Alert op uitbuiting in de transportsector

ABN AMRO werkt al jaren samen met bedrijven in de transportsector. Een sector waar, door prijsdruk en internationalisering, arbeidsuitbuiting een actueel thema vormt. De bank probeert dit te signaleren en te voorkomen, onder andere door gesprekken met de verantwoordelijke personen binnen ondernemingen.

Door de economische groei gaat het weer beter in het beroepsgoederenvervoer. De volumes die verladers aanbieden, stijgen. Door de sterke concurrentie stijgt de prijs die transportbedrijven krijgen voor het vervoer, niet navenant. “Veel transportbedrijven ervaren nog immer prijsdruk”, zegt Patrick van Duijnhoven, directeur Logistiek en Transport bij ABN AMRO. “Transportbedrijven spannen zich in om vervoer zo flexibel en goedkoop mogelijk aan te bieden. Daarbij kan arbeidsuitbuiting op de loer liggen.” Verschillende transportbedrijven kwamen recent negatief in het nieuws. Dit betrof bedrijven die hun buitenlandse chauffeurs minder betaalden dan het minimumloon, maar ook extremere situaties van chauffeurs die weken in hun vrachtwagen doorbrachten door de slechte arbeidsvoorwaarden van de transportondernemingen. Dergelijke arbeidsuitbuiting is in strijd met diverse rechten van de mens, zoals het recht op een rechtvaardige beloning, vrije tijd en een redelijke beperking van de arbeidstijd. 

Signaleren van schijnconstructies

De voorbeelden die in het nieuws kwamen, zijn niet onbekend voor ABN AMRO. Van Duijnhoven kent de misstanden. “De bank doet er alles aan om arbeidsuitbuiting te signaleren en te voorkomen bij de bedrijven waarmee ze zakendoet.” De meeste transportbedrijven hebben hun zaken goed op orde. “Bij vermoedens of concrete aanwijzingen van arbeidsuitbuiting kunnen we besluiten geen relatie met een bedrijf aan te gaan of een bestaande relatie te beëindigen.”

De bank is onder andere alert op schijnconstructies. Daarbij kiezen Nederlandse bedrijven voor een vestiging in het buitenland om het in Nederland verplichte minimumloon te omzeilen. ABN AMRO volgt de Wet Aanpak Schijnconstructies (1) waarin de beloning van buitenlandse chauffeurs geregeld is. Van Duijnhoven: “Het is een gegeven dat chauffeurs uit Polen, Roemenië en Tsjechië vaak minder betaald krijgen dan Nederlandse chauffeurs. Dat de kosten voor levensonderhoud lager zijn in deze landen, is niet relevant en is geen valide argument. Transportbedrijven moeten het minimumloon betalen en zich houden aan de Europese wet- en regelgeving.” 

Relatiemanagers

Van Duijnhoven benadrukt de belangrijke rol van de relatiemanagers van de bank bij het signaleren van arbeidsuitbuiting. “Zij kennen de onderneming en kunnen de juiste sectorgerichte vragen stellen, bijvoorbeeld of de arbeidscontracten in de juiste taal zijn opgesteld.” Onderbetaling is volgens Van Duijnhoven echter niet de enige vorm van schending van de mensenrechten: “Sommige transportbedrijven laten chauffeurs onder slechte omstandigheden werken om de kosten laag te houden. Ook is er sprake van boetes bij te late levering op locatie. Deze boetes worden ingehouden op het loon van de chauffeur. Dergelijke voorwaarden zijn niet opgenomen in het arbeidscontract, of alleen in de Nederlandse versie van het contract, die een chauffeur uit Roemenië niet kan lezen.”

Onwetendheid

De bank gaat met bestaande en nieuwe klanten serieus in gesprek over mensenrechten. Gelukkig hechten verreweg de meeste klanten aan een duurzame bedrijfsvoering. Soms is er sprake van onwetendheid, legt Van Duijnhoven uit. Daarbij overtreden bedrijven onbedoeld de wet met een vestiging in het buitenland. “De wet- en regelgeving is complex en vraagt om toelichting of praktisch advies. Voor de accountant van de onderneming is hier ook een rol weggelegd. We gaan hierover in gesprek met de verantwoordelijke personen”. De bank geeft ook signalen af aan andere partijen in de keten van de transportsector, zoals verladers. Bijvoorbeeld over de prijsdruk. Ook zij moeten hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van een correcte vrachtprijs. “De bank wil zo transportbedrijven helpen om hun concurrentiepositie te verbeteren mét behoud van goede arbeidsomstandigheden voor chauffeurs.”

(1) WAS: Wet Aanpak Schijnconstructies die medio 2016 door de Tweede Kamer is aangenomen.

Sandra Claassen – directeur FairWork

"Ieder jaar komen duizenden mensen in Nederland terecht in omstandigheden die lijken op slavernij. FairWork wil hieraan een einde maken en moedigt alle belanghebbenden aan om een steentje bij te dragen aan de stopzetting van moderne slavernij. Bedrijven kunnen hun waardeketen analyseren en de risico’s zoveel mogelijk beperken, politie en justitie kunnen zich tot het uiterste inspannen om personen die zich aan moderne slavernij schuldig maken, in de kraag te grijpen en dienstverleners zoals banken kunnen een rol spelen bij de bescherming van slachtoffers. FairWork informeert kwetsbare groepen over hun rechten en begeleidt hen, traint professionals hoe ze mogelijke slachtoffers kunnen herkennen en maakt het publiek bewuster van arbeidsuitbuiting in Nederland. Soms kan een kopje thee een groot verschil maken voor mensen die worden uitgebuit en hen net dat zetje in de rug geven dat zij nodig hebben om zich aan hun situatie te ontworstelen.”