Hoge energieprijzen drukken stempel op begin van 2026

Economische groei is in het eerste kwartaal van 2026 afgezwakt naar 0,1% k/k. De uitvoer droeg negatief bij, terwijl de investeringen en overheidsconsumptie toenamen. De consumptie van huishoudens was vlak. Het groeicijfer duidt op een magere start van het jaar, terwijl we verwachten dat de impact van het conflict in het Midden-Oosten pas later zichtbaar zal worden. Door hogere energieprijzen is de Nederlandse inflatie toegenomen naar 2,8% j/j.
Magere start van 2026
De economische groei is in het eerste kwartaal van dit jaar afgezwakt naar 0,1% k/k, een zwakker cijfer dan onze verwachtingen. Na een sterk 2025 verliest de economie aan vaart. Dit patroon is ook zichtbaar in de eurozone, waar de groeicijfers suggereren dat de economie 2026 met een zwakkere uitgangspositie inging dan verwacht.
Het groeicijfer duidt op een magere start van het jaar, dit terwijl we verwachten dat de impact van het conflict in het Midden-Oosten pas later zichtbaar zal worden. De vertraging is ook te zien in cijfers van de arbeidsmarkt, waar ondanks dat het werkloosheidspercentage relatief laag blijft, de spanning verder afnam naar 0,91 vacatures per werkloze.
Uit de onderliggende cijfers blijkt dat de uitvoer negatief bijdroeg en er voornamelijk minder machines en transportmiddelen werden uitgevoerd. De dienstenuitvoer nam daarentegen toe. Aangezien de in het eerste kwartaal juist sterke cijfers liet zien, lijkt de Nederlandse economie hier minder van te profiteren. Mogelijk krijgen de toegenomen onzekerheid en Amerikaanse handelstarieven nu meer vat op de Nederlandse uitvoer. Ook kan de heropleving van knelpunten aan de aanbodzijde, bijvoorbeeld langere levertijden, bij hebben gedragen aan de daling.
Daarentegen namen de investeringen en de overheidsconsumptie toe. Er werd vooral meer geïnvesteerd in vervoersmiddelen en machines. Ondanks dat er nog geen verdere uitsplitsing beschikbaar is, verwachten we dat een deel van de investeringen komt door . Daarnaast nam de consumptie van de overheid onder andere toe door meer uitgaven aan zorg. Ook de ontwikkeling van de voorraden leverde een positieve bijdrage aan de bbp-groei.
De consumptie van huishoudens was vlak dit kwartaal. Ondanks dat huishoudens in de afgelopen jaren weerbaarder zijn geworden door een dalende schuldquote ten opzichte van het bbp en een hoge spaarquote, lijken huishoudens terughoudender zijn geworden met het doen van uitgaven. Mogelijk speelt hier ook een weerseffect mee: door de begin januari (en kortstondig nog in februari) waren de omstandigheden voor de consumptie minder gunstig. Een andere grote verandering waren natuurlijk de sterk opgelopen brandstofprijzen in maart. Voorlopige analyses suggereren dat huishoudens ook minder zijn gaan rijden, en dus minder brandstof zijn gaan consumeren door de hogere brandstofprijzen. Ook concluderen we in een recente studie dat er significant meer wordt getankt over de grens wat mogelijk een dempend effect heeft op de binnenlandse consumptie.
Ondanks al het bovenstaande blijft de opgebouwde weerbaarheid, waarbij voorzichtigheid van de afgelopen jaren – weerspiegeld in een verhoogde spaarquote – een bron van kracht voor de nabije toekomst waarin veel van de impact van de oorlog in Iran zich nog moet laten gelden. In de komende weken gaan we onze ramingen herzien en zullen hierover publiceren in de volgende Nederlandse economie in zicht. Het magere groeicijfer van vandaag betekent hoogstwaarschijnlijk een neerwaartse aanpassing van onze groeicijfers.

Door hogere energieprijzen nam inflatie in april verder toe
In april is het Nederlandse inflatiecijfer (CPI) verder toegenomen naar 2,8% j/j. Dit is een lichte stijging ten opzichte van het cijfer in maart van 2,7%. Deze cijfers laten zien dat de inflatiesprong die in maart begon door het conflict in het Midden-Oosten doorzet. De inflatie voor de eurozone laat een vergelijkbaar beeld zien, waar de HICP toenam naar 3,0% in april van 2,6% in maart.
Ten opzichte van de vorige maand wordt de stijging voornamelijk gedreven door een grotere bijdrage van energie en brandstof. Uit onze berekeningen levert energie een bijdrage van 0,5pp aan het inflatiecijfer in april. Door het conflict in het Midden-Oosten zijn de energieprijzen fors toegenomen, diesel steeg bijvoorbeeld met bijna 50% ten opzichte van april vorig jaar. De toename van energie in de inflatie komt dan ook grotendeels door hogere prijzen aan de pomp. Aangezien 54% van de huishoudens nog een vast energiecontract heeft, gaat de stijging daar minder snel. In de komende maanden zullen ook de energierekeningen oplopen; waarschijnlijk sneller dan in 2021 aangezien het aandeel huishoudens met een vast contract nu lager is. Toen duurde het ongeveer een kwartaal voordat energierekeningen van huishoudens opliepen.
In onze ramingen gaan we ervanuit dat de energieprijzen nog een geruime tijd op een verhoogd niveau blijven, ook als er snel een einde aan het conflict komt.
Verbreding van energieprijzen naar andere producten en diensten
We verwachten dat de Nederlandse inflatie in 2026 gemiddeld 2,9% zal bedragen, aangezien de stijging van de energieprijzen zich geleidelijk zal verbreden naar andere inflatiecategorieën. Nu zien we de effecten van hogere energieprijzen aan de pomp, maar uiteindelijk gaan hogere energieprijzen zich laten gelden in meer goederen en diensten. Te beginnen bij de energie-intensieve goederen. Zowel in de eurozone als in zien we industriële afzetprijzen reeds toenemen in maart en april – het eerste signaal dat deze verbreding van de prijsdruk op gang komt.
De nieuwe inflatieschok voortkomend uit de oorlog in Iran komt voor de Nederlandse economie op een ongelukkig moment. De kerninflatie stond in Nederland voor de oorlog nog flink boven de 2% en ook de loongroei was nog hoog. De economie zat eigenlijk nog in de staart van het aanpassingsproces van de vorige inflatieschok. Het is voor nu de vraag of de oploop van de inflatie een nieuw effect op de loongroei gaat hebben. We zien in ieder geval al wel dat de inflatieverwachtingen van huishoudens op de korte termijn flink zijn gestegen. Dus ook huishoudens verwachten dat de huidige hogere inflatie nog wel even aanhoudt.
Inflatieverwachtingen zijn ook belangrijk voor de keuzes van de ECB. Centrale banken kijken doorgaans door energieprijspieken heen, maar het is een risico dat inflatieverwachtingen losraken van de doelstelling. Daarom denken we dat de ECB de rente tijdens bijeenkomsten in juni en juli gaat verhogen.

