldingsmaatregelen hebben voor de economie?

De nieuwe Amerikaanse tarieven zouden precies op het moment komen dat de Europese export naar de VS een nieuw evenwicht aan het vinden was na de tarieven die vorig jaar werden opgelegd. De EU-export naar de VS was in november met ongeveer 20% gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Een deel van deze daling is het gevolg van een afbouw van de frontloading die we eerder dit jaar zagen. Maar er is waarschijnlijk ook sprake van blijvende schade aan de export als gevolg van de verzwakte concurrentiepositie van de EU, met name in belangrijke sectoren zoals de automobielindustrie.

De door Trump voorgestelde invoerheffing van 10% zou bovenop de bestaande invoerheffing van 15% komen en zou ook kunnen gelden voor sectoren die momenteel zijn vrijgesteld van invoerheffingen, zoals farmaceutische producten en halfgeleiders (hierover bestaat twijfel, aangezien een algemene invoerheffing nog minder in het belang van de VS zou zijn). Wij schatten dat een dergelijk extra tarief – indien het gedurende langere tijd van kracht blijft – het bbp met ongeveer 0,3-0,5 procentpunt zou verlagen. Dit is natuurlijk een grote 'als', en gezien de huidige onzekere situatie zullen we niet overhaast onze groeiprognoses aanpassen. Een redelijk scenario is dat de tarieven kortstondig worden ingevoerd, bijvoorbeeld voor een maand of twee, maar uiteindelijk worden teruggedraaid als de VS en de EU hun geschil over Groenland oplossen.

Zou de handel kunnen worden 'uitgesteld' in afwachting van een TACO?

In dit scenario zouden we een omgekeerde versie kunnen zien van het fenomeen van frontloading dat we vorig jaar zagen, namelijk backloading. Gezien de korte doorlooptijd tot 1 februari zouden exporteurs niet in staat zijn om hun export aanzienlijk te verhogen om de tarieven voor te zijn. In plaats daarvan zouden ze hun exportvolumes na 1 februari kunnen verminderen in de veronderstelling dat de tarieven later weer worden ingetrokken. Dit zou een daling van de export (en dus van de groei) op korte termijn betekenen, gevolgd door een sterk herstel wanneer de tarieven later worden teruggedraaid. Dit zou enige volatiliteit introduceren in onze groeiprognoses voor de korte termijn, die momenteel een geleidelijke versnelling voorzien op basis van een afnemende zwakte van de export en een versterking van de binnenlandse vraag.

Hoe zit het met meer negatieve scenario's en wat zijn de gevolgen op langere termijn?

Het spreekt voor zich dat als Trump doorgaat met het nog verder verhogen van de extra tarieven – tot 25% vanaf juni – dit veel schadelijkere gevolgen zou hebben, wat neerkomt op een totaal tarief van 40% op Europese export. Naast de directe klap voor het concurrentievermogen zou dit ook het relatieve concurrentievoordeel van de EU ten opzichte van China verminderen, dat momenteel te maken heeft met veel hogere tarieven op de Amerikaanse markt. Een tarief van 40% zou een niveau benaderen dat in wezen onoverkomelijk is voor de handel en veel schadelijkere gevolgen zou hebben, mogelijk met een regelrechte daling van het bbp op korte termijn tot gevolg. Op langere termijn wordt het beeld onduidelijker. Zoals we twee weken geleden in onze nota hebben besproken, zou een dergelijke escalatie tussen de VS en de EU waarschijnlijk ook leiden tot nog hogere defensie-uitgaven dan momenteel wordt verwacht, maar zou dit ook de samenstelling van de uitgaven veranderen. Veel defensie-uitgaven lekken momenteel weg in de vorm van import, met name uit de VS. Als de VS in wezen van vriend tot vijand verandert, zou dat kunnen leiden tot een plotselinge stopzetting van de aankoop van Amerikaans defensiematerieel, waarbij de uitgaven worden omgeleid naar de binnenlandse industrie. Dit zou uiteindelijk de groei stimuleren, hoewel het tijdstip waarop dit gebeurt afhangt van hoe snel de industrie in staat is om op de toegenomen vraag te reageren.

Hoe zit het met Nederland?

Tot nu toe hebben de vrijstellingen in de bestaande tarieven ertoe geleid dat Nederland een relatief gunstig effectief tarief heeft van ongeveer 7% in vergelijking tot Europese buurlanden. Een algemene tariefverhoging na de dreigementen van Trump 10% (of 25% in geval van escalatie) zou het effectieve tarief voor Nederland aanzienlijk verhogen, waardoor de concurrentiepositie van Nederlandse exporteurs zou verzwakken en de onzekerheid over de handel op korte termijn zou toenemen. De Nederlandse export naar de VS bestaat voor 60% uit producten die in Nederland zijn vervaardigd, waardoor deze export een hoge toegevoegde waarde heeft. De opgelegde tarieven zouden verschillende effecten hebben op de Nederlandse export naar de VS. Voor bepaalde goederen binnen de categorie machines, die ongeveer een derde van de Nederlandse export naar de VS uitmaakt, waaronder de chipmachines van ASML, kan het effect op de vraag worden getemperd door het onvermogen van de VS om deze goederen bij alternatieve leveranciers in te kopen. Een soortgelijke dynamiek zou, in ieder geval tijdelijk, kunnen gelden voor een deel van de chemische export (ongeveer een vijfde van de export) naar de VS. Voor de meeste goederen zal het tarief echter waarschijnlijk op termijn de vraag drukken, wat een remmend effect op de export zal hebben. Bovendien is Nederland als kleine open economie bijzonder kwetsbaar voor indirecte effecten, zoals een verminderde vraag van andere handelspartners als gevolg van hun dalende export naar de VS. Deze indirecte effecten zullen naar verwachting zwaarder wegen dan de directe effecten op de handel tussen Nederland en de VS.

Zal de escalatie van de handelsspanningen de Amerikaanse economie schaden?

Vanuit Amerikaans perspectief zou het tarief van 10% ongeveer 1 procentpunt toevoegen aan het huidige gemiddelde effectieve Amerikaanse invoertarief van ongeveer 14%. Het tarief van 25% zou bijna 3 procentpunten toevoegen, waardoor het gemiddelde tarief zou stijgen tot het hoogste niveau sinds de de-escalatie in het voorjaar van vorig jaar. Uitbreiding van de tarieven naar de hele EU zou deze cijfers aanzienlijk hoger maken. De EU is nog steeds de grootste handelspartner, goed voor bijna 20% van de Amerikaanse invoer. Als gevolg daarvan zouden deze invoerrechten zeker een negatieve impact hebben op de Amerikaanse economie, vooral als de EU besluit om vergeldingsmaatregelen te nemen. Zoals hierboven beschreven, zouden deze hogere tarieven de handel in alle goederen, behalve de meest gevraagde, tenietdoen. Een deel van de Europese invoer kan elders worden ingekocht, maar er is ook een aanzienlijk deel van de Europese goederen waarvoor geen alternatief bestaat. Dit zou met name een neerwaartse impuls geven aan het reeds worstelende, niet-AI-gerelateerde deel van de economie en een lichte rem zetten op het sterke momentum van de economie. Er is een redelijk scenario waarin deze negatieve schok de reeds kwetsbare Amerikaanse economie over het breekpunt duwt, met een snel stijgende werkloosheid en een aanzienlijk tragere, en mogelijk krimpende, consumptiegroei.

Hoe zou dit zich de komende weken kunnen ontwikkelen?

Op zeer korte termijn zijn de meest urgente zorgen: 1) de formele reactie van Europa op de Amerikaanse tarieven, en 2) de vraag of de VS hun dreigementen daadwerkelijk zullen uitvoeren. Over beide heerst grote onzekerheid, en bovendien hangt het eerste natuurlijk af van het tweede. Er zijn nog twee weken voordat de eerste tarieven van kracht worden, wat ruimte laat voor escalatie en de-escalatie zonder materiële schade. Het zou ons niet verbazen als Trump op de een of andere manier zou worden overgehaald om zich in de tussentijd terug te trekken. Het zou ons ook niet verbazen als hij dat niet zou doen. Veel zal afhangen van de bewegingen op financiële markten en van de kracht van de lobbydruk in zowel de VS als Europa. 'TACO' werd in 2025 bijna een cliché, maar er waren waarschijnlijk net zoveel gevallen waarin Trump terugkrabbelde als gevallen waarin hij dat niet deed.

(1) De ACI is eigenlijk een breder instrument en kan zowel op goederen als op diensten worden toegepast. Maar in deze context zouden diensten waarschijnlijk het belangrijkste aandachtspunt zijn bij de toepassing van de ACI, aangezien de VS op dit gebied veel meer te verliezen hebben.