‘The sky is the limit’ voor offshore-windenergie

Blog -

ABN AMRO organiseert jaarlijks een conferentie over offshore-windenergie. Dit jaar op 9 november aanstaande. Sleutelfiguren uit de sector discussiëren op het event over de nieuwste innovaties en blikken vooruit op de toekomst van wind op zee. Lisa McDermott van het Project Finance Team van ABN AMRO, dat zich onder andere bezig houdt met financiering van grootschalige windparken, vertelt wat de conferentie gaat brengen.

De volgende stap voor wind op zee is echter om niet alleen groter te denken, maar ook slimmer Lisa Mcdermott Executive Director binnen de Gestructureerde Debt team van ABN AMRO

“De eerste windmolen op zee werd in 1990 gebouwd. Het had een vermogen van ‘slechts’ 0,45 MW en was de eerste van 11 turbines die samen het Vindeby windpark zouden vormen. Het hele park wekte 5 MW aan stroom op en bevond zich 1,8 kilometer uit de Deense kust. Deze mijlpaal kwam voor rekening van DONG Energy, dat in verband met de overgang naar groene energie per 6 november wordt omgedoopt tot Ǿrsted. Zo’n vijfentwintig jaar en 22 offshore windparken later is het bedrijf nu bezig met de bouw van Hornsea One, een windpark met een vermogen van 1,2 GW, 100 kilometer uit de kust van noordoost-Engeland. In 2020, als alle 174 turbines met ieder een vermogen van 7 MW draaien, zal Hornsea One het grootste en krachtigste windpark ter wereld zijn. Wind op zee is duidelijk aan het opschalen. Maar wordt de sector ook volwassener?

Exponentiële groei

De offshore windenergiesector kent de laatste jaren een exponentiële groei. Dat is het duidelijkst te zien aan de bijna verdrievoudiging van het vermogen per windturbine: van 3,6 MW in 2013, toen London Array in gebruik werd genomen (momenteel het grootste windpark ter wereld met een vermogen van 630 MW), naar 9,5 MW nu. Meer energieopwekking per turbine betekent meer winst per geïnvesteerde euro, maar het betekent ook minder bedrijfs- en onderhoudskosten. Deze optimalisaties waren in de Europese offshore-windenergiesector hard nodig door de sterke daling van de beschikbare subsidies voor deze technologie. EnbW en DONG hebben beloofd dat ze in 2025 projecten in Duitsland zonder subsidie kunnen opleveren – maar dan moeten er tegen die tijd wel mega-turbines met een vermogen van 13 tot 15 MW leverbaar zijn.

Groter en slimmer

De volgende stap voor wind op zee is echter om niet alleen groter te denken, maar ook slimmer. Er moet bijvoorbeeld gewerkt worden aan innovatieve software voor turbines en meer geavanceerde systemen voor energieopwekking en -transport. Ook de opslag van windenergie in accu’s opent enorme mogelijkheden.

Drijvende funderingen

Een van de grootste game changers zou echter wel eens kunnen komen uit de offshore sector zelf. De funderingen van windturbines op zee zijn soms wel 80 meter hoog en kunnen ruim 1500 ton wegen. Hiervoor worden nu nog gigantische hoeveelheden staal gebruikt. Dit kan drastisch verminderd worden door een overstap naar drijvende funderingen, die vlak onder het zeeoppervlak met lange kabels aan de zeebodem worden verankerd. Drijvende funderingen zijn milieuvriendelijker dan conventionele funderingen, die met heipalen diep in de zeebodem vastgezet worden. Maar het allermooiste is dat ze ook in zeer diep water gebruikt kunnen worden, waar vaste funderingen niet mogelijk zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de kustwateren van Japan en Californië. Volgens Statoil en Principle Power, twee pioniers van deze technologie, belooft deze techniek op termijn ook goedkoper te zijn, gezien de mogelijkheid tot standaardisering en de ruime beschikbaarheid van installatieschepen. Zullen drijvende windturbines echt de markt veroveren, en net zo concurrerend worden als turbines met vaste funderingen? Daarvoor moet eerst de sector zelf de noodzaak inzien van een brede overstap.

Toekomstmuziek?

Maar waarom zouden we het houden bij drijvende windturbines? Waarom niet de hele turbine laten voor wat het is en gewoon de lucht in gaan? De uiteinden van de wieken van de turbine vangen de meeste energie, en dus is alle staal en beton eronder overbodig, zeggen de makers van vliegende windenergiesystemen. Zij willen op een hoogte van ten minste 300 meter, waar de wind sterker en gelijkmatiger is, energie opwekken met systemen die gebruik maken van ballonnen, vliegers of vleugels aan kabels. Het mag dan als verre toekomstmuziek klinken, maar diverse bedrijven wereldwijd, waaronder het Nederlandse Ampyx Power, werken eraan om dit nog voor 2023 op zee commercieel te kunnen realiseren. Windenergie lijkt dus na het ruime sop binnenkort ook het luchtruim te gaan kiezen.

Outlook

Technical innovation is clearly at the heart of the offshore wind industry and is outpacing expectations at rate unthinkable only a few years ago. In 2016, the cost of energy from offshore wind fell below the ambitious 2020 industry target of GBP 100/MWh a full 4 years ahead of schedule. Emboldened by such progress, US researchers, led by the University of Virginia, are now working on designs for colossal 50W wind turbine technology, in a bid to reduce energy costs by a further 50%. For some a wind turbine 5 times taller than the Statue of Liberty, generating 6 times the output of today’s largest machines, is truly unthinkable. However if the offshore wind industry has proved anything over the last 5 years it’s that even the unthinkable can quickly become reality.

Delen

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs