NEIZ - Sterk halfjaar voor Nederland en eurozone

PublicationMacro economy
6 minuten lezen

De Nederlandse economie groeit met 0,4% in het 2e kwartaal van 2026. Na een eveneens sterk 1e kwartaal betekent dat een sterk halfjaar voor de Nederlandse economie, ondanks de hogere inflatie en de toegenomen geopolitieke onzekerheid. De oorlog in Iran droeg ook positief bij aan de bbp-groei; verstoorde internationale aanvoerlijnen leidden tot hamstergedrag en extra orders in Nederland en Duitsland. Vooruitkijkend verwachten we dat de bbp-groei in de 2e helft van het jaar wat zal afzwakken. Ook de economie van de eurozone groeit harder dan verwacht. Kernlanden Frankrijk en Duitsland versloegen de groeiverwachtingen. De groei in de eurozone houdt naar verwachting aan.

Een sterk eerste halfjaar

Ondanks hogere inflatie, geopolitieke onzekerheid en schommelende energieprijzen heeft de Nederlandse economie een sterk eerste halfjaar achter de rug. De groei kwam vooral van binnenlandse bestedingen: de consumptie, de overheidsbestedingen en de bedrijfsinvesteringen droegen allemaal bij. Deze uitkomst was kort na het uitbreken van de oorlog in Iran niet vanzelfsprekend. Voor de tweede helft van 2026 verwachten we dat de economie blijft groeien, maar in een lager tempo.

Weerbaarheid

Waar komt die weerbaarheid vandaan? De Nederlandse economie steunt op een aantal sterke fundamenten. De arbeidsmarkt blijft krap: de werkloosheid is laag en veel bedrijven hebben nog altijd moeite om personeel te vinden. Ook hebben huishoudens en bedrijven gemiddeld genomen stevige financiële buffers. Bedrijven hebben de afgelopen jaren schulden afgebouwd en huishoudens sparen, mede door onzekerheid, meer dan gebruikelijk. Daarnaast geeft de overheid de economie steun, zowel via overheidsconsumptie, zoals zorguitgaven en salarissen, als via overheidsinvesteringen.

Tijdelijke impuls door de oorlog in Iran

Oorlog en geopolitieke spanningen zijn op zichzelf negatief voor economische activiteit. Toch zien we in de cijfers ook tijdelijke positieve effecten. Door zorgen over verstoringen van internationale aanvoerlijnen legden bedrijven extra voorraden aan, waardoor er tijdelijk meer vraag was. Dat gebeurde niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland. Daarnaast profiteerden Nederlandse toeleveranciers van Duitse chemiebedrijven ervan dat hun afnemers een sterk kwartaal hadden doordat Chinese concurrenten tijdelijk minder konden produceren door de blokkade van de Straat van Hormuz. Deze factoren zijn echter van tijdelijke aard. Naar verwachting zullen deze in de tweede helft van het jaar wegvallen. In ons basisscenario gaan wij ervan uit dat handelsstromen in het Midden-Oosten langzaam zullen herstellen. Per saldo verwachten we dat de groei wel aanhoudt, maar afzwakt.

Consument blijft voorzichtig, maar geeft toch meer uit

Door het lage consumentenvertrouwen, een nieuwe oorlog en nieuwe inflatierisico’s lag een beperkte groei van de particuliere consumptie voor de hand. Toch geven Nederlandse huishoudens meer uit dan eerder werd gedacht. Dat beeld is al vanaf het begin van het jaar zichtbaar. Een mogelijke reden voor de stijging is de verbeterde koopkracht van sommige huishoudens als gevolg van de pensioentransitie. Het CBS heeft de groei van de particuliere consumptie in het eerste kwartaal diverse keren naar boven bijgesteld. Bij de eerste publicatie meldde het nog een stagnatie, maar uiteindelijk blijkt dat de consumentenuitgaven 0,4% hoger liggen dan het kwartaal ervoor. Hogere energieprijzen werken nog maar beperkt door in de portemonnee van huishoudens. Aan de pomp merken consumenten de stijging wel, maar de energierekening van het doorsnee huishouden is tot nu toe nauwelijks gestegen. Al verwachten wij dat dit tegen het einde van het jaar meer het geval gaat zijn.

Huishoudens lijken daarnaast minder afhankelijk te willen worden van fossiele energie. In het tweede kwartaal werden meer elektrische auto’s aangeschaft. Ook bedrijven investeerden meer in vervoersmiddelen. Dat past in een bredere Europese trend waarin de vraag naar auto’s aantrekt.

Vooruitkijkend matigt de groei

Na een sterk eerste halfjaar verwachten we dat de groei in de tweede helft van 2026 doorzet, maar iets afzwakt. De tijdelijke impuls uit voorraadvorming en verschuiving van vraag naar Europese in plaats van Chinese producten in verband met verstoringen in aanvoerlijnen valt naar verwachting weg. Tegelijkertijd verbreedt de inflatie: hogere energieprijzen werken namelijk geleidelijk door in de energierekening van huishoudens en kunnen ook voedselprijzen opdrijven. Dat zet de koopkracht onder druk en tempert daarmee de vooruitzichten voor consumenten. In de komende weken herzien wij onze ramingen. Die lichten we toe in de volgende Nederlandse Economie in Zicht.

Groei eurozone valt sterker uit dan verwacht

De economie van de eurozone groeide in het tweede kwartaal met 0,4% ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Dat was beter dan verwacht. Daarnaast is het groeicijfer voor het eerste kwartaal flink naar boven bijgesteld: waar eerder nog werd uitgegaan van een krimp van 0,2%, blijkt de economie uiteindelijk stabiel te zijn gebleven.

Een groot deel van zowel de positieve verrassing als de opwaartse bijstelling komt opnieuw door Ierland, waarvan de economische cijfers vaak sterk schommelen. De forse krimp in het eerste kwartaal werd opnieuw herzien: dit keer van -12% naar -7% kwartaal-op-kwartaal. In het tweede kwartaal was Ierland juist weer een belangrijkste aanjager van de groei, met een stijging van het bbp van 3,9%.

Ook buiten Ierland bleek de economische situatie gunstiger dan gedacht. Zo werd de economische groei van Duitsland in het eerste kwartaal verhoogd van 0,3% naar 0,4%. In het tweede kwartaal presteerde Duitsland iets beter dan verwacht, met een groei van 0,2% tegenover onze verwachting van 0,1%. De recente kracht van de Duitse economie hangt deels samen met een tijdelijke opleving in de chemische industrie. Hoewel deze sector nog steeds kampt met structurele concurrentieproblemen door hoge energieprijzen, profiteerde zij in het eerste kwartaal van verstoringen in de scheepvaart via de Straat van Hormuz. Naar verwachting zal dit tijdelijke voordeel de komende kwartalen afnemen naarmate de handelsstromen normaliseren. Tegelijkertijd zijn er bredere signalen dat de Duitse industrie stabiliseert na enkele zwakke jaren. Extra investeringen in defensie en infrastructuur dragen hieraan bij.

Spanje liet in het tweede kwartaal opnieuw een sterke groei zien van 0,7% kwartaal-op-kwartaal, na 0,6% in het eerste kwartaal. Mogelijk werd dit ondersteund door extra uitgaven voorafgaand aan het aflopen van de uitbetalingen uit het Europese Herstel- en Veerkrachtfonds (RRF), dat officieel in augustus eindigt. Ook in Frankrijk trok de groei aan van een krimp van 0,1% in het eerste kwartaal naar 0,2% in het tweede kwartaal.

Wanneer Ierland buiten beschouwing wordt gelaten, groeide de economie van de eurozone in het tweede kwartaal met 0,3%, hetzelfde solide tempo als in het eerste kwartaal. Het algemene beeld is dat de economie van de eurozone veerkrachtig blijft, ondanks eerdere schokken op de energiemarkt. Ons basisscenario gaat ervan uit dat deze veerkracht ook in de komende kwartalen aanhoudt.

Op basis van de cijfers van vandaag verhogen we onze groeiverwachting voor 2026 weer naar 0,8%. Eerder hadden we die verlaagd naar 0,5% vanwege de scherpe terugval van het Ierse bbp. Onze prognose voor 2027 blijft ongewijzigd op 1,2%.