Prinsjesdag commentaar: Nationale Opdracht vergt vlucht naar voren

PublicationMacro economy
5 minuten lezen

Minister van Financiën Heinen roept op tot een ‘Nationale Opdracht voor de Toekomst’ om de welvaart op niveau te houden. Ondanks verschillende schokken houdt de Nederlandse economie verassend goed stand. Onder dat groeicijfer stapelen de knelpunten zich op en wordt de wendbaarheid beperkt. Grote opgaven voeren die druk verder op. Dit kabinet heeft meer oog voor de knelpunten en zet stapjes in de juiste richting. Maar geopolitiek, Iran en de politieke realiteit trekken het kabinet naar het hier en nu.

Jan-Paul van de Kerke

Jan-Paul van de Kerke

Hoofd Nederland

Nationale Opdracht voor de Toekomst

“Een nationale opdracht voor de toekomst” is de titel van het voorwoord van de vandaag gepubliceerde Miljoennota van Minister van Financiën Eelco Heinen. Inzetten op economische groei is volgens het kabinet nodig om de verzorgingsstaat en welvaart op niveau te houden. Daar komt bij dat er grote opgaven voor de deur staan. Denk aan de energietransitie, vergrijzing en klimaat. De afgelopen jaren is de lijst uitdagingen alleen maar langer geworden met de adoptie van AI, stijgende defensie-uitgaven en de geopolitieke spanningen. China wordt een steeds geduchtere concurrent en de VS is niet de betrouwbare handelspartner die het voorheen was. Ondanks korte termijn weerbaarheid vergt dit een vlucht naar voren met beleid gericht op knelpunten en de lange termijn.

Op korte termijn zit het met die groei wel snor

Geopolitieke spanningen, oplopende rentes, hoge energieprijzen en het vijfde jaar op rij met 3% of meer inflatie krijgen nog geen vat op de Nederlandse economie. De bbp-groei van naar verwachting 1,3% dit jaar en 1,1% volgend jaar komt deels door een stevig fundament, aanpassingsvermogen en ondernemerschap. De schulden van huishoudens en bedrijven dalen al jaren. De krappe arbeidsmarkt en aanhoudende loonstijgingen stellen consumenten in staat om ook onder onzekere omstandigheden te consumeren. Ook eenmalige factoren zoals de pensioentransitie, waardoor gepensioneerden een invaarbonus ontvangen, helpen daarbij een handje. Verder is het aandeel hernieuwbare energie in onze energievoorziening toegenomen, waardoor onze economie minder vatbaar is voor nieuwe energieschokken (zie hier). Tot slot beschikt Nederland over een uniek voordeel met de innovatieve halfgeleidersector, die in zes jaar ongeveer in omzet én personeel verdubbelde. De sector, en daarmee Nederland, profiteert van de wereldwijde AI-boom.

Die groei maskeert een hoop

Tegelijkertijd heeft de Nederlandse economie last van diverse knelpunten zoals congestie op het elektriciteitsnet, het woningtekort en de krappe arbeidsmarkt. De vergunningsverlening, o.a. door stikstof, hapert en door achterstallig onderhoud vertoont de infrastructuur gebreken. Als gevolg hiervan heeft onze economie aan wendbaarheid ingeboet. De grote opgaven voeren de druk verder op: de energietransitie vraagt om verdere uitbreiding van de netcapaciteit, vergroting van de krijgsmacht naar 122 duizend mensen – de ambitie in het coalitieakkoord – vergroot de druk op de arbeidsmarkt. Nederland moet investeren in infrastructuur op een moment dat ook andere landen sterk in infrastructuur investeren terwijl de bouwcapaciteit beperkt is. Door alle knelpunten is het steeds minder vanzelfsprekend dat de groei op langere termijn overeind blijft.

Bovendien is die gunstige uitgangspositie mogelijk juist het gevolg van alle knelpunten. Huishoudens hebben veel gespaard, een appeltje voor de dorst maar ook een reactie op onzekerheid (zie hier). Bedrijven bouwen hun schulden af, maar dat gebeurt deels ook omdat er minder geïnvesteerd wordt door onduidelijkheid over de elektriciteitsaansluiting en gebrek aan personeel. Ook het lage aantal faillissementen kan met de knelpunten samenhangen en een teken zijn van gebrekkige bedrijfsdynamiek. DNB concludeert dat productiefactoren te weinig tussen bedrijven verschuiven, terwijl deze ‘herallocatie’ juist belangrijk is in een economie die gekenmerkt wordt door schaarste. Tot slot kan de toenemende afhankelijkheid van de halfgeleidersector een nadeel zijn als de AI-boom tegenvalt en de groei van deze sector terugvalt.

Het kabinet probeert de blik verder naar voren te richten

Anders dan het voorgaande kabinet lijkt het minderheidskabinet meer oog te hebben voor de genoemde knelpunten en de lange termijn. Dat blijkt uit meer dan enkel de titel: ‘klaar voor de toekomst’. Het kabinet heeft bij diverse knelpunten een juiste probleemanalyse en zet op diverse dossiers een stap in de goede richting. Zo zijn de bezuinigingen op onderwijs gedeeltelijk teruggedraaid, wordt de vergunningverlening vergemakkelijkt via de recent aangekondigde crisiswet Netcongestie, ligt er een pakket aan maatregelen om het stikstofprobleem aan te pakken en geeft het gehoor aan enkele aanbevelingen uit het commissie-Borstlaprapport voor een meer evenwichtige arbeidsmarkt. Hoewel op verschillende terreinen fundamentele beleidswijzigingen uitbleven is het coalitieakkoord een stap in de goede richting.

Iran en de politieke realiteit trekken deze miljoenennota weer naar het hier en nu

De realiteit van deze Prinsjesdag is dat geopolitieke ontwikkelingen en de politieke realiteit de begroting weer meer naar het hier en nu trekken. De oorlog in Iran en hogere energieprijzen leiden tot een oploop van de inflatie en verleiden het minderheidskabinet toch weer tot koopkrachtreparatie. Dat gebeurt onder andere door een lagere afdracht voor de vrijheidsbijdrage. Ook worden tijdelijk lagere brandstofaccijns opnieuw – voor het vijfde jaar – met een jaar verlengd. Niet het stabiele beleid waar consumenten zich op in kunnen stellen.

Bovenal is de begroting van vandaag slechts een openingsbod van het minderheidskabinet. De scherpe randjes zijn van tafel gehaald door maatregelen uit het coalitieakkoord te schrappen, af te zwakken of naar achter te verplaatsen. Maar het is de vraag of dat voldoende naar de zin van de oppositie is. Dit betekent dat de uiteindelijke maatregelen nog sterk kunnen veranderen. Het is daarbij de vraag of Den Haag de verleiding kan weerstaan om de discussie vooral toe te spitsen op korte termijn koopkrachtplaatjes, of de aandacht te richten op de langetermijn opgaven waar Nederland voor staat. De nabije geschiedenis stemt niet hoopvol. Sinds 2020 heeft de Nederlandse regering in 40% van de tijd de demissionaire status gehad wat korte termijn denken in de hand werkte. Laten we hopen dat de nationale opdracht van Heinen breed aanslaat en leidt tot een vlucht naar voren: keuzes maken en investeren in de toekomst vooropstellen.