Nederland - Coalitieakkoord draait hoofdzakelijk om defensie

PublicationMacro economy
3 minuten lezen

Door een sterke tweede helft van 2025 en een goed begin van het nieuwe jaar verhogen we onze groeiverwachting naar 1,6% voor 2026 en 1,4% voor 2027. De inflatie (cpi) neemt naar verwachting af naar 2,3% in 2026, tegenover 3,3% in 2025. De aanstaande minderheidscoalitie verhoogt de defensie-uitgaven fors, maar houdt de overheidsfinanciën grotendeels binnen de lijntjes door elders te bezuinigen. De plannen zijn echter verre van definitief, omdat ze afhankelijk zijn van steun uit de oppositie.

Max Raatjes

Max Raatjes

Medewerker Economisch Bureau

Zoals verwacht hebben verkiezingswinnaar D66, de VVD en het CDA een akkoord bereikt voor het vormen van een minderheidscoalitie. Op 30 januari presenteerden de drie partijen hun coalitieakkoord. Centraal daarin staat een sterke verhoging van de defensie-uitgaven om te voldoen aan de nieuwe NAVO‑norm. De nieuwe regering wil de defensiebegroting laten toenemen van ongeveer 2% van het bbp nu, naar 2,8% in 2030 en 3,5% in 2035. Dat is een ambitieuze doelstelling, vooral met het oog op aantrekken van defensiepersoneel in een zeer krappe arbeidsmarkt. De meeste andere maatregelen zijn erop gericht dit doel te ondersteunen. Bezuinigingen, met name in de zorg en sociale zekerheid (waaronder het verkorten van de WW-duur van twee naar één jaar), en een hogere inkomstenbelasting moeten de investeringen financieren. Volgens doorrekeningen van het CPB vallen de begrotingstekorten en de schuld‑bbp‑ratio’s in de komende vier jaar daardoor slechts marginaal hoger uit dan onder het vorige beleid.

Wat betreft de structurele agenda is het bemoedigend dat de nieuwe regering (1) de eerdere verschuiving naar meer consumptieve uitgaven deels terugdraait, met name door bezuinigingen op onderwijs ongedaan te maken, en (2) de belangrijkste bottlenecks in de economie erkent. De plannen om deze knelpunten aan te pakken zijn overtuigend waar het gaat om het doorbreken van de stikstofimpasse, maar minder overtuigend op gebieden zoals het aanpakken van de netcongestie. In bredere zin worden hervormingen op belangrijke terreinen als de woningmarkt en het belastingstelsel doorgeschoven naar een volgend kabinet. Daarnaast zal nog moet blijken welke onderdelen van het akkoord voldoende steun krijgen: de regering heeft geen meerderheid, niet in de Tweede Kamer en ook niet in de Eerste Kamer.

Het Nederlandse bbp groeide in het vierde kwartaal van 2025 sterker dan verwacht, met 0,5% kwartaal-op-kwartaal, waarmee de tweede helft van het jaar bijzonder sterk uitviel. De sterke bijdrage van particuliere consumptie en overheidsuitgaven was geen verrassing en zal ook in 2026 een belangrijke groeimotor blijven. Wel verrassend was de sterke positieve bijdrage van de netto‑export. De negatieve impact van Amerikaanse tarieven in 2025 is wel zichtbaar in de exportwaarde naar de VS, vooral in producten van Nederlandse makelij, maar die werd ruimschoots gecompenseerd door hogere uitvoer naar andere landen. De sterkere groei in Duitsland, de belangrijkste handelspartner van Nederland, kan deze ontwikkeling deels verklaren. De solide uitvoer van machines en de hogere uitvoer naar Taiwan suggereren dat Nederlandse chipmachinefabrikanten ook een belangrijke rol speelden in de exportgroei. We verhogen onze groeiverwachting voor 2026 naar 1,6% (was 1,2%) en voor 2027 naar 1,4%.

De verassende inflatiecijfers van januari zetten onze inflatieverwachting onder neerwaartse druk. De inflatie kwam in januari uit op 2,2% (HICP), tegen 2,7% in december. De daling was breed gedragen over verschillende bestedingscategorieën. Vooral voedselinflatie viel op: 2%, voor het eerst in vijf jaar op een dusdanig (laag) niveau, en ook diensteninflatie daalde. Hierdoor beweegt de Nederlandse inflatie dichter naar het gemiddelde van de eurozone. We verwachten dat de Nederlandse inflatie (CPI) in 2026 gemiddeld 2,3% bedraagt (HICP: 2,2%).