Circulaire financieringsrichtlijnen zetten de toon

Deze zomer lanceerde ABN AMRO samen met Rabobank en ING de zogeheten financieringsrichtlijnen voor de circulaire economie (Circular Economy Finance Guidelines). Jan Raes, adviseur duurzaamheid bij de bank, vertelt wat deze richtlijnen inhouden en hoe ze tot stand kwamen.

De circulaire economie is in opkomst. Simpel gesteld, draait het bij circulair ondernemerschap om een innovatieve manier van ontwerpen, produceren en verkopen gericht op optimaal hergebruik van producten en grondstoffen. Het beoogde resultaat hiervan is minder materiaal, minder afval, minder CO2-uitstoot en minder watergebruik. De opkomst van deze manier van ondernemerschap geeft een nieuwe impuls aan de economie. De circulaire bedrijfsmodellen erachter zijn anders dan ‘reguliere, lineaire’ bedrijfsmodellen.

Standaard manier van financieren voldoet niet

Dat vraagt onder meer om een andere manier van werken. Jan Raes legt uit: ‘Onze economie is grotendeels gebaseerd op een lineaire denkwijze, waarbij we grondstoffen winnen, ze gebruiken, en vervolgens afvoeren. Take, make, waste. Die verspilling van bruikbare grondstoffen is een bekend probleem in ons huidige economisch model. We leven nu in een tijd dat er veel ondernemers zijn met een drijfveer om dit anders in te richten. ABN AMRO wil daarbij graag de financiering verstrekken en op die manier de transitie naar de circulaire economie ondersteunen. Waar ABN AMRO en deze ondernemers met circulaire businessmodellen tegenaan lopen, is dat ‘standaard’ financiering minder goed of soms helemaal niet past.’

Vooruitkijken in een achteruitkijkspiegel

Raes geeft een aantal voorbeelden. ‘Bij kredietverlening kijkt een geldverstrekker eerst naar het trackrecord van een bedrijf. Dat is een gezonde, kritische rol: het daagt ondernemers uit een consistent gezond bedrijfsresultaat te halen. Circulaire initiatieven zijn vaak baanbrekend en nieuw – denk aan recyclebare, op planten gebaseerde alternatieven voor plastic verpakkingen of kledingstukken per abonnement. Historische resultaten zijn simpelweg beperkt aanwezig, terwijl de economische potentie om een markt te veranderen wel aanwezig is. Geldverstrekkers willen ook meer vooruitkijken, alleen is de klassieke manier hoofdzakelijk gebaseerd op achteruitkijken.’

Servicepropositie in plaats van verkoop

Ook is de klantbenadering vaak anders bij een circulair model. ‘Je ziet allerlei proposities in abonnementsvorm ontstaan. Daarbij is er geen sprake meer van het eenmalig verkopen van een product, maar staat de relatie en interactie met de klant centraal. Neem kleding. Je kunt één keer een kledingstuk verkopen, of je verkoopt een abonnement op een hele garderobe. Bij dat abonnement komt ook extra service kijken, dus inclusief garantie op reparatie, stomerij, et cetera. Vanuit de relatie tussen ondernemer en klant bezien is dit een gezond en tevens spannend model: de betrokkenheid van de klant bij zijn leverancier is groot, de kans op een langere klantrelatie en meer kennis over de wensen van klanten is daardoor ook groter. Maar kijkend naar cashflow: de omzet voor de leverancier komt nu niet meer in één klap aan het begin door de verkoop. Hij krijgt zijn omzet gespreid binnen, over een langere periode, in de vorm van abonnementsbetalingen. Daar zitten dus andere afbreukrisico’s aan. Enerzijds geeft zo’n abonnementsvorm stabiliteit en zekerheid. Anderzijds gaat de kost nog nadrukkelijker voor de baat uit: het duurt langer voordat de ondernemer de investering terugverdient. Als de klant halverwege afhaakt of niet zorgvuldig omgaat met het product, dan heeft de ondernemer een probleem. Dit stelt dus ook direct andere eisen aan de ondernemer: hij wordt dienstverlener in plaats van verkoper! Dat vereist een veel beter begrip van de drijfveren van de klant. Zijn focus verschuift naar de (middel)lange termijn, en ligt niet meer op de korte termijn. Als financier betekent dat ook dat je anders moet gaan kijken: je moet nu veel meer de servicepropositie kunnen beoordelen, in plaats van de (eenmalige) verkooppropositie.’

Retourlogistiek is koning

Een ander aspect dat impact heeft op de financiering, is het terughalen van producten. Raes: ‘Als een ondernemer circulair wil ondernemen, dan moet er iets gebeuren met de grondstoffen. Die komen immers weer terug bij een partij die er wat mee kan. Soms is dat de leverancier zelf, soms een specialistische verwerker. Wat doe je als kledingwinkel met al dat textiel dat je weer inneemt? Waar gaan de verbruikte verpakkingen heen? En levert het nieuwe grondstoffen op? Neem het circulair gebouwde paviljoen ‘Circl’ van ABN AMRO: wat gebeurt er straks met al die balken en gebruikte materialen? Je zult die retourlogistiek moeten organiseren, en daarmee zijn kosten gemoeid. Spullen innemen, opslaan, verwerken, doorverkopen: dit proces van retourlogistiek staat nog aan het begin van zijn ontwikkeling. We hebben dit in de lineaire economie immers nooit of weinig hoeven te doen. Wie dit goed oppakt, creëert een verdienmodel. De kwaliteit van dit proces kan weer een rol spelen bij de kredietbeoordeling door de bank.’

FinanCE Werkgroep

Een veranderende vorm van bedrijfsmodellen, vraagt ook om een andere vorm van financiering, is kort samengevat het betoog van Jan Raes. ‘Daarbij is het goed om dit wiel niet alleen te willen uitvinden. Als grootbanken hebben ABN AMRO, ING en Rabobank daarom de handen ineengeslagen. We hebben ons een tijd geleden aangesloten bij een internationale werkgroep, gestart door de EllenMacArthur Foundation en PGGM. Deze FinanCE werkgroep heeft algemeen toepasbare richtlijnen geschreven voor de financiering van circulaire initiatieven, in navolging van het succes van green bonds. De Circular Economy Finance Guidelines, zoals de richtlijnen formeel heten, geven handvatten aan kredietverstrekkers en investeerders. Ze zijn vooral een handig en bondig hulpmiddel. Ze bieden een gemeenschappelijk kader voor financiers om circulaire businessmodellen te herkennen, de impact ervan te beoordelen en vervolgens te financieren.’

Circulair Nederland wekt interesse bij Verenigde Naties

Deze zomer overhandigde ABN AMRO samen met de andere banken de richtlijnen aan staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat. Ook toonden de bezoekers van het High Level Political Forum 2018 bij de VN in New York grote interesse voor de Nederlandse circulaire transitieplannen, waar deze financieringsrichtlijnen aan verbonden zijn. Het document Circular Economy Finance Guidelines is voor iedereen beschikbaar. ABN AMRO, ING en Rabobank moedigen financiële instellingen wereldwijd aan om het right to copy te benutten. Met het opstellen van de richtlijnen pleiten zij voor het ontwikkelen van een uniforme visie en werkwijze in de financiële wereld. Jan Raes: ‘Je moet de richtlijnen zien als een breed gedragen oproep. Het is goed voor de maatschappij als meer geld naar circulaire businessmodellen gaat.’

Versnelling door constructieve feedback

De guidelines zijn niet in beton gegoten. ‘Het is een feedback-loop. Doel is dat het ondernemingen helpt bij het inrichten van financierbare circulaire businessplannen. Hier zullen de komende jaren nog heel veel lessen geleerd worden. We nemen die feedback weer mee en scherpen de richtlijnen voortdurend aan. Zo dragen we met elkaar bij aan een versnelling van circulair ondernemerschap.’ 

De Circular Economy Finance Guidelines​ (PDF 6 MB) vind je hier.