Nederland - Weerbaar in een onzekere wereld

In het eerste halfjaar groeide de Nederlandse economie sterker dan eerder verwacht, in de tweede helft zal de groei op een lager tempo uitkomen. We verwachten groei van 1,3% in 2026 en 1,1% in 2027. Hogere energieprijzen sijpelen geleidelijk door in de prijzen van andere goederen en diensten. Het minderheidskabinet heeft een akkoord bereikt, maar de begroting zal nog worden aangepast.
Geopolitiek kreeg in eerste halfjaar geen vat op de Nederlandse economie
In het eerste halfjaar groeide de Nederlandse economie sterker dan eerder verwacht en dat ondanks hogere inflatie, geopolitieke onrust, hittegolven, lage waterstanden in de Rijn en schommelende energieprijzen. De groei werd gedragen door de binnenlandse bestedingen: huishoudens consumeerden meer, de overheid bleef uitgeven en er werd meer geïnvesteerd. Daarnaast kreeg de economie tijdelijk steun van bijvoorbeeld ‘hamstergedrag’: bedrijven legden extra voorraden aan door zorgen over verstoringen van internationale aanvoerlijnen. Ook de onderliggende fundamenten van de economie zijn stevig. De arbeidsmarkt is krap, huishoudens en bedrijven hebben financiële buffers en de overheid steunt de groei. Vooruitkijkend verwachten we dat de groei aanhoudt, maar in een lager tempo. Tijdelijke factoren vallen weg, terwijl hogere energieprijzen geleidelijk sterker doorwerken in de economie en de koopkracht kunnen drukken. Per saldo blijft de economie groeien, zij het in een lager tempo in de tweede helft van het jaar. Al met al verwachten we een groei van 1,3% dit jaar, en 1,1% volgend jaar.

Ook Nederland profiteert van de sterke wereldhandel en AI-hausse
De wereldwijde goederenhandel laat dit jaar tot nu toe veerkracht zien. Ondanks een tijdelijke terugval in maart, kort na het uitbreken van het conflict in Iran, trok de wereldhandel weer aan en de jaarlijkse groei lijkt volgens de huidige inzichten zelfs sterker uit te gaan komen dan in het al uitzonderlijke jaar 2025. Deze veerkracht komt bijvoorbeeld door de veerkrachtige consumentenbestedingen, de AI-boom en investeringen in defensie en energie, en ‘hamstergedrag’. Als open economie is Nederland goed gepositioneerd om hiervan te profiteren. Daarnaast biedt de AI-hausse een steun in de rug, te zien in onder meer de sterke groei van de Nederlandse uitvoer naar Taiwan. Ook profiteerden Nederlandse toeleveranciers van Duitse chemiebedrijven doordat Chinese concurrenten tijdelijk minder konden produceren door de blokkade van de Straat van Hormuz. Deze tijdelijke factor, samen met het ‘hamstergedrag’ van bedrijven, vallen naar verwachting in het tweede halfjaar weg waardoor de groei wat afzwakt.
Inflatie ruim 4 jaar boven 3%
De Nederlandse inflatie ligt inmiddels al ruim 4 jaar boven de 3%. Het conflict in het Midden-Oosten zorgt voor langdurig hogere energieprijzen, wat zichtbaar is in de ontwikkeling van zowel de olie- als de gasprijzen. Europa zit midden in het gasvulseizoen. Lage gasvoorraden bij aanvang van de herfst betekenen dat de vraag, en zo de prijs van gas nog wel even verhoogd blijft. We verwachten dat deze hogere energieprijzen geleidelijk zullen doorsijpelen in de prijzen van andere goederen en diensten. Al blijft deze verbreding beperkt in vergelijking met de vorige energiecrisis in 2022-23. De eerste signalen hiervan zijn inmiddels terug te zien in de oplopende producentenprijzen. Daarnaast staan de prijzen van industriële goederen onder opwaartse druk door de AI-hausse. De prijzen van chips lopen op, waardoor producten met chips, zoals computers ook in prijs toenemen. Ook de voedingsinflatie zal naar verwachting stijgen. Zoals we beschrijven in de Spotlight van deze maand, spelen daarbij niet alleen hogere energieprijzen een rol. Ook andere factoren, zoals hitte en droogte van afgelopen zomer, dragen hieraan bij. Net zoals de oplopende transportkosten en stijgende loonkosten die zorgen voor extra prijsdruk. De hogere loonkosten hangen samen met de verwachting dat de loongroei langer op het huidige hoge niveau zal blijven. Daardoor zal ook de diensteninflatie minder sterk dalen dan eerder voorzien. Per saldo verwachten we dat de CPI-inflatie dit jaar uitkomt op 3,1% en volgend jaar op 2,7%.
Consumenten pessimistisch maar blijven uitgeven
Ondanks geopolitieke onzekerheid, de oplopende inflatie en pessimisme blijven consumenten uitgeven. Verschillende factoren ondersteunen de consumptie. Zo DNB dat huishoudens recordhoge opbrengsten hebben gerealiseerd op financiële markten in het tweede kwartaal, wat kan bijdragen aan bestedingsbereidheid. Ook speelt de pensioentransitie een rol. Uit ons onderzoek blijkt dat van iedere euro invaarbonus die wordt uitgekeerd, 22 cent wordt besteed. Ondanks de stijgende energieprijzen hebben we onderzocht dat de oploop van de energierekening voor het mediane huishouden tot nu toe nog beperkt blijft. Dat kan een ondersteunde factor zijn. Daarentegen zien we duidelijke prijseffecten aan de pomp, waar brandstofprijzen recordhoogtes hebben bereikt en de consumptie van brandstof wel afneemt. Tegelijkertijd zijn de aankopen van elektrische voertuigen toegenomen, wat de consumptie stuwt en de gevoeligheid voor hogere brandstofprijzen beperkt.
Zoals eerder genoemd verwachten we dat de inflatie verder verbreedt en dat het groeitempo van de economie in de tweede helft van dit jaar wat aan vaart verliest. Dat kan een rem zetten op de consumentenbestedingen. Ook verwachten we dat de woningmarkt wat afkoelt als gevolg van de hogere rentes. De oplopende voedingsinflatie is een aandachtspunt, aangezien voedingsprijzen een belangrijke rol spelen bij het vormen van inflatieverwachtingen van huishoudens. Hogere inflatieverwachtingen kunnen zorgen voor pessimisme en negatief doorwerken op de consumptie. Al met al verwachten we dat de consumentenbestedingen in de tweede helft van dit jaar gestaag blijven groeien.

Een akkoord binnen de coalitie… waar nog flink aan gesleuteld gaat worden
Eind augustus kwam het minderheidskabinet-Jetten I tot een akkoord over haar eerste volle begroting. Hoeveel dit akkoord waard is gaat de komende weken – en met name tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag – blijken. De minderheidsstatus in zowel de Tweede als de Eerste Kamer vergt immers steun van oppositiepartijen, die unaniem aangaven zich (nog) niet te kunnen vinden in de begroting.
Wat lekte al uit? De veranderende koopkrachtsituatie noopt het kabinet tot koopkrachtreparatie (EUR 1,5 mrd). Tijdens het sluiten van het regeerakkoord begin 2026 ging de coalitie uit van een uitbundige groei van de koopkracht dit jaar dankzij loonstijgingen. Dat vooruitzicht gaf ruimte voor lastenverzwaring op arbeid om bij te dragen aan de financiering van defensie-uitgaven. De nieuwe inflatieschok door Iran slaat deze basis weg. In plaats van de koopkracht af te romen gaat het kabinet nu over tot koopkrachtreparatie. Om politieke steun te vinden worden de bezuinigingen op sociale zekerheid zoals de oploop van de AOW-leeftijd, de verkorting van de WW-duur en de verlaging van het maximum dagloon afgezwakt of uitgesteld. Op een aantal dossiers blijft onduidelijkheid bestaan, zoals belastingheffing op vermogen (box 3).
Het ambitieuze coalitieakkoord is afgezwakt met oog op de politieke werkelijkheid. Aanpassingen waren nodig om meningsverschillen binnen de minderheidscoalitie op te lossen en om ruimte te bieden aan wensen van het parlement. Het heeft er de schijn van dat de aandacht voor langetermijnuitdagingen van de Nederlandse economie, zoals de aanpak van bottlenecks (gebrek aan woningen en uitbreiding elektriciteitsnet) of de inzet op hogere arbeidsproductiviteit gelet de beperkte aandacht ervoor in de begroting momenteel minder prioriteit hebben, al is de EUR 4 miljard extra uitgaven in innovatiefondsen daarin een veelbelovend lichtpunt. De komende weken moet blijken of de balans tussen de korte en lange termijnbelangen en tussen consumeren en investeren hersteld wordt.


