Transactie Trends - Hogere energieprijzen; een vinger aan de pols

PublicationMacro economy
8 minuten lezen

Wat merken Nederlandse huishoudens van de oorlog in Iran? In deze publicatie analyseren we hoe snel hogere energieprijzen de portemonnee van huishoudens raken, met behulp van geanonimiseerde transactiedata van meer dan 1 miljoen huishoudens. Hogere gasprijzen werken met vertraging door, waardoor de doorsnee betaling van de energierekening vooralsnog niet is gestegen. Bij brandstofuitgaven zien we dat de stijgende olieprijzen sneller doorwerken, dit effect is in maart al zichtbaar. Wij verwachten dat de energiebetalingen in de komende maanden blijven toenemen, zoals ook het geval was in 2022. Toen duurde het ongeveer een kwartaal voordat betalingen aan de energierekening duidelijk opliepen. Daarom volgen we de komende maanden de energiebetalingen van huishoudens, met name van huishoudens die kwetsbaar zijn voor hogere energielasten.

Jan-Paul van de Kerke

Jan-Paul van de Kerke

Hoofd Nederland

Introductie

Wat zijn de gevolgen van de oorlog in Iran voor Nederlandse huishoudens? Stijgende markt- en contractprijzen voor energie vertalen zich niet direct door naar wat huishoudens daadwerkelijk betalen. Door gebruik te maken van geaggregeerde en geanonimiseerde transactiedata kunnen wij inzicht bieden in de energiebetalingen die huishoudens in de praktijk maken, en nagaan in hoeverre hogere marktenergieprijzen al doorwerken op consumentenniveau. Wij zien dat in de maand maart de betalingen voor de energierekening voor veel huishoudens nog niet direct zijn gestegen. Dit betekent niet dat er geen huishoudens zijn die al wel worden geconfronteerd met een hogere energierekening. Denk aan huishoudens die sinds het uitbreken van de oorlog een nieuw energiecontract afsloten of aan huishoudens met een dynamisch energiecontract. Bij de pomp was de impact van het conflict in het Midden-Oosten wel snel merkbaar. Autorijders zagen de brandstofprijzen in maart flink stijgen. Huishoudens waren dan ook gemiddeld meer geld aan de pomp kwijt dan dat zij voor het uitbreken van de oorlog waren. In onze energieprijsramingen gaan wij ervan uit dat de energieprijzen niet snel terugkeren naar het niveau van vóór de oorlog. De komende maanden zullen wij daarom een vinger aan de pols houden en de gevolgen van de hogere energieprijzen bijhouden. Daarbij zullen we in het bijzonder aandacht besteden aan kwetsbare huishoudens die een groot aandeel van hun inkomen aan energielasten kwijt zijn.

De oorlog in het Midden-Oosten laat sporen na op energiemarkten

De oorlog in Iran heeft de internationale energiemarkten sterk opgeschud. In de laatste weken lijkt de olieprijsstijging af te zwakken. Gasprijzen hebben door het nieuws van een staakt-het-vuren zelfs een lichte daling laten zien. Nog steeds staat de olieprijs op het moment van schrijven, ongeveer 84% hoger dan aan het begin van dit jaar en de gasprijs zo’n 51%. In onze energieprijsramingen gaan we ervan uit dat energieprijzen nog geruime tijd op een hoger niveau blijven. Dit heeft meerdere oorzaken. Wij verwachten tot ten minste eind mei sterke verstoringen in de energieaanvoer uit het Midden-Oosten. Ook daarna keren we niet direct terug naar het niveau van vóór de oorlog, onder meer door onzekerheid over schade aan energie-infrastructuur. Daarnaast begint binnenkort het vulseizoen in Europa. Tijdens deze periode worden de gasvoorraden aangevuld, maar die zijn op dit moment ongebruikelijk laag. Dit zorgt voor extra vraag naar gas, waardoor de prijzen naar verwachting langdurig hoog blijven. Ook financiële markten houden rekening met dit scenario (zie rechtergrafiek hieronder).

Hogere prijzen werken door in nieuwe energiecontracten, …

De verwachting dat energieprijzen nog enige tijd hoger blijven, zien we ook terug in de huidige prijzen voor nieuwe energiecontracten. Energieleveranciers berekenen de huidige en verwachte prijsstijging door aan consumenten. Huishoudens die eind maart een nieuw vast contract voor 1 jaar afsloten voor gas of elektriciteit, waren respectievelijk 27% of 21% duurder uit dan bij het afsluiten van eenzelfde soort contract eind Februari (zie linkerfiguur hieronder). Een kleinere prijsstijging dan energiemarktprijzen laten zien, maar nog steeds significant. Voor vaste contracten met een langere looptijd was de prijsstijging iets gematigder, maar nog steeds fors. Huishoudens die nu een vast contract afsluiten, worden zodoende blootgesteld aan hogere energieprijzen. In maart dit jaar had ongeveer 54% van de huishoudens een nog lopend vast contract, 38% had een variabel contract en zo’n 7% had een dynamisch contract.

… maar de energiebetalingen van de meeste huishoudens stijgen nog niet

Met behulp van geanonimiseerde en geaggregeerde transactiedata kunnen we een zeer actueel beeld krijgen van de gevolgen van hogere energieprijzen voor de energiebetalingen van huishoudens. We kijken naar de mediane energiebetalingen van huishoudens aan energieleveranciers (zie rechterfiguur hierboven). We volgen zo’n miljoen Nederlandse huishoudens. Zie de verantwoording onderaan de publicatie voor meer informatie over de onderzoeksopzet.

Hoewel onze data geen precies beeld geeft hoeveel energie er gedurende de maand wordt verbruikt of wat voor energiecontracttype een huishouden heeft, biedt onze data juist wel inzicht in wat huishoudens daadwerkelijk betalen. Wij observeren wanneer huishoudens in de portemonnee geraakt worden. Dit moment is bijvoorbeeld van belang voor eventuele doorwerking naar andere consumptieve bestedingen.

In 2025 lag de mediane maandelijkse energiebetaling op 161 euro. De helft van de huishoudens in onze sample heeft dus een energierekening die lager is dan dit bedrag, en de andere helft heeft een energierekening die hoger is dan dit bedrag. Het mediane bedrag kan afwijken van het gemiddelde bedrag dat huishoudens aan hun energieleverancier betalen. Het voordeel van het mediane cijfer is dat het grote trends weergeeft voor het merendeel van de huishoudens. De maandelijkse energiebetalingen laten over de jaren dan ook geen bewegingen van tientallen euro’s zien. Wel is er een duidelijke toename van de energiebetalingen sinds de energiecrisis in 2022. Begin 2023 piekte het mediane maandelijkse energiebedrag op 174 euro. Verderop in dat jaar was er een energieprijsplafond van kracht die de energiebetalingen uiteindelijk naar beneden drukte.

In maart bleef de mediane maandelijkse energiebetaling nog vrij stabiel. Dit komt door het grote aandeel vaste contracten waardoor het merendeel van de huishoudens nog niet aan de hogere prijzen zijn blootgesteld. Halverwege 2021, toen energieprijzen begonnen op te lopen, duurde het ongeveer een kwartaal voordat de mediane energiebetaling steeg. Dit keer zal dit waarschijnlijk sneller gaan, want het aandeel huishoudens met een vast contract is nu lager. De komende maanden blijven we de energiebetalingen daarom volgen. Daarbij zullen wij ons specifiek focussen op groepen die een bovengemiddeld aandeel van hun inkomen aan energie uitgeven.

Aan de pomp worden hogere olieprijzen wel al gevoeld

Naast de energierekening zijn huishoudens ook blootgesteld aan hogere energieprijzen via brandstofprijzen. Pompprijzen reageren veel sneller op hogere marktprijzen. Zo zien we in de brandstofdagprijzen van het CBS dat prijzen aan de pomp al drie dagen na het begin van de oorlog op 28 februari begonnen op te lopen (linkergrafiek hierboven). De stijging in dieselprijs is groter dan van benzine door verschillen in de beschikbare raffinagecapaciteit.

De rechtergrafiek hierboven toont de mediane maandelijkse brandstofuitgaven van de ongeveer 700.000 huishoudens in ons panel die actief gebruikmaken van hun auto. Hieruit blijkt dat de doorsnee maandelijkse brandstofbetaling is toegenomen naar 155 euro in maart. Dit is ongeveer 30 euro meer dan de maand ervoor en 15 euro meer in vergelijking met maart 2025. Ook hier is een aantal kanttekeningen belangrijk. Ten eerste dat februari minder dagen telt dan maart, waardoor er bij gelijkblijvende prijzen altijd een maand-op-maand toename is. Hoewel als we voor het aantal maanddagen corrigeren, dan is de toename in maart nog steeds zichtbaar. Ten tweede geldt ook bij brandstof dat er zowel prijs- als gedragseffecten een rol spelen. Het kan zijn dat autobezitters door de hogere prijzen minder zijn gaan rijden om de maandelijkse uitgaven te beperken. Dat lijkt in maart het geval geweest te zijn. We zien de mediane uitgaven aan brandstof stijgen in maart, maar niet in verhouding tot de stijging van de brandstofliterprijs. Ten derde kunnen wij niet observeren welke type brandstof huishoudens tanken en of zij blootgesteld zijn aan de prijs van diesel of aan de prijs van benzine. Ondanks deze kanttekeningen is het duidelijk te zien dat de doorsnee uitgaven van Nederlandse huishoudens aan brandstof toenemen door de hogere benzineprijzen.

Conclusie

Hoewel de energieprijzen aardig zijn opgelopen zien veel van de huishoudens dit vooralsnog alleen aan de pomp en nog niet in hun energierekening, zoals ook zichtbaar is in het inflatiecijfer. Wel zien huishoudens die na het uitbreken van de oorlog een nieuw energiecontract moesten afsluiten hun rekening oplopen. Ook huishoudens met een dynamisch contract ervaren dit. Over de komende maanden verwachten wij structureel hogere energieprijzen. Hierdoor zullen er steeds meer huishoudens zijn die bij het afsluiten van een nieuw energiecontract met hogere energierekeningen te maken gaan krijgen. Daarom zullen wij in de komende tijd met behulp van geanonimiseerde en geaggregeerde transactiedata volgen hoe deze prijsstijgingen bij consumenten neerslaan. Daarbij zullen wij ons focussen op kwetsbare huishoudens die een groot deel van hun inkomen aan energie uitgeven.