Transactie Trends: Een vinger aan de pols van hogere energieprijzen

Hebben Nederlandse huishoudens al last van hogere energieprijzen? In deze publicatie volgen we met geanonimiseerde en geaggregeerde transactiedata van ruim één miljoen huishoudens, hoe hogere energieprijzen doorwerken in de portemonnee van huishoudens. Opvallend is dat de doorsnee energiebetaling ondanks vijf maanden van verhoogde energiemarktprijzen nog nauwelijks is gestegen. Dit komt doordat bestaande contracten nog doorlopen en nieuwe tarieven voor elektriciteit niet significant hoger liggen. De hogere olieprijzen werken snel door aan de pomp, maar de stijging van de brandstofuitgaven van huishoudens blijft vooralsnog beperkt doordat autorijders hun gedrag aanpassen.
Oorlog in Iran en onzekerheid t.a.v. Straat van Hormuz sleept voort
In de korte periode waarin het Staakt-het-Vuren tussen Iran en de Verenigde Staten van kracht was, kwam het scheepsverkeer in de Straat van Hormuz langzaam op gang en daalden de olie en gasprijzen. Sinds eind juni laait de onzekerheid over het verloop van de oorlog echter weer op en zijn de positieve ontwikkelingen in de weken daarvoor tenietgedaan. Het aantal passages van tankers door de Straat van Hormuz is nagenoeg gestopt en de prijzen op gas- en oliemarkten zijn weer gestegen. Op het moment van schrijven staan olieprijzen (Brent) rond de 90 dollar per vat en gasprijzen (TTF-1 maand) boven de 60 euro per megawattuur en benaderen hiermee de piekniveaus van april en mei net na het uitbreken van de oorlog. Energieprijzen liggen nu al enkele maanden hoger dan vóór het uitbreken van de oorlog. In deze publicatie kijken we hoe deze ontwikkelingen doorwerken in de portemonnee van Nederlandse huishoudens. We kijken specifiek naar de ontwikkelingen van de uitgaven aan de energierekening en de pompuitgaven.

Gas- en elektriciteitsprijzen bij nieuwe contracten lager dan tijdens de voorjaarspiek
De stijging van de prijzen op energiemarkten werkt door in hogere tarieven voor nieuwe energiecontracten die huishoudens kunnen afsluiten (zie rechterfiguur hieronder). Dit blijkt uit cijfers van de Autoriteit Consument en Markt (ACM), die de mediane tarieven van nieuw afgesloten energiecontracten met een looptijd van één jaar publiceert. Sinds de piek in april en mei, net na het uitbreken van de oorlog, zijn prijzen weliswaar gedaald, maar ten opzichte van het niveau van vóór de oorlog liggen deze nog aanzienlijk hoger. Naar verwachting zet de stijging in marktprijzen van de afgelopen weken nieuwe opwaartse druk op de tarieven van nieuwe contracten. Gezien de ontwikkeling van de marktprijzen zal dit effect groter zijn bij gasprijzen dan bij elektriciteitsprijzen.
Wanneer we uitzoomen ontstaat echter een genuanceerder beeld van de huidige prijsstijgingen. Elektriciteitsprijzen zijn recent gestegen maar ten opzichte van augustus 2025, of augustus 2024 liggen deze prijzen beperkt hoger, respectievelijk zo’n 7 en 4 procent. Voor gas is dit beeld anders. In augustus ligt de gascontractprijs zo’n 23 procent hoger dan augustus 2025 en zo’n 19 procent voor augustus 2024.

Impact op energierekening huishoudens vooralsnog beperkt
Met behulp van geanonimiseerde en geaggregeerde transactiedata volgen wij de daadwerkelijke energiebetalingen van circa één miljoen Nederlandse huishoudens (zie de onderzoeksopzet voor meer informatie). Onze data geeft geen volledig inzicht in het energieverbruik van huishoudens of het type energiecontract dat zij hebben afgesloten. Wel laten de gegevens zien wat huishoudens aan maandbedragen betalen. Zo zien we wanneer hogere energieprijzen voelbaar worden in de portemonnee. In de eerste helft van 2026 bedroegen de maandelijkse energielasten van het mediane Nederlandse huishouden circa 160 euro. Dat betekent dat de helft van de huishoudens in onze steekproef minder betaalde dan dit bedrag en de andere helft meer. Het voordeel van het volgen van de mediane energiebetaling van een grote groep huishoudens is dat het de grote trend schetst, waardoor ontwikkelingen voor het doorsnee huishouden goed zichtbaar worden.
In de rechterfiguur hierboven zien we de mediane energiebetaling per maand over tijd. Opvallend is dat de doorsnee energierekening ondanks hogere markt- en contractprijzen nog nauwelijks is opgelopen. Naarmate meer vaste energiecontracten aflopen, zouden meer huishoudens blootgesteld moeten zijn aan hogere prijzen. Tijdens de energiecrisis in 2022 zagen we dit effect na een paar maanden duidelijk terug in de transactiedata. Daarmee verschilt de huidige dynamiek wezenlijk van die tijdens de energiecrisis van 2022. Zoals hierboven beschreven liggen contractprijzen weliswaar hoger dan vóór het conflict in Iran, maar liggen zij niet veel hoger dan één à twee jaar geleden in het geval van elektriciteit, voor gas liggen prijzen wel hoger maar huishoudens gebruiken doorgaans meer elektriciteit dan gas. Hierdoor verlengen veel huishoudens die nu een nieuw contract afsluiten hun energiecontract tegen tarieven die vergelijkbaar zijn met die van hun aflopende contract. Voor deze groep veranderen de prijzen in hun energiecontract dus nauwelijks, waardoor ook de mediane energiebetaling relatief stabiel blijft, mits het verbruik gelijk blijft. Dit staat in contrast met de situatie tijdens de energiecrisis van 2022, toen de tarieven voor nieuwe energiecontracten veel sterker opliepen. Huishoudens die destijds een nieuw contract afsloten kregen daardoor altijd te maken met fors hogere energiekosten, wat de mediane energierekening duidelijk opstuwde.
Uitgavestijging aan de pomp gedempt
Brandstofprijzen reageren snel op marktprijsveranderingen. Sinds begin juli zijn de prijzen van benzine en diesel aan de pomp weer gestegen door hogere marktprijzen. Zo lag de prijs voor een liter benzine halverwege juli op 2,23 euro, zo’n 4 procent hoger dan een maand eerder. Om de impact van hogere brandstofprijzen op Nederlandse huishoudens te meten, kijken we naar de mediane maandelijkse brandstofuitgaven van circa 700.000 huishoudens die actief gebruikmaken van hun auto. Deze ontwikkeling is weergegeven in de figuur rechtsonder. Omdat maanden een verschillend aantal dagen tellen, zijn de maandelijkse uitgaven voor een zuivere vergelijking genormaliseerd naar maanden van 30 dagen.

De figuur laat zien dat huishoudens sinds het uitbreken van de oorlog meer aan brandstof besteden dan daarvoor. In tegenstelling tot de energierekeningen zien wij deze prijsschok vrijwel onmiddellijk doorwerken in de mediane brandstofuitgaven. Over de periode maart tot en met juli bedroegen de mediane brandstofuitgaven in totaal ongeveer 765 euro, tegenover 708 euro in dezelfde periode een jaar eerder. Dat komt neer op een stijging van circa 8 procent op jaarbasis. De stijging van de brandstofbetaling blijft echter beperkter dan die van de brandstofprijzen. Waar benzineprijzen sinds het uitbreken van de oorlog ruim 21 procent hoger liggen en dieselprijzen zo’n 37 procent hoger liggen dan in dezelfde periode een jaar eerder, ligt de mediane brandstofbetaling in diezelfde periode zo’n 8 procent hoger. Dit wijst erop dat huishoudens hun brandstofverbruik terugschroeven of bijvoorbeeld vaker bij goedkopere tankstations tanken om zo een deel van de hogere prijzen te kunnen opvangen. Deze gedragsreactie sluit aan bij het beeld dat we zien uit andere .
Met het aanhouden van de onzekerheid in het Midden-Oosten en een krappe oliemarkt tot aan het einde van het jaar houden hogere prijzen aan de pomp waarschijnlijk nog even aan. In een volgende publicatie onderzoeken we uitgebreider hoe huishoudens op de hogere brandstofprijzen reageren. Daarbij kijken we zowel naar de gevolgen voor het brandstofverbruik als naar de vraag of hogere uitgaven aan de pomp ten koste gaan van andere consumptieve bestedingen.

