Mondiale industrie versnelt door voorraadvorming; levertijden lopen op

Mondiale inkoopmanagersindex industrie op 4-jaars hoogtepunt door voorraadvorming, Levertijden lopen op, vooral in ontwikkelde economieën. Onze mondiale aanbodknelpuntenindex blijft in ‘excess demand’ gebied. Inflatoire druk vanuit de mondiale industrie neemt verder toe.
Mondiale inkoopmanagersindex industrie op 4-jaars hoogtepunt door voorraadvorming
Na een kleine daling in maart steeg de mondiale inkoopmanagersindex (PMI) voor de industrie in april met 1,3 punt naar 52,6. Daarmee werd de hoogste stand sinds maart 2022 bereikt; het was de negende opeenvolgende maand dat de index boven de neutrale grens van 50 uitkwam (de grens tussen expansie en krimp). De verbetering in april lijkt voor een belangrijk deel te worden verklaard door voorraadvorming: productie en inkoop worden naar voren gehaald vanwege verwachte verstoringen in de toelevering en hogere kosten als gevolg van het Iran-conflict. Dat kan in de komende maanden tot een (gedeeltelijke) terugslag leiden.
De verbetering was geografisch breed gedragen. De samengestelde index voor ontwikkelde economieën steeg met 1,8 punt naar 53,8, de hoogste stand sinds mei 2022, met vooral een sterke stijging voor Japan, het VK en de VS (S&P Global). De PMI voor de industrie in de eurozone steeg met 0,6 punt naar een vierjarig hoogtepunt van 52,2, waarbij Nederland tot de beter presterende landen behoorde (zie hier). Duitsland daarentegen zag de PMI met 0,8 punt dalen, maar blijft in expansiegebied en de stand van 51,4 behoort nog altijd tot de hoogste waarden van de afgelopen jaren. Ondertussen steeg de samengestelde index voor opkomende economieën met 0,9 punt naar 51,6, de hoogste uitkomst sinds juni 2024. Dit werd aangevoerd door China, waar de PMI voor de industrie van RatingDog met 1,4 punt steeg naar 52,2, maar ook landen als Brazilië en India lieten duidelijke verbeteringen zien.

… en oplopende levertijden, vooral in ontwikkelde economieën
Kijkend naar de verschillende componenten van de wereldwijde PMI voor de industrie waren de verbeteringen eveneens vrij breed gedragen: zowel de aanbodkant als de vraagkant profiteerden van het naar voren halen van productie en inkoop. Aan de aanbodkant steeg de outputcomponent van de wereldwijde PMI voor de industrie met bijna 2 punten naar 53,4, de hoogste stand sinds juli 2021. Aan de vraagkant steeg ook de orderscomponent met bijna twee punten, naar een vierjarig hoogtepunt van 53,3. De wereldwijde exportsubindex trok licht aan (met 0,2 punt, naar 50,2) en bleef daarmee voor de derde opeenvolgende maand in expansiegebied, ondanks het Iran-conflict.
We wezen er vorige maand al op (zie hier) dat met name voor de ontwikkelde economieën de kracht in de PMI’s voor de industrie wordt vertekend door een scherpe en aanhoudende daling van de subindex voor levertijden, wat juist wijst op langere levertijden. De mondiale subindex levertijden daalde verder met 1,7 punt naar een nieuw dieptepunt sinds de pandemie van 44,9 (zie grafiek). Dat geldt in het bijzonder voor de ontwikkelde economieën: de levertijdencomponent voor ontwikkelde markten daalde met bijna vier punten naar 40,1, de laagste stand sinds juli 2022. De subindex levertijden is nu vooral laag voor het VK (34,9), Nederland (35,4), Japan (36,3), Duitsland (38,0) en de eurozone (38,8), al komen de bodems die tijdens de pandemie werden bereikt doorgaans nog niet in zicht. Als we corrigeren voor deze lange levertijden, ligt de industriële PMI van de eurozone dichter bij de neutrale grens dan de ‘headline’ uitkomst suggereert: 50,8 versus 52,2, alhoewel dit een verbetering betekend ten opzichte van de uitkomst voor maart (gecorrigeerd voor levertijden 50,4).
Onze mondiale aanbodknelpuntenindex blijft in ‘excess demand’ gebied
In normale tijden wordt een verlenging van levertijden gezien als een teken van conjuncturele sterkte, en draagt dit dus bij aan een hogere industriële PMI. In de huidige omstandigheden weerspiegelt de scherpe daling van deze subindex waarschijnlijk vooral de toename van wereldwijde knelpunten in de toelevering als gevolg van het conflict met Iran. De verlenging van levertijden is slechts één van de signalen van verstoringen in de toelevering door dit conflict. Tot dusver concentreren die zich duidelijk in energiegerelateerde gebieden. De levertijdencomponent van de industriële PMI voor ontwikkelde economieën is één van de ingrediënten van onze mondiale aanbodknelpuntenindex, die weer is opgelopen naar het gebied ‘dominante aanbodknelpunten/overmatige vraag’. Dit wordt niet alleen gedreven door de langere levertijden, maar ook door de component die mondiale aanbod- en vraagcondities vangt (de verhouding tussen de outputindex van opkomende economieën en de binnenlandse en exportordersindices van ontwikkelde economieën).

Inflatoire druk vanuit de mondiale industrie neemt verder toe
In lijn met het opnieuw oplopen van knelpunten aan de mondiale aanbodkant zijn de kosten-/prijs-subindices in de wereldwijde PMI voor de industrie (zowel input- als outputprijzen) in april verder gestegen en uitgekomen op de hoogste niveaus sinds juli 2022, al blijven ze onder de pieken die tijdens de pandemie werden gezien. Daarbij moet worden opgemerkt dat de stijging van deze kostprijscomponenten als gevolg van het Iran-conflict tot dusverre duidelijk sterker is in de eurozone dan in de VS (zie de grafiek voor de component inputprijzen). Al met al lijken de recente ontwikkelingen in de mondiale industrie in lijn met onze visie dat het effect van het Iran-conflict op de economische groei waarschijnlijk kleiner is dan het effect op de inflatie.
