Gevolgen van het conflict in Iran tekenen zich af

De oorlog in Iran drukt het economisch sentiment in Nederland. Samen met een zwakke start van het jaar en hogere energieprijzen leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van de bbp-groeiverwachting naar 0,9% in 2026 en 1,1% in 2027. Zelfs bij een snelle heropening van de Straat van Hormuz blijven de energieprijzen naar verwachting nog geruime tijd hoog. De eerste tekenen van een bredere inflatieschok zijn al zichtbaar. Wij hebben onze inflatieramingen naar boven bijgesteld naar 3,1% in 2026 en 2,7% in 2027. Ondanks de pensioenindexatie en de ruime financiële buffers groeit de consumptie van huishoudens dit jaar slechts beperkt. Er komt mogelijk veel politieke aandacht voor koopkrachtsteun, maar structurele economische knelpunten vragen eveneens beleid.
Onzekerheid werkt door in het economisch sentiment en remt bbp-groei
Met energieprijzen ruim 40% hoger dan aan het begin van het jaar zien we halverwege 2026 dat het conflict in Iran doorwerkt in het economisch sentiment in Nederland. De onzekerheid over verlenging van het staakt-het-vuren tussen Iran en de VS, gericht op een heropening van de Straat van Hormuz, blijft groot. Volgens recente berichten is een deal nabij, maar ook bij een heropening blijven energieprijzen de komende kwartalen op een hoog niveau. Ondertussen zijn Nederlandse consumenten bijzonder pessimistisch en terughoudend om geld uit te geven. Ook bedrijven hebben last van de onzekerheid. Waar eerst vooral de internationaal georiënteerde industrie geraakt werd, zien we in de loop van het tweede kwartaal dat het vertrouwen van bedrijven in de hele economie, inclusief de dienstensector, verslechtert. In combinatie met een zwakkere start van het jaar dan gedacht en energieprijzen die langer op een hoog niveau blijven, leidt dit tot een neerwaartse aanpassing van onze groeiramingen en een opwaartse bijstelling van onze inflatieverwachtingen. Tegelijkertijd blijft de Nederlandse economie weerbaar. De arbeidsmarkt verruimt licht, terwijl de werkloosheid laag blijft. Verder geeft de pensioentransitie een kleine impuls aan de bestedingen en zijn de meeste gezinshuishoudens en bedrijven financieel weerbaar.

Wij houden rekening met een bbp-groei van 0,9% in 2026 (was 1,5%) en 1,1% in 2027 (was 1,2%). Verder verwachten wij een gemiddeld inflatiepercentage van 3,1% (was 2,9%) in 2026. De verbreding van de prijsdruk en beleid zoals het aflopen van de verlaagde brandstofaccijns, zorgen er volgens ons voor dat de inflatie in 2027 op 2,7% uitkomt (was 2,2%).
Ook met heropening Straat van Hormuz blijven energieprijzen de komende kwartalen hoog
Een overeenkomst om de Straat van Hormuz te heropenen lijkt dichterbij te komen, maar zelfs als die er snel komt, vergt het tijd voordat de energieproductie en logistieke ketens volledig hersteld zijn en vraag en aanbod op de energiemarkt weer in balans zijn. In ons eerdere basisscenario gingen we er nog van uit dat de grootste verstoringen tot eind mei zouden aanhouden, maar inmiddels rekenen we op een langere periode van verstoring tot in het derde kwartaal (zie hier). Dit heeft een aantal redenen. Heropening begint waarschijnlijk geleidelijk, omdat rederijen en verzekeraars eerst zekerheid willen en daarom terughoudend zullen zijn met hun activiteiten opschalen. Daarnaast staat een aanzienlijk deel van de olieproductie nog stil en zal het maanden vergen om putten weer volledig op gang te brengen. Verder vertraagt ook schade aan energie-infrastructuur het herstel. Tegelijkertijd zijn internationale olienoodvoorraden fors afgebouwd en zullen deze eerst moeten worden aangevuld, zodat de krapte op de markt langer aanhoudt. Tegen deze achtergrond hebben wij onze olieprijsramingen opwaarts bijgesteld met een gemiddelde olieprijs (Brent) van USD 110 per vat in het tweede kwartaal en een gemiddelde prijs van tegen de USD 100 per vat voor heel 2026. We gaan ervan uit dat ook bij heropening van de straat de energieprijzen de komende kwartalen hoog blijven. De aangepaste olieprijsramingen leiden ook tot aanpassing van onze inflatieramingen (zie hieronder). Dan is er natuurlijk ook nog een scenario denkbaar waarin de Straat van Hormuz niet heropent. In dat geval bestaat de kans dat kritieke voorraadniveaus worden bereikt en prijzen plotseling fors kunnen oplopen. Het interen op de olievoorraden, wat tot dusver prijsdrukkend werkte, werkt dan prijsopdrijvend. In dit alternatieve scenario’s valt de groei- en inflatieschok groter uit, in lijn met onze inschatting in de vorige Nederlandse economie in zicht (zie hier).
De stille doorwerking van hogere energieprijzen
Zoals eerder genoemd hebben we onze inflatievoorspellingen naar boven bijgesteld van 2,9% naar 3,1% in 2026 en van 2,2% naar 2,7% in 2027. De belangrijkste oorzaak is een herijking van onze energieprijsramingen. We gingen er al vanuit dat deze langer hoog blijven en geleidelijk zouden doorwerken in de prijzen van andere goederen en diensten, maar de mate waarin hebben wij met name voor 2027 naar boven bijgesteld. Energieprijzen werken vertraagd door op de energierekening van gezinshuishoudens, waarvan in april een vast energiecontract had.

Hogere energiekosten vertalen zich al in de afzetprijzen van de industrie, een vroeg signaal van verbreding van prijsdruk die begint bij energie en uiteindelijk een breed scala aan goederen en diensten bereikt. We zien de afzetprijzen nu vooral stijgen bij raffinage en aanverwante industrie. Andere energie-intensieve sectoren zoals de chemie volgen. In de voedingssector wordt het effect pas later zichtbaar, mede doordat sommige grondstofprijzen, waaronder koffie en cacao, voorafgaand aan het conflict juist daalden, onder andere door hoge voorraden en goede oogsten. De invloed van Hormuz bij voedingsprijzen loopt zowel direct via hogere energielasten en hogere kunstmestprijzen (al hebben veel bedrijven zich daartegen gewapend via financiële contracten en voorraden), als indirect via hogere kosten voor grondstoffen, verpakkingen en logistiek. De voedingsinflatie zal volgend jaar verder worden aangewakkerd door de indexatie van de alcoholaccijns per 1 januari 2027. Verder aan de horizon is er ook nog het weersfenomeen El Niño, dat doorgaans leidt tot wereldwijd tegenvallende oogsten. Per saldo verwachten we dat de bijdrage van voedingsmiddelen aan de inflatie pas in de eerste helft van 2027 een piek bereikt.
De nieuwe energieprijsschok komt op een ongunstig moment voor Nederland, dat de vorige inflatieschok nog nauwelijks te boven was. Hierdoor is het risico op tweede-ronde effecten op lonen en prijzen groter dan in de landen om ons heen. De grote vraag is in hoeverre deze ontwikkeling opnieuw doorwerkt in de loonvorming. De arbeidsmarkt is in vergelijking tot een aantal jaren geleden minder krap, wat de loonstijgingen kan beperken. Hier staat echter tegenover dat de korte termijn inflatieverwachtingen van huishoudens flink zijn opgelopen, wat juist kan leiden tot hogere looneisen. Wij gaan ervan uit dat de loongroei langer op het huidige – nog altijd hoge – niveau blijft, waardoor ook de dalende trend in de diensteninflatie tijdelijk stokt.
Consument houdt hand al op de knip terwijl de verbreding van inflatie nog moet komen
Voor veel huishoudens wordt het economische beeld uitdagender. Het samenspel van pessimisme, prijsstijgingen en de verwachting dat die prijsstijgingen zullen aanhouden maakt consumenten voorzichtiger. Dat zien we ook terug in de cijfers: in het eerste kwartaal bleef de totale consumptie weliswaar stabiel, maar per inwoner daalde de consumptie licht. Tegelijkertijd heeft het in een nieuw scenario waar de effecten van het conflict in het Midden-Oosten zijn meegenomen haar koopkrachtramingen naar beneden bijgesteld, waardoor de drijvende kracht onder aantrekkende bestedingen wegvalt. In dat geval gaat het CPB voor dit jaar uit van stagnatie.
Wij zien echter een aantal plussen, waardoor we dit jaar nog steeds uitgaan van een lichte stijging van de consumptie. In 2027 trekt de consumptie gematigd verder aan. De loongroei blijft door de inflatie waarschijnlijk wat langer boven de 4%, al is het nog onzeker in hoeverre dit daadwerkelijk zal doorwerken. De van het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 heeft mogelijk ook op het loongebouw. Ook biedt de pensioenindexatie een steun in de rug. Zo onderzochten we dat van de invaarbonus – de extra pensioenindexatie door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel – zo’n 22 cent per euro zal worden uitgegeven. Daarnaast blijft de werkloosheid laag en hebben huishoudens veel financiële buffers opgebouwd. Per saldo blijft het beeld echter dat voorzichtigheid de boventoon voert en consumenten de hand voorlopig op de knip houden.

Arbeidsmarktkrapte wat afgenomen
Het aantal openstaande vacatures per werkloze, een goede indicator voor de krapte op de arbeidsmarkt, is sinds de piek in 2022 verder afgenomen en kwam in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 0,91. Tegelijkertijd is de werkloosheid de afgelopen kwartalen licht opgelopen. Deze toename wordt vooral gedreven door kortdurende werkloosheid, wat eerder wijst op meer dynamiek dan op een structurele verzwakking van de arbeidsmarkt. Daarmee lijkt de arbeidsmarkt in een meer evenwichtige fase te komen. Dit betekent niet dat arbeidsmarktkrapte verleden tijd is. Die is onverminderd hoog in specifieke sectoren, zoals defensie en zorg, en bij technische beroepen. Ook de vergrijzing zal op termijn de toename van het werkloosheidscijfer beperken. Daarmee blijft de arbeidsmarkt een ondersteunende factor voor de economie.
Handel veerkrachtig ondanks geopolitieke risico’s
Geopolitieke risico’s drukken op de handel. Ondanks de uitdagende omstandigheden in 2025 bleef de Nederlandse uitvoer veerkrachtig. Een belangrijke steunpilaar voor de chipsector was de wereldwijde vraag naar AI-gerelateerde producten. Investeringen in onder meer halfgeleiders en datacentra, vooral in de VS, werkten door via internationale toeleveringsketens en zorgden onder meer voor een sterke groei van de Nederlandse uitvoer naar Taiwan. Ondanks geopolitieke onzekerheid blijven deze AI-investeringen ook in 2026 rugwind bieden aan de uitvoer.
Het algemene beeld voor de Nederlandse uitvoer is gematigd positief, maar minder vanzelfsprekend dan voorheen. Als open economie beweegt Nederland mee met de wereldhandel, die wordt geraakt door het conflict in het Midden-Oosten. Hier komt bij dat de uitvoergroei door de verslechterde prijsconcurrentiepositie achterblijft bij de groei van de voor Nederland relevante wereldhandel. Gestegen loonkosten en relatief hoge energiekosten stuwen de kostprijs van Nederlandse exportproducten omhoog. Tegelijkertijd zijn er ook kansen. Zo heeft de EU in reactie op toenemend protectionisme op hoog tempo handelsakkoorden gesloten. Ook kunnen snel toenemende defensie- en infrastructuuruitgaven in Duitsland de Nederlandse uitvoer ondersteunen.
Internationale onzekerheid raakt ook binnenlands georiënteerd bedrijfsleven
Gedurende het tweede kwartaal zien we een brede daling van het ondernemersvertrouwen. Waar eerder vooral internationaal georiënteerde bedrijven geraakt werden, zijn het nu ook op het binnenland gerichte bedrijven. Bedrijven anticiperen en reageren op verschillende manieren op de stijgende (energie)kosten. Er zijn signalen dat Nederlandse bedrijven sinds de vorige energiecrisis het risico op energieprijsstijgingen meer hebben afgedekt. De ondernemers die wel blootgesteld zijn, proberen de hogere energieprijzen aan hun klanten door te berekenen of zich in te dekken tegen mogelijke tekorten. Sommige industriële bedrijven profiteren van hamstergedrag elders in de keten. Tegelijkertijd blijft de bezettingsgraad in de industrie relatief laag. Dit leidt tot terughoudendheid. In bedrijfsenquêtes geven bedrijven aan dat zij zich vooral richten op vervangingsinvesteringen en dat uitbreidingsinvesteringen worden uitgesteld. Hoewel het vertrouwen in de conjunctuur verslechterd is, heeft het bedrijfsleven nog altijd vet op de botten. De afgelopen jaren zijn schuldratio’s aanzienlijk teruggelopen. Verder is het aantal faillissementen op een laag niveau.

Hogere inflatie leidt tot renteverhogingen ECB
Zoals verwacht leidt de oorlog in Iran ook tot renteverhogingen door de Europese Centrale Bank (ECB). Officieel is de depositorente nog niet aangepast, maar uit de recente communicatie van de Raad van Bestuur van de ECB valt af te leiden dat de ECB bij de beleidsvergadering van juni de rente gaat verhogen van 2% nu naar 2,25%. Wij verwachten dat er in juli nog een renteverhoging van 25 basispunten volgt, zodat de depositorente 2,50% bereikt. Dat de ECB de rentes verhoogt is relatief uniek. De afgelopen twee decennia begon de ECB slechts drie keer eerder aan een renteverhogingscyclus. De renteverhogingen zijn al ingeprijsd op financiële markten. Dit is dan ook de reden dat de voor de oorlog in Iran nog dalende trend bij hypotheek- en bedrijfsrentes is gestokt.
Koopkracht belangrijk, maar mag niet ten koste gaan van aandacht voor andere uitdagingen
Het economisch beeld zal de roep om koopkrachtsteun bij Prinsjesdag versterken. De aanhoudend hoge inflatie en de in het Regeerakkoord vastgelegde lastenverzwaring in 2027 tasten immers de koopkracht aan. Hierdoor bestaat het risico dat de aandacht voor andere dossiers wordt verdrongen. Denk aan de uitvoering van het Draghi- en Wennink-rapport, of de aanpak van de diverse binnenlandse knelpunten die de Nederlandse groei beknotten. Structurele aanbodbeperkingen zoals een overbelast elektriciteitsnet, beperkte bedrijfsdynamiek, strikte stikstofnormen en aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt drukken steeds sterker op het groeivermogen van de economie en verdienen daarom, net als koopkrachtsteun, de aandacht. De economische dynamiek wordt immers niet alleen door internationale ontwikkelingen bepaald.
Ramingstabel


