Prinsjesdag 2026: Begroting zoekt meerderheid

Vandaag is de eerste Prinsjesdag van minderheidskabinet Jetten I. De begroting is het startpunt van de onderhandelingen met de oppositie, de komende weken zijn bepalend voor de begrotingskoers. Het kabinet zag eerder ruimte om meer naar de toekomst te kijken en te investeren in de lange termijn. Maar de economische en politieke realiteit trekken het kabinet meer naar het hier en nu. De Nederlandse economie is weerbaar, maar knelpunten nemen toe.
Minderheidsstatus verschuift aandacht van begroting naar onderhandelingen
Op deze Prinsjesdag presenteerde het minderheidskabinet-Jetten I zijn eerste volledige begroting. Afgelopen weken bleek het al erg moeilijk om overeenstemming te bereiken tussen de coalitiepartners. Met 66 zetels in de Tweede Kamer – ruim onder de 76 zetels die nodig zijn voor een meerderheid – moet de voorgestelde begroting worden gezien als het startpunt van de onderhandelingen; niet als het definitieve beleidspakket. De regering heeft namelijk steun van de oppositie nodig in zowel Eerste- als Tweede Kamer.

Politieke en economische realiteit brengt kabinet meer naar het hier en nu
De Nederlandse economie heeft turbulente jaren achter de rug. Ook kwam de focus van beleid steeds meer op de korte termijn te liggen, onder andere doordat we sinds 2020 ruim 40% van de tijd een demissionair kabinet hebben gezien. Tijdens de coalitievorming van het huidige kabinet was er nog geen sprake van hoge energieprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten, waardoor het kabinet ruimte had om te investeren in het toekomstig verdienvermogen. Het legde vergeleken met eerdere kabinetten meer focus op de lange termijn. Door de nieuwe economische realiteit wordt het kabinet toch weer naar het hier en nu getrokken. De hogere energieprijzen zetten druk op de koopkracht, waardoor het moeilijker wordt om lastenverzwaringen door te voeren. Daarnaast heeft het minderheidskabinet steun van de oppositie nodig en daarvoor verschillende plannen afgezwakt, uitgesteld of verwijderd, bijvoorbeeld op sociale zekerheid.
Verschillende internationale organisaties zoals het hebben zich kritisch uitgelaten over de focus op koopkrachtsteun in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan de tijdelijke verlaging van de brandstofaccijns. De middelen daarvoor kunnen ook worden gebruikt om de lange termijnuitdagingen voor de Nederlandse economie te adresseren, zoals bijvoorbeeld het volle elektriciteitsnet, stikstofbeperkingen en de krappe arbeidsmarkt. Daarnaast beschreef ook het CPB dat huishoudens over het algemeen weerbaar zijn. Mocht de overheid toch overheidssteun willen bieden dan verdient het de voorkeur dit op een structurele en voorspelbare manier te doen.
Aandacht voor koopkracht en sociale zekerheid…
De ambitie om de defensie-uitgaven te verhogen tot 2,8% van het bbp in 2028 en 3,5% in 2035 staan centraal in deze regeerperiode. Oorspronkelijk stelde de coalitie voor om deze uitgavenverhoging te financieren via hogere belastingen op arbeid (de ‘vrijheidsbijdrage’) en bezuinigingen op sociale zekerheid. Hierdoor zou volgens eerdere berekeningen de koopkracht in 2027 stagneren. Als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten is de inflatie gestegen en dreigt de koopkracht volgend jaar met 0,3% te dalen. De coalitie voelt zich hierdoor genoodzaakt om de eerdere plannen ten aanzien van de vrijheidsbijdrage en de sociale zekerheid af te zwakken, zodat de koopkrachtdaling beperk blijft tot 0,1%.

… maar ook voor de langere termijn
Ook worden er investeringen gedaan. Zo worden middelen uitgetrokken voor innovatiefondsen (EUR 4 mld.) en gaat er een eenmalige impuls naar herstel van infrastructuur van EUR 1,5 mld, waarvoor de totale opgave tot en met 2040 op EUR 80 mld wordt geraamd. Ook stikstof staat nog steeds op de agenda. Daarentegen zijn concrete vervolgstappen op de Wennink-agenda – het Nederlandse ‘Draghi-rapport’ over concurrentievermogen – beperkt.
Een andere duidelijke afwezige in het beleid van vandaag is een concreet voorstel veer een uiterlijk in 2028 te introduceren nieuwe Box 3 vermogensbelasting. Hierdoor dreigen de belastinginkomsten met zo’n EUR 2 mld per jaar terug te vallen vergeleken met eerdere ramingen. Dekking van dit gat moet elders in de begroting worden gevonden. De beslissing over Box 3 is vooralsnog doorgeschoven.
Nederlandse economie weerbaar, maar structurele knelpunten nemen toe
Prinsjesdag vond plaats tegen een achtergrond waarin de Nederlandse economie zich verrassend weerbaar heeft getoond, ondanks geopolitieke risico’s en verhoogde energieprijzen (lees hier meer). De consumptie van huishoudens is veerkrachtig, de overheid blijft een bijdrage leveren aan de groei en de arbeidsmarkt is krap. De Nederlandse economie profiteert ook van de wereldwijde AI-gedreven investeringsgolf. Het uitgebreide halfgeleider-bedrijfsecosysteem ondersteunt de uitvoer.
Het beeld op de langere termijn is uitdagender. Allerlei belemmerende factoren zetten steeds meer een rem op de economie, bijvoorbeeld de vergrijzing van de beroepsbevolking, congestie op het elektriciteitsnet en achterstallig onderhoud van infrastructuur. Deze knelpunten beperken het groeipotentieel en verminderen de broodnodige dynamiek in de economie.
Inflatie blijft een belangrijke uitdaging. Hogere energieprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten raken de economie, terwijl verschillende sectoren nog moeten bijkomen van eerdere energieschokken. De aanhoudend hoge loongroei zal de diensteninflatie waarschijnlijk nog geruime tijd hoog houden. Verder kan ook de voedingsinflatie de komende tijd toenemen (lees hier meer). Na vier jaar van prijsdruk blijft de inflatie ook dit en volgend jaar met ongeveer 3% hoog.

Nieuwe uitgaven dienen gedekt te worden
Aanpassingen van de begroting in de komende weken zullen waarschijnlijk niet leiden tot grote verschuivingen van het begrotingstekort. Het standpunt van Minister van Financiën, Eelco Heinen, gesteund door het coalitieakkoord is namelijk duidelijk: nieuwe uitgaven zullen gedekt moeten worden door hogere belastingen of bezuinigingen op andere plekken.
In 2026 zal het begrotingstekort volgens het CPB naar verwachting uitkomen op 2,7% van het bbp, mede door een eenmalige uitkering aan militair personeel (EUR 8 mld.). Volgend jaar is de verwachting dat het begrotingstekort wat terugloopt naar 2,2%. Dekking wordt bijvoorbeeld gevonden door de inkomensgrens van de hogere schijven van de inkomstenbelastingen niet mee te laten stijgen met de inflatie en hogere belasting op leidingwater.
Vooruitkijkend denken we dat het risico op onderuitputting groot blijft, onder andere door de krappe arbeidsmarkt. Dit geldt in het bijzonder voor de geplande stijging van de defensie-uitgaven, aangezien die plaatsvindt tegen een achtergrond van aanbodbeperkingen.

