Nederland -Een op maat gemaakt steunpakket

PublicationMacro economy
4 minuten lezen

We verwachten dat de economische groei van het eerste kwartaal op 0,4% k/k uitkomt, door het solide onderliggende momentum. Het Nederlandse kabinet heeft deze week diverse maatregelen voorgesteld om huishoudens en bedrijven te ondersteunen. Het risico op tweede ronde effecten op lonen en inflatie is groter voor Nederland. In plaats van toenemen betekent de verhoogde inflatie dat de koopkracht in 2026 stagneert.

Jan-Paul van de Kerke

Jan-Paul van de Kerke

Hoofd Nederland

Aggie van Huisseling

Aggie van Huisseling

Senior Econoom Nederland

Op 30 april worden de bbp-cijfers over het eerste kwartaal gepubliceerd. Wij verwachten een groei van 0,4% k/k. Hoewel het conflict in het Midden-Oosten dat op 28 februari uitbrak een aanzienlijke invloed heeft op het consumentenvertrouwen en het producentenvertrouwen (zowel de producentenprijzen als de levertijden zijn gestegen), is het effect op de groei op korte termijn naar verwachting beperkter dan in 2022 bij de vorige energieprijsschok. Dit komt onder andere door het solide onderliggende economische momentum aan het begin van het jaar. Daarnaast is de opgebouwde weerbaarheid, waarbij de voorzichtigheid van de afgelopen jaren – weerspiegeld in een verhoogde spaarquote – een bron van kracht is voor de toekomst. De risico's voor onze prognose voor het eerste kwartaal zijn duidelijk neerwaarts gericht. Aangezien de impact van het conflict in het Midden-Oosten op de groei naar verwachting medio 2026 zijn hoogtepunt zal bereiken, zullen we onze groeiprognose waarschijnlijk naar beneden bijstellen en gaan deze effecten ook op het groeicijfer voor 2027 wegen.

Deze week heeft het Nederlandse kabinet diverse maatregelen voorgesteld om huishoudens en bedrijven te ondersteunen. In plaats van een verlaging van de brandstofaccijns gaat het om een op maat gesneden pakket. Dit bestaat onder meer uit reiskostenvergoedingen voor werknemers, een energienoodfonds voor kwetsbare huishoudens, extra middelen voor het isoleren van woningen en een verlaging van de motorrijtuigenbelasting. Al met al is het echter een bescheiden pakket, zodat de steun later eventueel verder kan worden opgevoerd. Het pakket is volledig gefinancierd, bijvoorbeeld door de heffingen op alcohol te verhogen. Het betekent echter wel dat het prijsverschil met buurlanden, die de brandstofaccijnzen hebben verlaagd, groot blijft. Zo kan het prijsverschil met België oplopen tot 55 cent per liter. We hebben de effecten op het brandstoftoerisme onderzocht en concluderen dat huishoudens in de grensregio nu gemiddeld 4 tot 5 liter extra per week tanken in België.

De stijging van de energieprijzen was al zichtbaar in het HICP-inflatiecijfer van maart, dat licht steeg tot 2,6%. De energieprijzen gaan huishoudens op verschillende manieren raken. Direct en snel via de uitgaven aan de pomp. Langzamer via energierekeningen, waar het effect geleidelijk zichtbaar wordt omdat de meeste huishoudens een contract met vaste prijzen hebben en dus nog niet worden geraakt. Het indirecte effect komt doordat energie een input is voor talrijke productieprocessen, waardoor de prijsdruk op energie-intensieve goederen en diensten toeneemt. Daarom verwachten we dat de inflatiedruk de komende maanden zal toenemen. Voor Nederland is het risico op tweede ronde effecten op lonen en inflatieverwachtingen groter vanwege: (1) het hoge uitgangspunt van de inflatie; vóór het uitbreken van het conflict lag de inflatie nog steeds boven de beoogde 2%, (2) hogere loongroei; met een CAO-loonstijging van maar liefst 4,6% in maart is de Nederlandse economie nog steeds bezig de tweede ronde effecten van de energieschok van 2022 te verwerken, (3) een nog steeds krappe arbeidsmarkt; de werkloosheid daalde in maart opnieuw licht naar 4%, en (4) relatief lage gasvoorraden. Aangezien het kabinet bovendien heeft gekozen voor een meer op maat gesneden pakket dan een verlaging van de brandstofaccijns, betekent dit wel dat de divergentie met het totale inflatiecijfer van de eurozone groter wordt (zie artikel over de eurozone).

De inflatie zal naar verwachting een negatieve invloed hebben op de bestedingen van huishoudens. Daarnaast voorspelt het CPB dat de eerder verwachte stijging van de koopkracht voor 2026 nu zal afnemen. Toch is de spaarquote van huishoudens hoog gebleven, wat een sterke uitgangspositie biedt.