Eurozone - Eerste signalen van de Duitse bestedingsimpuls

De groei in het vierde kwartaal viel hoger uit dan verwacht. Deels door de bekende sterkpresteerders (zoals Spanje), maar opvallend is ook de positieve bijdrage van Duitsland na jaren van matige groei. Ook Frankrijk bleek veerkrachtig, ondanks begrotingsonzekerheid. We zien de eerste tekenen van de Duitse bestedingsimpuls, met name in defensie gerelateerde fabrieksorders. De sterker wordende binnenlandse economie sterkt ons in de overtuiging dat de ECB het beleid voorlopig ongemoeid zal laten. Los van het beleid op de zeer korte termijn wordt de wisseling van de wacht binnen de Governing Council de komende één à twee jaar een bepalende factor.
Het bbp van de eurozone groeide in Q4 met 0,3% kwartaal-op-kwartaal, hoger dan onze verwachting (0,1%) en die van de markt (0,2%). Op basis daarvan hebben we onze groeiverwachting voor het bbp in 2026 verhoogd van 0,9% naar 1,1%. Dit komt vooral door het sterke vierde kwartaal, waardoor er meer groei wordt ‘meegenomen’ naar dit jaar. Reeds beschikbare data wezen al op toenemende kracht van de binnenlandse economie, maar we verwachtten dat de netto‑export een grotere rem zou vormen. De nationale cijfers duiden erop dat vooral de particuliere consumptie en overheidsbestedingen de belangrijkste groeimotoren waren. De netto‑export drukte de groei in de meeste landen, behalve in onder meer Nederland en Frankrijk (waar het met name in een daling ven de import zat). Op landenniveau springt Spanje er opnieuw uit met een krachtige groei van 0,8% kwartaal-op-kwartaal. Ook Frankrijk presteerde beter dan verwacht (0,2%), ondanks de al forse groei in Q3 (0,2%) en de politieke onzekerheid rondom de begroting voor 2026. Dit wijst erop dat bedrijven en huishoudens zich niet lieten afschrikken door de onzekerheden.
Alles bij elkaar blijft de eurozone opmerkelijk veerkrachtig, ondanks geopolitieke onzekerheid en Amerikaanse handelstarieven. Die zullen de komende maanden waarschijnlijk blijven drukken op de exportgroei, maar tegelijkertijd zal de binnenlandse vraag aantrekken door minder terughoudendheid van huishoudens en bedrijven én door stijgende Duitse overheidsuitgaven. Duitsland leverde inderdaad al een duidelijke positieve bijdrage aan de groei. Het Duitse bbp nam met 0,3% k-o-k toe, hoger dan de eerdere voorlopige Destatis-raming van 0,2%. Hoewel de industrie nog kwetsbaar is, namen de fabrieksorders in december opnieuw sterker toe, na een forse stijging in november. De ordergroei versnelde naar 13% jaar-op-jaar. Vooral binnenlandse orders stuwden deze groei, met een opvallend sterke toename in defensiesectoren zoals wapens en munitie (waar de orders in december met 569% stegen t.o.v. een jaar eerder).

De versterkende binnenlandse economie bevestigt onze verwachting dat de ECB haar rentebeleid voorlopig ongewijzigd laat. De huidige inflatie‑meevaller achten we van tijdelijke aard, en de recente appreciatie van de euro is vooral het gevolg van een zwakkere dollar, niet van een brede versterking van de handelsgewogen wisselkoers. Belangrijk voor het ECB‑beleid op de middellange termijn is de Financial Times berichtgeving dat ECB‑president Lagarde waarschijnlijk al vóór het einde van haar termijn (oktober 2027) zal terugtreden. Voornaamste kandidaten om haar op te volgen lijken de voormalige Spaanse centralebankpresident en huidige BIS‑topman Pablo Hernández de Cos, en de voormalige Nederlandse centralebankpresident Klaas Knot. Ongeacht of Lagarde vroegtijdig opstapt, staat de ECB de komende 1–2 jaar hoe dan ook voor grote veranderingen. Vicepresident De Guindos en de Franse centralebankpresident Villeroy nemen op 31 mei afscheid. Hoofdeconoom Philip Lane en bestuurslid Isabel Schnabel vertrekken volgend jaar (Lane in mei, Schnabel in december). Zie onze notitie hier voor meer informatie.

