Global Monthly - Geopolitiek slecht, macro goed

PublicationMacro economy
6 minuten lezen

Hoewel de risico’s zeker niet verdwenen zijn, zijn de economische cijfers over het algemeen verder aangetrokken, terwijl positieve kortetermijnimpulsen sterker worden. AI investeringen lijken groter uit te vallen dan verwacht; fiscaal stimuleringsbeleid wordt opgevoerd en financiële condities blijven ruim. Tot nu toe zijn geopolitieke ontwikkelingen een luid blaffende hond geweest die (vooralsnog) niet bijt, maar de vraag is of dat zo blijft, met Iran als meest recente spanningspunt. De beslissing van het Hooggerechtshof om IEEPA tarieven te schrappen, verandert niet veel, mede omdat nieuwe tarieven de oude grotendeels hebben vervangen. De kans neemt toe dat de wereldeconomie op korte termijn ‘oververhit’ raakt, maar dit kan later ook leiden tot een periode van terugslag.

Global View: Positief momentum groeit ondanks de vele risico’s

In onze vooruitblik voor 2026 kozen we voor een constructieve toon, ondanks wat destijds leek op een muur aan zorgen: van een veranderende wereldorde tot fiscale kwetsbaarheden, van angst voor technologiebubbels tot twijfels over de onafhankelijkheid van de Fed. Toch vonden wij dat veel van deze risico’s óf niet direct dreigend waren, óf onvoldoende concreet om als basisscenario te dienen. Tegelijkertijd kwamen de klassieke aanjagers van een cyclisch herstel samen, versterkt door een krachtige impuls van AI, die de groei nog langere tijd kan dragen.

Nu, enkele maanden later, geldt dat de risico’s zeker niet verdwenen zijn, maar de onderliggende economische data zijn over de hele linie verder aangetrokken en de impuls op korte termijn lijkt eerder te versterken dan af te nemen. De kans groeit zelfs dat de wereldeconomie ‘oververhit’ begint te raken. Tot nu toe blijken de geopolitieke spanningen een hond die luid blaft, maar (vooralsnog) niet bijt.

Geopolitieke risico’s: Blaffen maar niet bijten

Op het moment van schrijven draait het laatste brandpunt om een mogelijke Amerikaanse militaire aanval op Iran. De economische gevolgen zouden vooral via hogere olieprijzen lopen en we zien nu al een oplopende risicopremie die de olieprijs met zo’n 5 dollar per vat heeft opgeduwd, ondanks signalen van een groeiend wereldwijd overschot. Iran is immers een belangrijke olieproducent, en de Straat van Hormuz, tussen Iran en Oman, is waarschijnlijk ’s werelds belangrijkste energie‑knelpunt.

Hoe dit verder loopt, is lastig te voorspellen. We kunnen morgenochtend net zo goed ontwaken met een ‘historische overeenkomst’ als met een militaire escalatie die de energiemarkt onder druk zet. Geen van beide scenario’s zou echt verrassend zijn. Tegelijk bestaat het risico dat we geopolitieke dreiging inmiddels afdoen als een soort vals alarm-verhaal. Maar tot nu toe geldt: geopolitiek oogt onrustig, maar de macro-economische cijfers blijven sterk.

Data verbeteren

Laten we beginnen met de cijfers. De economische cijfers verrassen positief, en dat komt niet alleen doordat de verwachtingen laag waren. De binnenlandse vraag blijft robuust, maar vooral bemoedigend is dat de industrie, eerder nog een zwak punt, zich lijkt te herstellen. PMI-enquêtes zitten in de lift en harde data over fabrieksorders in de VS en Duitsland zijn eveneens sterk. Dit ondanks Amerikaanse importtarieven.

Een deel hiervan wordt verklaard door het feit dat de effectieve tarieven lager liggen dan de aangekondigde tarieven. Tegelijkertijd heeft de AI-boom een sterk effect op de wereldhandel. Zo zijn de Amerikaanse AI-gerelateerde importen maar liefst 166% jaar-op-jaar gestegen. De Taiwanese export is de afgelopen maanden fors toegenomen, al kan de laatste meting vertekend zijn door de timing van het Chinees nieuwjaar. Volgens een Fed‑studie van vorig jaar vormen AI‑gerelateerde exporten inmiddels circa 13% van het Taiwanese bbp.

Positieve aanjagers bouwen zich op

De AI‑gerelateerde investeringsplannen (capex) van grote Amerikaanse techbedrijven waren veel hoger dan verwacht. De investeringsplannen (capex) van slechts vijf grote techbedrijven komen inmiddels neer op zo’n 2% van het Amerikaanse bbp, tegenover 1,2% een jaar geleden. De beurs reageerde daar deels negatief op: beleggers vrezen dat deze enorme investeringen harder stijgen dan de het daadwerkelijke verdienvermogen van de nieuwe technologie. Bovendien zijn beleggers druk bezig te bepalen wie de winnaars en verliezers van AI worden. Zo bracht het AI‑bedrijf Anthropic onlangs nieuwe marketing‑, juridische‑ en financiële functies uit voor zijn Claude Co‑worktool. Dat zette de ‘traditionele’ softwareaandelen onder druk, omdat het vragen oproept over de houdbaarheid van hun verdienmodellen. Ondanks de recente zwakte op de aandelenmarkten blijven de financiële condities ruim en blijft de economie goed ondersteund.

De uitspraak over de IEEPA‑tarieven

Op het eerste gezicht lijkt de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof, dat de door president Trump ingevoerde IEEPA‑tarieven onrechtmatig verklaarde, positief nieuws. Maar dat beeld is te optimistisch. De regering‑Trump heeft namelijk meteen een nieuwe invoerheffing van 10% ingesteld onder Section 122 van de Trade Act, voor de duur van 150 dagen en met specifieke uitzonderingen. Er is bovendien al aangekondigd dat deze mogelijk naar 15% gaat. Hierdoor wordt het wegvallen van de IEEPA‑tarieven grotendeels gecompenseerd, terwijl er onder andere wetten nog meer tariefmaatregelen overwogen worden. Per saldo zullen de effectieve tarieven waarschijnlijk maar iets lager uitkomen dan vóór de uitspraak. Vooral opkomende markten profiteren van de lagere tarieven, zie ook onze notitie hier.

Grotere kans op een ‘oververhitte’ economie

De kans dat de economische groei sterker versnelt dan in ons basisscenario wordt steeds groter. Naast de AI‑impuls zijn er aanwijzingen dat wereldwijd het fiscale beleid verder wordt verruimd. Verder lijken in Europa de defensie‑uitgaven en de productiecapaciteit merkbaar op te lopen, met Duitsland voorop. Tegelijkertijd geeft de grote verkiezingsoverwinning van premier Sanae Takaichi haar de ruimte om de aangekondigde, omvangrijke uitgavenprogramma’s en belastingverlagingen door te voeren. En in de VS zouden beleidsmakers, met de Midterms in het vooruitzicht, verleid kunnen worden tot extra stimuleringsmaatregelen, bijvoorbeeld via cheques voor lagere en middeninkomens.

Daarnaast staan de balansen van huishoudens en bedrijven er in veel ontwikkelde landen goed voor, wat ruimte biedt voor een verdere opleving van de binnenlandse vraag. Vooral in de eurozone, waar hoge besparingen en lagere schuldratio’s opvallen, kunnen hernieuwd vertrouwen en ‘animal spirits’ (irrationele drijfveren) extra groei losmaken. En anders dan gebruikelijk hoeven centrale banken een versnelling van de groei misschien niet meteen af te remmen, de Warsh‑Fed zou de rente zelfs verder kunnen verlagen.

De kater komt later?

De positieve impulsen van nu kunnen op termijn ook risico’s creëren. AI zal waarschijnlijk zorgen voor een stevige versnelling van de productiviteitsgroei. Maar onze berekeningen laten zien dat die productiviteitswinst dan wel snel moet komen én aan de bovenkant van de verwachtingen moet liggen om de enorme investeringen te rechtvaardigen. Op korte termijn is de stijgende AI‑capex dus gunstig voor de groei, maar een latere afkoeling, of zelfs een terugval, vormt een risico voor de middellange termijn. Dat geldt des te meer als dit gepaard gaat met een correctie in de technologiesector, die de financiële omstandigheden verder kan aanscherpen.

Daarbovenop verslechteren de overheidsfinanciën in verschillende landen (zoals de VS, Japan en Frankrijk), wat de rente op staatsobligaties kan opdrijven.

Een laatste risico is een mogelijke draai in het Amerikaanse monetaire beleid: als de inflatie hardnekkig blijft, zelfs wanneer AI de productiviteit verhoogt, zouden de neutrale rentes hoger kunnen uitkomen, waardoor de twee eerdergenoemde risico’s verder kunnen worden versterkt.